De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

9 minuten leestijd

En hij zwoer dat er geen tijd meer zal zijn. Openbaringen 10: 6b.

Bij de wisseling des jaars Geen tijd meer

Geen tijd meer.
Dat geldt van het jaar 1939.
Het leek aan het begin een zee van tijd, nog enkele uren en het jaar is voorbij. De gedachte daaraan moet toch wel een oogenblik ernst meebrengen. Wij vliegen op de wieken van onze herinnering door dat bijna voorbije jaar. Dat is voor menigeen een smartelijke vlucht. Als van zelf komen in uw herinnering die menschen, die geliefden, voor wie bleek geen tijd meer hier te zijn. En een wonde schiet in uw hart open. O, lezer bij den Heere is balsem zelfs voor de diepste wonde. We zien juist vandaag achteruit, en de teleurstellingen, de tegenheden, de verdrietelijkheden doemen op, en menigeen zucht bij de gedachte aan al zijn wedervaren. Wij hebben wellicht vandaag zoo'n mede lijden met onszelf! Zeker, het levensleed kan bitter zijn.
Toch als wij eenigszins geestelijk leven, zal het zuchten over onze ervaringen plaats maken voor een zuchten, over wat God van ons wedervoer.
Kreeg Hij van ons, waar Hij recht op kan laten gelden? Ontving Hij van ons 't billijke liefdebetoon ? Zag Hij ons wandelen op Zijn wegen, zooals Hij dat wil ? Schaamte moest het aangezicht van iedereen rood kleuren.
Daarover mochten we wel klagen, nu er bijna geen tijd meer óver is van 1939. Dat klagen mag wel hartelijk weeklagen worden bij de gedachte aan die ontelbare zegeningen van allerlei soort, die God ieder van ons, ja land en volk heeft geschonken in tegenstelling met andere volken.
Waaraan hebben wij het toch verdiend dat wij nog buiten den gruwelvollen oorlog gebleven zijn ?
Neen, niet klagen over God, maar klagen over ons zelf. Wordt dat klagen ook bij ons gevonden, vandaag op dezen dag ? Het is absoluut noodig.
Er is echter nog iets anders, wat ons ernstig moet stemmen vandaag. Het feit immers dat er van dat lange jaar geen; tijd meer over is, herinnert ons aan het woord van den Engel — boven afgedrukt — dat er eens totaal geen tijd meer zal zijn.
Er zal dus een dag aanbreken, die de laatste zal zijn. Dan zal de zon haar laatste baan beschrijven. Voor het laatst zal de menschheid die dan leeft aan haar arbeid beginnen. De staatsman zal dien dag zijn laatste staatsstuk teekenen, de handelsman zal nog eenmaal de beurs bezoeken, de landman nog eenmaal ten akker tijgen, en de knaap zal nog eens zijn schoolgang maken. Maar dan zal er ook voor niets meer tijd zijn. Alles zal op goddelijk bevel stilgelegd en beëindigd worden.
De orde van den tijd, zooals wij allen haar kennen, zal dan plaats maken voor de eeuwigheid. Het begrip tijd zal totaal vergaan en dat houdt natuurlijk het einde van alle dingen in. Dan zal alles gereed gemaakt worden voor den nieuwen hemel en aarde, waarop gerechtigheid wonen zal. Maar dan zal ook de plaats der buitenste duisternis haar kaken openen, om haar duizenden voor eeuwig te ontvangen. Er zal een moment komen, waarvan het in absolute zin geldt: „Geen tijd meer".
Mocht een ieder van ons dat geloovig aanvaarden.
In een machtig gezicht immers is de werkelijkheid daarvan geteekend geworden. Johannes zag voor zijn geest op Patmos een Engel staan op de zee en de aarde. Hij hief zijn vinger ten hemel gericht en Deze zwoer toen bij den eeuwigen God en Schepper van alle dingen, dat er geen tijd meer zou zijn.
Nu heeft menigeen gezworen iets te doen, het bleek weldra grootspraak te zijn. Hij was niet in staat zijn eed te houden. Deze bezweerder zal in staat zijn zijn woord te vervullen. Om dat te toonen, verscheen de Engel aan Johannes in een geweldige gedaante. Zijn gestalte was van dien aard, dat Hij stond op de zee en de aarde tegelijk. Daarnaast was zijn aangezicht een zon gelijk, zijn voeten waren als pilaren van vuur. Het geheel diende ongetwijfeld om den Heere Jezus af te beelden, met macht bekleed, in staat om Zijn eedszwering uit te voeren. Laat ons het aannemen daarom: Het oogenlblik komt, dat er geen tijd meer zal zijn, waarin ieder mensch van den tijd overgezet zal worden in de eeuwigheid, in een eeuwige heerlijkheid of een eeuwige rampzaligheid.
In de eerste zal het geluk en genieting in God Drieëenig onbegrensd zijn, in de laatste zal de smart, de wroeging een eeuwigdurende foltering zijn.
Op de vraag : Welk tijdstip zal de eeuwige bedeeling inluiden? moeten we een precies antwoord schuldig blijven. Gods Woord zegt ons alleen, dat vooraf groote rampen de wereld zullen treffen, en de goddeloosheid verschrikkelijke afmetingen zal aannemen: Zoowel het een als het ander kunnen we in onzen tijd opmerken.
De vernietiging van menschenlevens vindt op groote schaal plaats, en de Anti- Christ roert zich geducht. Wij kunnen dan ook gerust vaststellen dat die laatste dag niet bijster lang op zich zal laten wachten, maar of het nu 2 dagen, 25 of 50 of 100 jaar zal duren, we weten het niet.
Wil dat zeggen, dat daarmee het woord: Geen tijd meer - voor ons nu geen beteekenis heeft ?
Verre van dat.
Immers de Schrift zegt ons toch ook, dat wanneer onze dood komt, wij op het moment van ons sterven, ook overgezet worden in de eeuwigheid. Dan zal er ook voor ons geen tijd meer zijn. Degenen, die vaak onverwacht en ongedacht ons dit jaar ontvallen zijn, vertoeven nu ook in één van beide oorden, waar geen tijd meer is.
Die dood kan ook ons zoo onverwacht in dit nieuwe jaar ophalen.
Wat zegt ons hart daarop, waarde lezer? Niets ? Treurig. Gij zijt dan onverschillig voor tijd en eeuwigheid. Straks zal uw hart zeker ontwaken uit die roes van onverschilligheid, maar dan zal het wellicht voor eeuwig te laat zijn.
Ongetwijfeld zegt menig hart : „Wat vreeselijk zou het zijn, wanneer voor mij weldra geen tijd bleek te zijn. Verschrikkelijk! Het leven is me zooveel waard. Ik ben er zoo aan gehecht. Al heb ik een zwaar leven, rijk aan moeite en teleurstelling, toch zou ik hier nog graag wat blijven. Het leven geeft toch ook zooveel goeds en wereldsch genot en geluk''.
Ja, dan ontzinkt u op het moment, dat er geen tijd meer voor u zal zijn, alles. Dat is erg. Erger is het, dat gij dan neerdalen zult in de eeuwigheid van rampzaligheid. Want uw spraak maakt u openbaar, dat ge met God niet verzoend zijt geworden, dat de wereld voor u alles is, en niet de Heere, zooals het moest zijn.
„Geen tijd meer".
Wat zegt uw hart hierop ?
„O, dat de Heere dan toch zelf overkwam tot mijn zondige ziel, om mijn hart te zuiveren en mijn schuldbrief te verscheuren. Daar heb ik vaak om gebeden onder tranen en zuchten. Tot nog toe echter schijnbaar zonder succes".
„Schijnbaar", zegt ge zelf reeds.
Zoo is het ook.
De Heere hoorde elk van uw noodkreten, maar Hij verhoort op Zijn tijd het gebed van een berouwvol zondaar. David zegt toch 'in Psalm 69: „Gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven. Want de Heere hoort de nooddruftigen en Hij veracht Zijn gevangenen niet".
Mocht ge niet twijfelen aan Gods Woord, maar vraag : „Heere, kom haastig. Weldra zal er anders geen tijd meer zijn om U voor Uw verlossing en vrijmaking te loven in het midden van een Gode vijandige wereld''.
Hij zwoer : „Geen tijd meer".
Die eed moest voor ieder waar geloovige heerlijke muziek in de ooren zijn. Immers elke dag brengt toch voor een wedergeborene liefelijke zegeningen van Gods kant, maar hij verzondigt het elken dag. Hij moet belijden dat de zondenmacht hem nog dikwijls verleidt; dat de oude natuur weer doorbreekt en dat zijn kracht om God welbehagelijk te leven, zoo gering is. Zijn ziel kleeft dikwijls aan het stof. De Heere moet gedurig zich eenigermate terugtrekken. En nu moest het voor elk, die weet, dat hij in Christus met God voor eeuwig verzoend is, zoo'n heerlijke bemoediging zijn, te lezen : „Weldra zal er geen tijd meer zijn".
Zoo was het ook voor Paulus : „Ik wenschte wel ontbonden te zijn en met Christus, dat is zeer verre het beste". Dat woord moest een kind des Heeren vooral ook lieflijk zijn, omdat er dan toch voorgoed een einde zal komen aan den strijd, die Satan met al zijn trawanten onder menschen en geesten voert tegen den heiligen God. Menig kind des Heeren is nu zoo vaak anders gestemd; hij slaat zijn pinnen soms zoo diep in de aarde. Zeker, hij heeft hier zijn taak, hij moet zijn loopbaan hier loopen, maar hij moest toch ook eiken dag hier zich vreemdeling en bijwoner weten, die eiken dag ook bad : „Uw Koninkrijk kome". En de eere Gods gaat ook dikwijls een kind des Heeren zoo weinig ter harte!
Mocht deze afwijking vandaag met schaamte beleden worden. En mocht de begeerte doorbreken, ziende op het verzondigde jaar, om bij de jaarwisseling den Heere te danken voor de heerlijke toezegging : straks geen tijd meer voor nieuwe struikelingen, voor nieuwe zonden, voor nieuwe verloocheningen, maar straks uit genade deel aan een eeuwigheid, waar zelfs geen enkele zondige gedachte meer zal opwellen, waar geen rouw, geen droefheid zal heerschen, maar waar God-Drieeenig alles in allen zal zijn.
Dat is een zalig vooruitzicht.
Dat vooruitzicht kan ook nog het uwe worden, lezer. Bij God zijn toch alle dingen mogelijk. Gebruikt toch den tijd, die God u nog schenken wil, biddende en zoekende. Weldra is er voor u geen tijd meer, maar nu leeft ge nog in het heden der genade, waarin wij u op deze wijze nog namens Christus Wet en Evangelie mochten brengen.
Wendt u dan toch tot dien geboren Christus met de bede van een Bartimeüs, die geen tijd verloor en zich door menschen niet liet weerhouden, maar riep : „Gij, Zone Davids, ontferm U mijner !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's