De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE STAATSLEENING 1940

5 minuten leestijd

Bij al de zorgen, waaronder de Regeering gebukt gaat, zoo b. v. ten aanzien van het overwinnen van de moeilijkheden, die zich dagelijks op internationaal gebied voordoen,

DE STAATSLEENING 1940

Bij al de zorgen, waaronder de Regeering gebukt gaat, zoo b. v. ten aanzien van het overwinnen van de moeilijkheden, die zich dagelijks op internationaal gebied voordoen, als ten opzichte van de zorg voor de paraatheid van 's lands weermacht en de beslrijding van de werkloosheid, om slechts deze twee onderwerpen van overheidsbemoeiing te noemen, kwam nu nog dezer dagen de mislukking der Staatsleening, waarvan de inkomsten tijdelijk in den nood der schatkist hadden te voorzien.

Van de totaal gevraagde ƒ 240 millioen  - naar bekend is, waren reeds ƒ 60 millioen bij de Rijksfondsen geplaatst — werd slechts ƒ 100 millioen door het publiek afgenomen, zoodat niet minder dan het bedrag van ƒ 140 millioen ongeplaatst bleef.

Dat dit resultaat van de eerste leening, die sedert de weermacht gemobiliseerd werd, een groote teleurstelling was, is in de pers niet onder stoelen en banken gestoken.

Er mocht toch op worden gerekend, dat het Nederlandsche volk in dezen oorlogstijd, waarin ook zijn bestaan op het spel staat, de Regeering het geld zou hebben gegeven, dat zij voor de financiering van de landsverdediging en ter bestrijding van de werkloosheid behoeft.

Te méér was voor deze gedachte aanleiding, nu de bezitters van de leeningstukken bovendien nog de faciliteit kregen, dat de stukken in betaling konden worden gegeven ter voldoening van de aanslagen in de vermogensbelasting en verdedigingsbelasting .

De Regeering publiceerde toch in het leeningsplan, dat van 2 Januari 1940 af, de mogelijkheid beslaat van het voldoen van vermogens- en verdedigingsbelasting I door middel van obligaties van de leening, die voor de nominale waarde (de waarde van de schuldbekentenis, zooals zij daarop is uitgedrukt) in betaling worden aangenomen. Zelfs zou iedereen bevoegd zijn, zoowel zijn eigen aanslag als dien van een ander op deze wijze te betalen, waarbij het niet ter zake deed, op welk belastingjaar de aanslag betrekking heeft.

Van deze faciliteit gaat alzoo een optrekkende kracht uit, die de koers van de stuk­ ken om en bij de nominale waarde der obligaties zal doen blijven. Kapitaalverlies is dus vrijwel uitgesloten, mits de belasting-faciliteit ook niet aan volgende leeningen verbonden wordt, wat van dit Kabinet niet te verwachten is.

Doch ondanks, dat de leening een oorlogsleening was en aan het nemen van stukken nog een geldelijk voordeel verbonden was, werd de leening toch niet anders dan een volslagen mislukking.

Waaraan deze mislukking is toe te schrijven ? Welke omstandigheden de leening niet hebben doen slagen ? daarover wordt verschillend gedacht en geoordeeld.

Sommigen tot oordeelen bevoegden meenen, dat de aandacht van het publiek niet voldoende gevestigd is geworden op het feit, dat bij deze leening een beroep werd gedaan op de vaderlandsliefde van ons volk, teneinde de Regeering de noodige middelen te verschaffen, die dienen moeten om de kosten der mobilisatie ter handhaving van onze zelfstandigheid te kunnen betalen en dat door onvoldoende voorlichting vele beleggers de bepaling betreffende het betalen van belasting met stukken van de leening niet op haar juiste waarde hebben geschat. Grondiger voorlichting, desnoods versterkt door een radio-rede van den Minister-President, had de leening tot een .succes kunnen maken.

Al deze financieele specialiteiten zoeken de oorzaak van de mislukking der Staatsleening in de omstandigheid, dat het publiek, omdat het niet anders en beter was voorgelicht, zich bij het inschrijven op een zuiver zakelijk standpunt stelde, met het gevolg, dat de inschrijvingen vooral van de zijde der beleggers van groote lichamen als verzekeringsmaatschappijen, handelsondernemingen en dergelijken, öf niet plaats vonden óf geheel onvoldoende waren.

Aan belangstelling van het gewone publiek heeft het niet ontbroken. De aanwijzingen zijn er, dat zoowel de particuliere beleggers als de spaarders in zeer grooten getale op de leening hebben ingeschreven.

Naast de redenen nu, die er toe geleid hebben, dat de leening niet slaagde, staat thans de vraag betreffende de gevolgen, die uit het mislukken der leening voortvloeien.

En dan staat dit wel vast, dat door het fiasco, dat de leening gemaakt heeft, het Overheidscrediet ernstige schade heeft geleden, wat niet zonder bedenking is. Een herhaling kan en mag dan ook niet meer plaats hebben.

Minister De Geer verklaarde na den uitslag in een persgesprek, dat men met de leening te maken had met een proef, zooals die nergens — ook niet in Nederland tijdens den wereldoorlog van 1914-1918 — genomen was. Die proef is mislukt, zoo zeide de Minister, wat bewijst, dat men te hoog gemikt heeft met zijn vertrouwen in de mentaliteit (geestesgesteldheid), der geldbeleggers te stellen.

Doch met deze verklaring van den Minister-President is de zaak niet in orde gebracht. De mislukking moge verklaarbaar zijn, doch het échte (de tegenslag) werd daarmede niet weggenomen.

Het zal nu een gedwongen leening, een leening, zooals men die noemt, met den „stok achter de deur" moeten worden. Jammer, en dit zij nog eens gezegd, dat de Staatsleening 1940 door gebrek aan activiteit mislukte.

Intusschen is het te hopen, dat de komende leening zoó zal slagen, dat „de stok" niet behoeft gebruikt te worden. Voor de veiligheid des lands zullen groote offers moeten worden gebracht.

Dezer dagen meldde nog een bericht van de Regeeringspersdienst onder 't opschrift „Nederlands zelfstandigheid onaantastbaar", „dat over Neerlands onaantastbaarheid niet te onderhandelen valt, en dat elke aanrander van 't Nederlandsch grondgebied den meest hardnekkigen weerstand onzer wapenen zal ontmoeten, van welke zijde de aanval ook moge komen". Ons volk heeft achter de Regeering te staan. Ook als de Regeering de middelen behoeft om krachtigen weerstand te kunnen blijven bieden.

De Heere zegene de pogingen, die voor het behoud van de zelfstandigheid van Neêrlands grondgebied moeten worden aangewend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's