Donkerheid en Licht
Wanneer de zomer is verdwenen. De herfst al ras is heengegaan, De zon met moeite is verschenen Om ras ter kimme neer te gaan ; Wanneer der boomen oude blad'ren Door storm geschud, de aarde nad'ren Om straks in eenen dorren hoop Te toonen wat de tijd hier sloop, Zegt dat den mensch, dat ook zijn leven, Hoe sterk hij zij, toch eens moet sneven. Zegt dat den mensch, dat ook zijn krachten Vergank'lijk zijn en niet te achten.
Toch blijft ons nog de stille hoop Dat in der boomen doode toppen Het Ieven kiemt in nieuwe knoppen, Dat boom en plant, nu schijnbaar dood, Herleven, als de kracht der Zon, Het Licht, de duisternis verwon.
Wanneer der groote volk'ren machten Om eer en goed, met sterke krachten Gereed staan tot een grooten slag, Die nu reeds vele offers zag — Dan vreezen wij, niet zonder beven, Ook voor ons eigen land en leven. Dan vreezen wij de donk're wolken Die dreigend komen tot de volken Als monsters met gesperde kaken, Om dood en haat hier uit te braken. Dan vreezen wij die donkerheid Die over ons wordt uitgespreid.
Toch blijft één hoop ons nog bestaan, 't Is Godes Raad, dit dit geschiedt. Hij, die in 't donker wijst de baan. Is ook de God die 't Licht gebiedt. Hij zal de duisternis verbreken. De staf des drijvers wordt geknot. God wijst niet af 't ootmoedig smeeken. Geloofd Zijn Naam, Hij stuurt ons lot.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's