Troost.
Zieken vragen om troost. In vroegere tijden bestond er zelfs 't bijzondere ambt van ziekentrooster.
Maar wat is nu eigenlijk troost ?
Ursinus geeft er in het Schatboek een mooie definitie van, treffend door zijn eenvoud :
„Troost is het goed, dat tegen een kwaad opweegt".
Scherp en juist.
Het kind bezeert zich en schreit van de pijn. Ge legt er een chocolaadje op en de pijn is vergeten. Ze is er nog wel, straks komt de blauwe plek, die bewijst, dat er wat gekneusd was. Maar het goed van de versnapering weegt zwaarder.
De smart is dieper, 'n snoeperijtje helpt niet meer. Maar moeder neemt het kind in de armen en sust. En 't is zoo heerlijk daar, bij moeder in het holletje, dat het snikken ophoudt en het straks weer gaat meepraten. Het goed heeft het leed verdrongen.
Zoo is de troost, die we noodig hebben, niet het ophouden van de pijn alleen, of het weer beter worden. Ik heb zooveel lijders gekend, wie dat nooit beschoren was en die toch gelukkig waren. Ze hadden wat anders gekregen : vrede in het hart, blijdschap in God. Trots hun lijden hadden ze dat ; in hun lijden ; misschien wel door hun lijden. En dat goed woog tegen het lijden op.
En de eenige troost in leven en sterven : „Dat ik niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen ben", laat de schaal omslaan, ja, doorslaan. Al lag ook al de smart der wereld aan de andere zijde opgestapeld.
Ds. VAN LEEUWEN.
(Uit : „Als ik niet had geloofd !")
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's