De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

6 minuten leestijd

(Met toestemming Uitgever J. H, Kok te Kampen)
„Als men wat ouder wordt, leert men de dingen wel eens een weinig anders inzien, dan wanneer men nog zoo echt jong is" — kwam Nienke vorschend.
„'t Zit niet enkel in den leeftijd, Nienke ; iemand kan wel heel oud zijn en toch geen lust hebben in de kennis van de wegen des Heeren. 't Komt, doordat God zélf mij de oogen geopend heeft voor de heerlijkheid van Zijnen dienst en mij de dierbaarheid van het geloof deed verstaan".
Daar, nu was 't er uit. Zooals zij het nog nooit, tegen niemand, gezegd had. Met verbaasden blik hoorde Nienke naar deze eenvoudige, maar openhartige belijdenis.
„Wat ben ik daar blij om. Mini", sprak zij en drukte haar de hand. Daarop vervolgde zij: „'k Wist er niets van, dat deze verandering bij je had plaats gegrepen, maar ik dank er God voor". En toen vertrouwelijk : „Meermalen heb ik voor je gebeden. Mini, dat de Heer je weer oprichten wilde en je jonge leven voor je zélf en de familie wilde sparen, maar bovenal, dat Hij je wilde voorbereiden voor de eeuwigheid en niet onbekeerd van hier nam".
Bij deze woorden zagen zij beiden elkander oog in oog en ook, hoe bij beiden een stille traan glinsterde.
„Daar dank ik je voor, Nienke ; 'k heb het nooit geweten, dat in het dorp zóó aan mij 'gedacht werd, en allerminst dit bij jou gezocht".
„'t Is geen verdienste van mij, maar als men zelf den Heiland heeft leeren liefkrijgen, heeft men dat ook zoo gaarne van een ander, 'k Zou wel willen, dat heel Zevenhuizen den Heere Jezus leerde kennen als de Zaligmaker van zondaren".
k Heb het vroeger nooit kunnen denken, Nienke, dat het geloof in Hem een mensch zoo gelukkig maken kan onder alle omstandigheden van 't leven. Je moet het eigenlijk eerst ondervinden, vóórdat je het weet".
„Dat is volkomen waar. Iemand, die blind is, kan niet over de pracht der kleuren oordeelen; en iemand, die doof is, heeft geen oor voor mooie muziek, en iemand, die het geestelijk orgaan mist, weet niet, wat het geloofsleven in zich sluit".
„Zoo is het. Vroeger dacht ik altijd, dat de godsdienst iets was, dat er zoowat bij hoorde, evenals b.v. een mode-artikel en waardoor men te kennen gaf een fatsoenlijk, ordentelijk mensch te zijn ; maar sinds eenigen tijd weet ik het anders en dieper, 't Is niet iets, wat er buiten omheen zit, maar wat door je héén is gegaan. Dwars door je héén — en je innerlijk geheel verandert, vernieuwt, zoodat je een ander mensch schijnt te worden".
„Daarom noemt de Bijbel dit ook de wedergeboorte, 't Is een geheel nieuw leven in ons, waardoor het oude op den achtergrond komt en altijd minder wordt. Tenminste, als het echt is en gaat, zoo het hoort".
„'k Lig daar veel aan te denken, Nienke, en mag mij o zoo graag daarin verdiepen, 't Is precies zooals Nellie van Kol het zoo mooi zegt : „'t Werd feest in mijn ziel, want de Heiland kwam in". Alleen heb ik wel eens deze vrees, dat mijn dankbaarheid niet groot genoeg is, en wanneer ik weer beter mag worden, de wereld mij weer zóó zal aantrekken, dat zij opnieuw de overhand over mij krijgt".
„Dat gevaar bestaat zéker, maar het hoeft ons niet te treffen. Mini. Wanneer het een werk uit God is, dat in ons werd tot stand gebracht, dan zal het niet verbroken worden".
„'t Is zoo jammer, dat men met zoo weinig menschen hierover spreken kan, Nienke. Bij jullie thuis verstaat men elkaar, maar in zoo menig gezin is daartoe geen gelegenheid".
|Hier schenen hare gedachten af te dwalen. Een somber floers trok over het gelaat van de kranke. Zij dacht aan eigen omgeving — en Nienke begreep. „God is machtig, ook meerdere harten voor Zijn Woord en dienst te ontsluiten", sprak zij op zachten toon. Daarop vertrouwelijk : „Sta je hier geheel alleen. Mini ? "
Even zweeg de kranke. Toen sprak zij : „Geheel alleen niet. Moeder voelt wel met mij, waar het heen moet en vooral, sinds dat ds. Buitenveld zoo ernstig gepreekt heeft over de gelijkenis van dien man, die op den weg van Jeruzalem naar Jericho door moordenaars overvallen werd, schijnt er eene verandering bij haar plaats te hebben en gaat er meer in haar om, dan zelfs de naaste omgeving weet".
„'t Was de preek van : Een zeker mensch", vulde Nienke aan, en kleurde, hetwelk Mini in het licht van de schemerlamp niet ontging.
„En dan heb ik ook veel aan Tjerk", vervolgde zij. „Tjerk en ik zijn altijd dikke vrienden geweest. Hij is toch zoo'n beste jongen. Als mij mij ergens plezier mee doen kan, dan laat hij dit niet en al de boeken, die ik lees, verslindt hij ook. In Tjerk zit ook wel iets goeds".
„Heerlijk, dat je dan toch niet geheel alleen staat. Mini ; je kunt dan nog eens een woord kwijt worden, en wie weet, welke gevolgen het nog heeft". „Maar ik zou zoo graag zien, dat we het hier hadden als bij jullie, waar men allen één is in het belijden. Vader heeft het over het algemeen veel te druk met zijn boerderij en laat zich er nooit over uit, hoe hij denkt ten opzichte van den godsdienst en de eeuwige dingen ; en Gabe en Maai, dat weet je wel".
Hier betrok haar gelaat en verviel zij in diep nadenken. Ja, dat wist Nienke wel. Dat wist zij maar al te goed. Was onlangs op een avond, bij gelegenheid, dat het in 't naburige Westergoo kermis was, het geheele dorp niet op één end geweest, zoodat de veldwachters handen vol werk hadden, doordat Gabe met nog een paar van zijn vrienden begonnen waren te wrokken, met gevolg, dat het ten slotte een formeele vechtpartij werd, gevolgd door een proces-verbaal ? De couranten hadden er nog over geschreven, waarbij wel niet de namen van de oproermakers voluit stonden, maar de voorletters zeiden genoeg en Pier Boukes, de koster, had bij hen thuis met geuren en kleuren de heele toedracht der zaak verteld.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's