De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDBLIK BUITEN DE GRENZEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDBLIK BUITEN DE GRENZEN

4 minuten leestijd

Met een voortvarendheid die, ondanljs alles, weldadig aandoet, heeft de Volkenbond met de behandeling van het Finsch-Russische „conflict" een aanvang gemaakt. Reeds Maandag heeft de Volkenbondsvergadering de uiteenzetting van Holsti, de Finsche oud-minister van buitenlandsche zaken, die het bedreigde land te Geneve vertegenwoordigt, aangehoord. Als de Volkenbond daartoe de macht en het gezag bezat, dan zou ook het aanwijzen en het straffen van den schuldige in dit conflict, weinig tijd behoeven te vergen. Het is in dit geval al heel duidelijk, welke partij, in den zin van de Volkenbondsbepalingen, als „aanvaller" moet worden beschouwd. Om dit vast te stellen, behoeft men slechts de aanwijzingen te raadplegen, welke de Russische afgevaardigde Litwinoff, in een van zijn indrukwekkende Volkenbondsredevoeringen daartoe aan de hand heeft gedaan. Holsti heeft daar aan herinnerd. Als aanvaller moet worden beschouwd — aldus Litwinoff — een land, dat al dan niet na een oorlogsverklaring een inval doet in een ander land of diens kusten blokkeert en steun verleent aan groepen, die in zijn land een inval in een ander land voorbereidt, of weigert aan de activiteit dezer groepen een einde te maken op verzoek van dat andere land. Het schijnt wel, of de Sovjet-regeering deze punten nauwlettend heeft gevolgd, opdat er over de vraag : wie als aanvaller moest worden beschouwd, geen misverstand zou kunnen ontstaan. Bovendien zeide de toenmalige afgevaardigde der Sovjet-regeering nog, dat geen enkele overweging van politieken, militairen, economischen of anderen aard als verontschuldiging of rechtvaardiging van een aanval kan gelden.
Daar is geen speld tusschen te krijgen. De Finsche gedelegeerde toonde echter opperbest te begrijpen, dat het aanwijzen van den schuldige — al dan niet met behulp van Litwinoff's woorden — hier de hoofdzaak niet is. Hierover had de wereld zich bereids, zonder Geneve, een duidelijke opinie gevormd. „Het hoofddoel van het Finsche beroep op den Volkenbond" — zoo zeide Holsti, met de nuchterheid, welke den Noorderling eigen is — „is het middel te vinden, om de wereldsympathie in practische hulp om te zetten". Inplaats dat de Volkenbond dienovereenkomstig echter een doelbewuste en krachtige houding kan aannemen, is hij tot voorzichtig manoeuvreeren gedwongen. De overwegingen, welke Engeland en Frankrijk tot een zekere passiviteit ten opzichte van de Russische agressie hebben bewogen, laten uiteraard op hun houding te Geneve evenzeer invloed gelden. Zij hebben aan Duitschland reeds tezeer hun handen vol om Rusland uit zijn „neutrale" schuilhoek te drijven. Zelfs de Vereenigde Staten, die de Finsche regeering overigens moreelen en financieelen steun verleent, heeft geen lust Rusland openlijk tegen zich in het harnas te jagen. Toen Engeland de samenwerking met Rusland niet wenschte te betalen met het verkoopen van iets, dat het niet toebehoorde r de onafhankelijkheid der Baltische Staten, sloot Stalin vriendschap met Hitler, van wien hij zijn eischen wèl ingewilligd kreeg. En zoo zou het ook heel goed kunnen gebeuren, dat Rusland, wanneer het zich door de Westersche mogendheden al te zeer bedreigd achtte, met Japan onder één hoedje ging spelen. (Het is trouwens nog de vraag, of dit gevaar door een passieve houding bezworen kan worden geacht).
Intusschen wordt Finland „aan de heidenen overgeleverd". Er moet een wonder gebeuren om den ongelijken kamp niet op een overwinning voor den aanvaller te doen eindigen ; hoe uitstekend de Finnen materieel en moreel ook mogen zijn toegerust en hoeveel gebreken de Russen in beiderlei opzicht ook mogen vertoonen. Daarmede is tevens gezegd, dat de situatie voor alle kleine Staten uiterst hachelijk is. Nu. de landen, die hun „dynamische" politiek door den Volkenbond zagen veroordeeld, Geneve den rug hebben toegekeerd, kunnen de kleinere Staten van dit „internationaal centrum" minder dan ooit collectieve veiligheid verwachten. Zij hebben zelfs terdege op te passen dat hun aanwezigheid te Geneve niet als een „heulen met de geallieerden" wordt uitgelegd. De Oslo-staten hebben, blijkbaar op initiatief van Nederland, dan ook de voorzichtigheid betracht om aanstonds te verklaren, dat ze slechts over het Finsche probleem wenschen te spreken. En tevens gaf onze regeering te verstaan, dat ze aan eventueele sancties tegen den Russischen aanvaller geen medewerking zou verleenen. Waar de groote mogendheden zich „op de vlakte" houden, zou 't van ons kleine landje inderdaad onvoorzichtig en doelloos zijn om zich dreigend tegenover het onmetelijke Rusland te plaatsen. Maar desondanks doet het pijn, dat zulk een omzichtigheid ten opzichte van den brutalen aanvaller noodzakelijk is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDBLIK BUITEN DE GRENZEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's