De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

een wonderlijke houding

4 minuten leestijd

EEN WONDERLIJKE HOUDING

Het doet wel wat wonderlijk aan, wanneer men kennis neemt van wat in „Het Volk", het orgaan van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij van 5 Januari, gezegd wordt in een artikel over „Kamer en Leger". Daarin leest men :

„Vele meeningsverschillen zijn in het openbare leven van 'ons land aan te wijzen, maar over één ding is de overgroote meerderheid van ons volk en zijn Volksvertegenwoordiging het eens : in de gegeven internationale omstandigheden is het vóór alles noodig, dat onze weermacht in staat is om, als het noodig moest zijn, de onafhankelijkheid van het land en de vrijheid van zijn burgers tot het uiterste te verdedigen. Hoeveel geld en persoonlijke offers de landsverdediging ook vraagt, men zorgt, dat het noodige wordt gedaan, omdat een ieder de stelling onderschrijft : onze weermacht moet paraat zijn".

In gelijken geest liet ook het Sociaal-Democratische lid van de Eerste Kamer, de heer De Zeeuw, zich op 29 November l.l. in dit hooge college uit, toen hij zeide : „dat, indien onze neutraliteit geschonden wordt, wij ons daartegen zoo sterk mogelijk moeten verzetten".

En het was niemand minder dan de oud- Minister, de heer Slingenberg, die als voorzitter van den Vrijzinnig-Democratischen Bond op de jaarvergadering van dien Bond op 25 November ten aanhoore van een groot aantal partijgenooten dit betoogde :

„Met vastberadenheid en diep overtuigd van ons goed recht, zullen wij voor onze onafhankelijkheid en voor onze vrijheden zoo noodig lijden en strijden. Doch om ons krachtig te kunnen verweren en om te kunnen strijden, is een parate weermacht noodzakelijk"..

Het wonderlijke van het geval zit nu hierin, dat, wanneer ons volk in de voorbijgegane jaren geluisterd had naar de roepstemmen en verkiezingsleuzen van Sociaal-Democraten en Vrijzinnig-Democraten en deze indertijd hadden getriomfeerd, Nederland op dit oogenblik geen weermacht zou bezitten. Er zou dan geen Nederland meer zijn en met de vrijheid ware het gedaan geweest.

Want wie denkt niet aan de ontwapeningsleuzen van de beide genoemde partijen en ook niet aan de „dappere ongehoorzaamheid van Ir. Albarda ? Diezelfde mannen van een paar jaar geleden, van „geen man en geen cent" voor de defensie, hebben thans tegen het voteerea van de millioenen geen bezwaar.

En wie herinnert zich niet, wat de Vrijzinnig-Democraat, het bondsblad der partij, op 28 Januari 1933 schreef :

Wanneer wij de komst der ontwapening willen bevorderen, dan moeten wij zorg dragen, dat wij in de regeering zelf invloed kunnen gaan uitoefenen op het militair beleid. Als voorstanders van de nationale ontwapening zitting nemen in een Kabinet, hebben zij in de eerste plaats zorg te dragen, dat in ieder geval de omvang van onze mililaire uitrusting tot kleinere proporties wordt teruggebracht. (Cursiveering van ons, Red.). Weigert men aan dezen eisch te voldoen, dan zullen de voorstanders natutinijk hun medewerking moeten weigeren. Is echter toegegeven, dat het militair apparaat moet worden ingekrompen, dan is daarmede reeds de eerste schrede op den goeden weg gezet".

Zoo spraken b.v. de Vrijzinnig-Democraten in het jaar 1933, toen het Kabinet-Colijn optrad, dezelfde mannen, die nu in het jaar 1939 spreken van „lijden en strijden" voor onze onafhankelijkheid, voor onze vrijheden, en een parate weermacht noodzakelijk achten. Een weermacht, leger en vloot, stampt men toch zoó maar niet uit den grond ! Ware het maar niet beter, dat Sociaal-Democraten en Vrijzinnig-Democraten in deze dagen er het zwijgen aan toe deden en niet zoo hoog van den toren bliezen. Dat Nederland thans in staat kan zijn, zijn onafhankelijkheid, zijn neutraliteit en zijn zelfstandigheid te bewaren, is heusch niet te danken aan Vrijzinnig-Democraten en Sociaal-Democraten.

Natuurlijk zouden wij anders over hun optreden van dit oogenblik spreken, wanneer de beide groepen hun „peccavi" hadden laten hooren ; wanneer zij gezegd hadden : wij hebben verkeerd de zaken ingezien en dientengevolge onjuist gehandeld. Elk mensch kan dwalen, ook een politieke partij. Doch Vrijzinnig-Democraten of Sociaal-Democraten willen van het boetekleed niet weten. Daarom noemden wij hun houding wonderlijk.

Hoe gansch anders zou ons land er op dit oogenblik voorstaan, wanneer ons volk zich vanaf het sluiten van den vrede te Versailles in 1918, op den nieuwen oorlog had voorbereid. Dan zou in de huidige omstandigheden het geheele volk weerbaar zijn.

God heeft Nederland een eigen plaats onder de zon gegeven en voor ons volk een eigen laak weggelegd. Die goederen hebben wij in de kracht des Heeren tot het uiterste toe te verdedigen. Ook een kleine Staat is in de bewarende hand Gods machtig.

Dezelfde God, die Gideon redde en dezen held in staat stelde de Midianieten te verslaan, bestuurt nog den loop der dingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's