De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZWARE TIJDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZWARE TIJDEN

9 minuten leestijd

(Vervolg).

In het vorige artikel stonden wij stil bij 't geen Christus ons aangaande de toekomst heeft geopenbaard. Met kalme majesteit heeft Hij de ontwikkeling van de toekomst gadegeslagen. Van de oorlogen en van de geruchten van oorlogen en van de hongersnooden en pestilenties heeft Hij gezegd, dat ze geschieden moesten, en nog was het einde niet.

Ook de apostel Paulus heeft geprofeteerd over de toekomstige dingen. In het 3de hoofdstuk van zijn brief aan Timotheüs schrijft hij : „En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden".

Aan het slot van het vorige hoofdstuk had de apostel den jongen Timotheüs liefdevol vermaand om vriendelijk te zijn jegens allen. Was van den Heere Jezus voorzegd, dat Hij noch twisten noch roepen zou, noch Zijn stem verheffen op de straten, ook aan Timotheüs houdt hij het voor, dat een dienstknecht des Heeren niet moet twisten.

Met recht heeft de kantteekening er bij opgemerkt, dat men niet veel krakeels moet maken om ijdele dingen en dat men de waarheid niet met twistig kibbelen moet willen voorstaan. Het is veel meer noodig dat de dienstknechten van den Heere Jezus met zachtmoedigheid zullen onderwijzen degenen, die tegenstaan, of God hun te eeniger tijd bekeering gave tot erkentenis der waarheid, en zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijn wil. Zie 2 Tim. 2 vs. 24—26. Met de sombere profetie van de nadering van zware, donkere tijden, heeft de apostel Paulus toch stellig willen verhinderen, dat de verwachtingen van den jongen Timotheüs te hoog gespannen zouden worden.

Ook nu zijn er nog wel velen te vinden, die inderdaad meenen, dat de Kerk hoe langer hoe grooter en krachtiger zal worden, ket Woord Gods zal het ongeloof volkomen overwinnen en alle knie zal zich straks, reeds onder deze bedeeling, buigen voor Koning Jezus. Niets is echter minder waar dan dat. Daarom moet Timotheüs het ook goed welen, dat in de laatste dagen zware tijden ontslaan zullen. Ook in den tweeden brief van Paulus aan de Thessalonicenzen spreekt de apostel van de komst van den antichrist. Nu zou die antichrist echter niet eerder komen, voordat de afval gekomen was. Nu zijn er alle eeuwen door afvalligen geweest.

We lezen van Demas, dat hij de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen en dat hij Paulus den rug heeft toegekeerd. Maar in den tweeden brief aan de Thessalonicenzen heeft de apostel toch zeker het oog op de afval, d.w.z. de groote, massale afval, zooals die zich in het laatste der dagen openbaren zal.

We kunnen zeggen, dat de banier des Evangelies geplant wordt onder de woeste heidensche volkeren, maar daar staat tegenover, dat in Klein-Azië, waar de bekende zeven gemeenten van den Heere Jezus gevonden werden, van het Christendom zoo goed als niets meer is overgebleven. Niet minder droevig is het gesteld met de cultuurvolkeren van Europa, die toch allen nog den Christennaam heeten te dragen. En nu denk ik nog niet eens aan Rusland, waar hel er buitengewoon grof naar toe gaat, waar men besloten is om den naam van Jezus absoluut uit de volksziel uit te roeien. Neen, neem maar de landen van West-Europa, waar het zaad der Hervorming het beste wortel heeft geschoten. Werp maar eens een blik op ons eigen vaderland. Het aantal van hen, die zeggen, dat ze bij geen enkele Kerk willen behooren, blijkt bij elke 10-jaarlijksche volkstelling grooter.

Ja, die schrikbarende afval vertoont zich ook al in die geslachten, die tot op heden nog de naam van kerkelijk en godsdienstig droegen. De geest van het historisch materialisme heeft duizenden bevangen. Duizenden, die eigenlijk niet eens weten, wat deze wereldbeschouwing inhoudt, zijn het echter daarover eens, dat dit hun aller leuze moet wezen : „Geen God en geen Meester !"

Met de oude tradities wordt gebroken. Met wat men thuis heeft geleerd, wordt voorgoed afgerekend. Men spot met den godsdienst. ,,Het is toch immers allemaal maar huichelarij", zoo beweert men. En de weinige oprechten, die er onder de godsdienstigen gevonden worden, zijn toch eigenlijk niet anders dan beklagenswaardige sukkels", zoo leert men. Voorwaar, de zuigkracht van het ongeloof op de jonge levens is groot. Menigeen scnaamt er zich voor om er voor uit te komen, dat hij nog in God gelooft.

Welnu, de Schrift voorspelt het, dat er in het laatste der dagen zulk een massale afval te wachten is. En als wij dan rondom ons dien afval gadeslaan, dan mogen we wel acht geven op het profetische Woord.

Op de dorpen, waar men nog trouw meeleeft op kerkelijk gebied, openbaart die afval zich nog niet zoo erg als in de groote sleden. Toch zijn er ook ai tientallen dorpen in N. Holland en Groningen eu Drenthe, waar de bevolking in zijn geheel zoo goed als ontkerstend is. Het breken met God en Zijn Woord openbaart zich natuurlijk op allerlei terreinen des levens. Men leze slechts wat de apostel op de profetie van het ontstaan van zware tijden in de laatste dagen laat volgen. „Want de menschen zullen zijn liefhebbers van zich zelf, geldgierig, laatdunkend, hoovaardig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden, verraders, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods ; hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben".

Ik geloof stellig niet, dat we hier te doen hebben met een beschrijving van het schandelijke leven van hen, die met God en Zijn Woord volkomen gebroken hebben. Immers onder al hetgeen genoemd wordt, lees ik ook „hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben".

Stellig ziet de apostel op het leven van schijn- en naam-Christenen.

Helaas, de beschrijving, die de apostel van hen gegeven heeft, beantwoordt volkomen aan de werkelijkheid. Wat openbaart er zich in onze dagen een zondige eigenliefde. Zelfs onder de verschillende kerkelijke groepeeringen onderling. Helaas, ook dat is een ramp van de laatste dagen, dat Gods Kerk in de branding van dit wereldleven zoo jammerlijk verdeeld is.

Als de apostel ze geldgierig noemt, denk ik aan de groote macht van den Mammon. Misschien niet één van de afgoden van deze eeuw, die zulk een macht bezit als de Mammon. Het geld verantwoordt alles en óm geld en mèt geld doet men alles.

Bij het woord „laatdunkend" denk ik aan hen, die zich als wat groots bij anderen trachten voor te doen. Lezen we niet in Hand. 5 vers 36 : Want vóór deze dagen stond Theudas op, zeggende dat hij wat was. Deze Theudas is al de voorlooper geweest van de laatdunkenden uit de laatste dagen. En wat komt ook de hoogmoed onder de kerkelijke menschen tot een verschrikkelijke openbaring. Waar is de ware ootmoed en nederigheid, kostelijke sieradiën van een kind van God ? En de lastertongen zwijgen niet. Wie toch is die ongenoemde „men". Waar woont hij toch ? En wat is zijn huisnummer. Die „men" is altijd maar aan het woord. Men zegt. Men hoort. Men beweert. Men fluistert. Het is altijd weer diezelfde Men, die zelfde vuile lasterlijke Men.

Met recht klaagt de apostel over de ongehoorzaamheid aan de ouders. In vele gezinnen wordt er door de ouders over geklaagd, dat de kinderen eigenlijk den baas spelen. Reeds als kind verzetten velen zich tegen het gezag, dat de natuur zelf leert eerbiedigen. Het is het voorspel van de spotternijen met alle gezag, als ze mannen zijn geworden.

De apostel teekent hen ook als ondankbaren. Omdat men blind is voor eigen zonden en geen oog heeft voor het recht Gods, kan het niet anders of al wat men geniet, beschouwt men als iets waarop de mensch zijn rechten kan laten gelden. Over datgene, wat hij mist, meent die blinde mensch zich naar recht te kunnen beklagen. O, wat wordt het anders, als de oogen maar eens open mogen gaan. Dan zullen we van al onze rechten afstand moeten doen. Dan zijn het allemaal verbeurde gaven en zegeningen. Alleen dan wordt de dankbaarheid pas recht geleerd.

Onheiligen noemt de apostel hen, omdat ze van de ware godsvrucht en vreeze des Heeren ontbloot zijn. En als men een mensch is zonder natuurlijke liefde, hoe zal men dan de geestelijke liefde kunnen beoefenen ? Van verbond en verzoening willen ze niet weten. Men koestert wraak. Ze zijn hatelijk en elkander hatend. Als achterklappers scheppen ze er een vermaak in anderen de kroon van het hoofd te rukken en andere fouten en gebreken aan de kaak te stellen.

En zoo voortgaande, komt de apostel tot de droeve eindconclusie, dat de zoodanigen een gedaante van godzaligheid hebben, maar de kracht derzelve verloochend hebben.

Lezers, het is niet genoeg, dat we na het lezen van deze aangrijpende woorden ook den blik rondom ons werpen om te zien of er ook vele zulke menschen gevonden worden, om tenslotte daaruit te concludeeren, dat we in het laatste van de dagen gekomen zijn.

Neen, bovenal is noodig, dat een ieder zich zélf onderzoeke, of ook zijn eigen droevig beeld door den apostel geteekend is. Immers als bij het ontdekkend genadelicht een der lezers de schrik om het hart mocht slaan, dan is het nu nog tijd om naar dien Heiland te vluchten, die Zijn leven aan het kruis heeft gegeven om arme zondaren te zaligen. Wie in de zonde voortleeft, bedenke, dat de tijd der genade misschien maar kort meer is. Het Woord des Heeren zegt : Heden, zoo gij Zijne stem hoort, verhardt uw harte niet, maar laat u leiden !

En Gods kinderen van deze donkere eeuw wordt het in het Woord des Heeren toegeroepen om voorzichtig te wandelen en den tijd uit te koopen, dewijl de dagen boos zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

ZWARE TIJDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's