De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

DE MARITIEME VERDEDIGING VAN INDIË
Het oogenblik is snel in aantocht, waarop de Regeering zich rekenschap zal moeten geven van wat aan oorlogsschepen voor de maritieme verdediging van Nederlandsch- Indië noodig is en bij de Staten-Generaal een voorstel zal moeten indienen, dat Indië in staat zal stellen een krachtige verdediging van het eilandenrijk van zeezijde te kunnen voeren.
In den afgeloopen zomer benoemde het laatste Kabinet-Colijn een technische commissie, die in opdracht kreeg de verschillende denkbeelden omtrent de versterking van de maritieme verdediging van Nederlandsch- Indië op hun militaire beteekenis en financieele gevolgen te onderzoeken.
Deze commissie heeft onlangs haar rapport bij de Regeering ingediend.
Dit rapport werd met spoed aan de Indische Regeering om advies toegezonden, welk advies, naar de Minister-President onlangs in de Eerste Kamer...mededeelde, is binnen gekomen.
Het was dus een vergissing, toen de Minister van Defensie in de Memorie van Antwoord op de Defensiebegrooting op 4 Dec. l.l. verklaarde, dat het advies spoedig was te verwachten.
Inderdaad het advies is er.
In welke richting het rapport der technische commissie gaat: aanvulling van de vloot met groot- of klein materiaal, is buiten de Regeering en de daarbij betrokken ambtenaren aan niemand bekend, evenmin is iemand buiten de regeeringskringen op de hoogte van wat de Indische Regeering heeft gerapporteerd.
De stukken zijn geheim.
Dat de Regeering met de zaak grooten spoed wil maken, blijkt uit een mededeeling, reeds in de Millioenen-Nota gedaan, dat in elk geval voor het dienstjaar 1941 gerekend moet worden op een jaarlijksche meerdere uitgave van vermoedelijk ƒ 15 millioen ten behoeve van de versterking van de maritieme defensie in Indië. De internationale toestand, waarin op dit oogenblik de wereld verkeert, ook in den Indischen Archipel, is toch zóó, dat de gevaren, die Indië bedreigen, bij den dag grooter worden. Vandaar de drang om de defensieve kracht van Nederlandsch-Indië aan de zeezijde te verhoogen.
Op welke wijze nu de zeemacht van Indië voor de naaste toekomst zal moeten worden georganiseerd, is de vraag, die velen op dit oogenblik bezighoudt.
Doch de vraag, met welke strijdkrachten de Indische vloot zal worden versterkt, is eigenlijk geen vraag meer, omdat de doelstelling van de marine in Nederlandsch-Indië sedert de laatste 10 jaren geheel is gewijzigd geworden.
In 1927 luidde de doelstelling : „Indien Nederlandsch-Indië ondanks het ernstig pogen om buiten den oorlog te blijven, daarin toch betrokken wordt, zal de aanwezige weermacht met de voorhanden middelen zich zoo goed mogelijk tegen elke bezetting van ons gebied verzetten, in afwachting van den steun, die ons mocht worden verleend".
Op deze defensiegrondslag voor de weermacht pastte een vloot, zooals wij deze op dit oogenblik bezitten, een vloot van enkele kruisers, benevens van een aantal torpedoboqtjagers, onderzeebooten en vliegtuigen, alzoo eenscheepsmacht van klein materieel.
Maar zoo is op dit oogenblik de doelstelling der Indische zeemacht niet meer. Er mag tegenwoordig niet meer aan gedacht worden, dat steun van buiten zal worden verleend. De gebeurtenissen der laatste jaren hebben hel toch wel duidelijk gemaakt, hoe weinig zekerheid er bestaat, dat tijdige hulp zal komen opdagen.
Dientengevolge zal Nederland in een toekomstige oorlog in de Indische Archipel geheel op zichzelf aangewezen zijn.
De doelstelling van 1927 is radicaal veranderd. En met die verandering heeft ook de vloot van klein materiaal veel van haar beteekenis voor de Indische defensie verloren.
De Indische zeemacht behoeft groot materiaal. De vloot zal moeten uitgebreid worden met meerdere slagkruisers, dat is het eenige afdoende middel om het eilandenrijk in de Stille Oceaan te verdedigen.
Zoo denken ook verreweg de meesten, die tot oordeelen bevoegd zijn, over de oplossing van het materiaal-vraagstuk voor Indië.
Slagkruisers zijn de heerschers over de wateren. Tegen deze schepen is het gebrujk van duikboot en vliegtuig niet doeltreffend. Van de slagkruisers gaat een groote preventieve werking uit, welke vliegtuigen en ander klein materiaal missen.
Slagkruisers kosten echter veel geld.
Er worden ramingen gemaakt tot bedragen zelfs van ƒ 400 a 500 millioen toe. Doch de kosten zijn belangrijk lager. In een persconferentie, welke in het begin van November plaats had, gaven marine-autoriteiten voor het bouwen van drie slagkruisers het cijfer van ƒ 264 millioen, daaronder dan begrepen de aanschaffing van het lichte materieel, dat tot de organisatie van een slaigkruisersvloot behoort.
Natuurlijk blijft een bedrag van ƒ 264 millioen nog altijd zeer hoog. Te vergeten is daarbij ook niet, dat de drie slagkruisers ook heel wat geld kosten aan onderhoud, exploitatie en personeel.
Doch hoe dit alles ook zij, een slagkruisersvloot zal Nederland in staat stellen om met vertrouwen elke aanval op het eilandenrijk van Nederlandsch-Indië af te wachten. En dat vertrouwen moet er toch zijn bij de maritieme verdediging van Indië.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's