De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Met vaste schreden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met vaste schreden

6 minuten leestijd

De geloovigen moeten leeren zichzelven zorgvuldig en nederig te onderzoeken, opdat niet in de plaats van de zekerheid des geloofs de zorgeloosheid des vleesches over hen kome. Calvijn.

Bij de lezing van de geschriften van Calvijn, hetgeen ook blijkt uit het bovenstaande, valt het op, dat hij in het algemeen spreekt over de geloovigen. Daarentegen is in de meeste gereformeerde kringen langzamerhand de benaming geloovigen op den achtergrond geschoven en spreekt men in de plaats daarvan meer over kinderen Gods.
Laten wij nu niet direct zeggen, dat dit tweeërlei uitdrukking is voor eenzelfde zaak, want dat tenslotte een kind van God toch eveneens een geloovige genoemd kan worden en omgekeerd een oprecht geloovige immers een kind van God is. Dat het op hetzelfde neerkomt. Ja, zoo is het, en tóch bezien wij even de woorden op zichzelf.
Geloovigen. Daarmede bedoelt men immers menschen die gelooven. Dit oprechte geloof is een gave Gods. Doch de geloovigen, deze gave Gods ontvangen hebbende, openbaren in hun handel en wandel daarvan de vruchten. Want geloof zonder werken is een dood geloof. Het woord „geloovigen" wijst dus op menschen van wien iets uitgaat, omdat zij zijn gekleed, wanneer het wèl is, in de wapenrusting des geloofs. Met andere woorden : in de benaming „geloovigen" wordt heengewezen naar en opgewekt tot geestelijke activiteit. En is dat niet juist de roeping van het Christendom, dat er in grooter of kleiner kring geestelijke activiteit getoond wordt. Niet als een verdienstelijkheid, doch als een dure roeping, als een heilige plicht en tevens als een Uitleving van het stuk der dankbaarheid. Gedachtig ook aan het woord van den Heiland : Laat uw licht alzoo schijnen voor de menschen, dat zij uwe goede werken mogen zien en uwen Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
En nu de. uitdrukking : kinderen Gods Eveneens rijk van inhoud. Ze spreekt van een aangenomen zijn tot een kind van God. Is er schooner naam denkbaar? Immers neen. Deze naam houdt in dat de drager door wedergeboorte van een kind des satans een kind des Heeren geworden is. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij heen gaat ; alzoo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is. Daarom spreekt het woord „kinderen Gods" van een onverdiend voorrecht, door louter genade ontvangen, zonder eenige verdienstelijkheid of medewerking van het schepsel.
De benaming „kinderen Gods" wijst dus in tegenstelling met de benaming „geloovigen" niet allereerst op de dadelijkheid des geloofs, doch op de lijdelijkheid ten opzichte van het werk des Geestes.
Zoo bestaat het leven van den christen uit lijdelijkheid en dadelijkheid beide. Doch de verhouding wordt scheef, wanneer er b. v. hoofdzakelijk op de lijdelijkheid gewezen wordt, waarbij de dadelijkheid des geloofs in het gedrang komt.
Is het nu juist niet het kenmerk van die tijden, waarin het geestelijk leven zich bloeiend openbaarde, inzonderheid ook van den tijd der reformatie, dat Gods gemeente geestelijke activiteit vertoonde, dat het zich daadwerkelijk openbaarde ?
Door de kinderen Gods als geloovigen aan te spreken, waarbij de ware lijdelijkheid heelemaal niet geloochend of verzwegen werd, werden ze als vanzelf bepaald bij hun roeping om vruchten des geloofs voort te brengen. Daardoor werd dus geen voet gegeven aan valsche lijdelijkheid.
En hoe meer men nu in afwijking van het voorbeeld der apostelen en reformatoren Gods gemeente of eenigen uit die gemeente ging aanspreken als kinderen Gods, inplaats . van met den naam geloovigen, hoe meer, let er maar op, de valsche lijdelijkheid veld gewonnen heeft en de geestelijke activiteit is teruggedrongen. Natuurlijk niet vanwege die aanspraak op zichzelf, doch door de geestesgesteldheid welke aan die woordkeus de voorkeur gaf.
Zeker, naast valsche lijdelijkheid kan er ook zijn, en dat is lang niet denkbeeldig, valsche activiteit. Die zijn beide verkeerd. Maar zou het niet meermalen voorkomen dat valsche lijdelijkheid voor Gods gemeente, wat haar uitwendige openbaring betreft, nog schadelijker is dan valsche activiteit. Omdat daardoor onmisbare arbeid vaak onmogelijk gemaakt wordt of een kwijnend bestaan moet lijden.
Daarom moet het zijn bidden èn werken, werken èn bidden.
Calvijn zegt voorts in bedoelde zinsnede, dat de geloovigen zich zorgvuldig en nederig moeten onderzoeken.
Zorgvuldig, omdat het hart zoo arglistig is. Zorgvuldig ook omdat de lagere werkingen des Geestes, zooals Calvijn ze noemt, zooveel gelijkenis kunnen vertoonen met de bijzondere werking des Geestes, die alleen de uitverkorenen gemeen hebben. Welke gelijkenis er in velerlei opzichten echter ook kan bestaan tusschen schijn- en oprecht-geloovigen, het verschil komt openbaar in het volgende, n.l. dat alleen bij de laatsten na vaak Ijange gebedsworstelingen Gods Geest die vrijmoedigheid werkte dat zij, hetgeen zij voordien niet durfden te doen, het Abba, Vader op de lippen namen, omdat Gods Geest hen daartoe drong en het in aanbidding deed overgaan. Hiervan nu weten de schijn-geloovigen niets.
Zorgvuldig onderzoeken, zegt Calvijn. Maar hij voegt er in één adem aan toe : en nederig. Zou men zichzelf ook hoogmoedig kunnen onderzoeken, opdat men na zulk een onderzoek tegenover anderen zich zou kunnen beroemen op de veelheid en het bijzondere zijner ervaringen? Menschen dus die pronken met de versierselen, die zij misschien wel wezenlijk ontvingen, doch zeker niet om er mede te pronken, waardoor het vrome „ik" wast, doch Christus minder wordt.
Calvijn wekt de geloovigen op tot onderzoek, opdat niet in de plaats van de zekerheid des geloofs de zorgeloosheid des vleesches over hen kome.
Wat ging Calvijn toch van een geheel andere gedachtengang uit dan velen in onze dagen. Hij wekt n.l. de geloovigen op, dat ze niet de zekerheid des geloofs zullen verliezen en in zorgeloosheid des vleesches zullen vervallen. Zekerheid des geloofs beschouwt hij dus bij de ware christenen als iets normaals, in ieder geval als iets waarnaar ze hebben te staan. Hij bracht dus niet een pre­diking, waarvan de grondtoon was : „de mensch zal uit zijn gemis leven" of iets dergelijks, doch : „de rechtvaardige zal uit het geloof leven".
Hoe zuiver Schriftuurlijk is hij overigens ook weer in bovenstaande zinsnede. Hij wekt n.l. op tot nederig onderzoek, niet om daardoor twijfel op- te wekken bij de geloovigen, doch juist opdat zij daardoor in zekerheid des geloofs hun levensweg zouden vervolgen.
Nederigheid en zekerheid des geloofs behooren dus hand aan hand te gaan.
Maar óok: deze nederigheid mag den christen niet weerhouden om naar zekerheid des geloofs te staan.
Dit is inderdaad Schriftuurlijk. Nederigheid komt immers ook duidelijk openbaar in Psalm 139 vers 14 :
Doorgrond m', en ken mijn hart, o Heer', Is 't geen ik denk niet tot Uw eer ? Beproef m', en zie of mijn gemoed Iets kwaads, iets onbehoorlijks voed.
Maar daarnaast is er ook een vragen om de zekerheid des geloofs, die tot uitdrukking komt in de woorden :
En doe mij toch met vaste schreden Den weg der zaligheid betreden.
Men kan dus veilig zeggen dat de zinsnede van Calvijn, welke boven deze bijdrage staat, met andere woorden hetzelfde zegt als Psalm 139 vers 14.
Met vaste schreden Onze Vaderen zeiden reeds: zoek niet naar naarheid, doch naar klaarheid. Daar zegt Calvijn Amen op !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Met vaste schreden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's