De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontaarding van het gezinsleven !

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontaarding van het gezinsleven !

7 minuten leestijd

Elk organisme is weer opgebouwd uit allerlei kleinere cellen. Als men met een microscoop verschillende organismen bekijkt, staat men verbaasd over dat kunstige bouwwerk. Eén cel beteekent op zichzelf zoo goed als niets, en toch, de hoedanigheid van die verschillende enkele cellen bepaalt ten slotte den toestand van het geheel.

De maatschappij wordt ook gevormd door zulk een reusachtig aantal van die kleine cellen, die we gezinnen noemen. De gezinnen zijn de cellen, waaruit het maatschappelijk organisme is opgebouwd.

De groote Scnepper ailer dingen heeft gewild, dat de menschenkinderen hier op deze aarde gezinnen zouden vormen. In de planten- en in de dierenwereld deed zich onmiddellijk mannelijk en vrouwelijk onderscneid voor. Adam echter, de eerste mensch, stond alleen. De Heere zeide echter, dat het niet goed was, dat de mensch alleen zou zijn. Waarmede natuurlijk onmogelijk kan bedoeld wezen, dat een mensch geen binnenkamer zou mogen hebben, om daar in de eenzaamheid het aangezicht van God te zoeken. Het Woord des Heeren roept ons juist terdege toe, om ons op gezette tijden uit de beslommeringen der wereld terug te trekken om in de binnenkamer de ziel voor den Heere uit te storten. Neen, met de woorden, dat het niet goed is, dat de mensch alleen zij, kan alleen bedoeld wezen, dat de mensch, het pronkjuweel van de schepping, toch niet op aarde kon wezen zonder iemand te hebben, met wie hij van gedachten zou kunnen wisselen. Adam mocht geen eenzame eenling worden in die rijke schepping.

Welnu, door zijn wondervolle scheppingskracht heeft God de Heere hem een vrouw geschapen. Maar die vrouw werd niet naast hem geformeerd, doordat de Heere opnieuw in het stof der aarde den adem des levens blies, maar Hij formeerde Eva, door haar op te bouwen uit de rib, die Hij uit Adam's lichaam nam, toen deze in een diepen slaap verzonken was. Met recht kon Adam dan ook van zijne huisvrouw zeggen, dat ze been van zijn been en vleesch van zijn vleesch was. Krachtens de scheppingsordinantie is de vrouw dan ook aan den man onderworpen. Natuurlijk was er in den staat der rechtheid geen sprake van dwingelandij van den man ten opzichte van de vrouw. En evenmin heeft het aan Eva eenige moeite gekost om de meerderheid van Adam te erkennen. Neen, ze hebben samen een heerlijke eenheid gevormd. Treedt bij den man in zijn levensopenbaring meer het verstand op den voorgrond, bij de vrouw voert bovenal het gevoel heerschappij. Maar ziet, in het huwelijksleven vullen man en vrouw elkander aan tot een hoogere eenheid.

Wat was dat eerste huwelijk in den staat der rechtheid gelukkig ! De Heere had hen elkaar doen ontmoeten. Nadat hij Eva geschapen had, had Hij haar tot Adam geleid. Van het eerste menschenpaar mogen we wel in 't bijzonder zeggen, dat ze door den Heere waren samengevoegd. Door de zonde is echter ook dit eerste ideeele huwelijk ontwricht. Als het eerste menschenpaar tegen den Heere gezondigd heeft. doet het al smartvol aan, als we hooren dat Adam de schuld van de overtreding op Eva werpt. En in de aankondiging van Gods straf over de zonde, hooren we, hoe de Heere aan den man het maatschappelijke terrein des levens aanwijst, om daar in het zweet zijns aanschijns zijn brood te verdienen. En als Hij tot de vrouw spreekt over den smartelijken weg, waarin ze haar kroost zal voortbrengen, dan wijst daarmede de Heere het sexueele leven aan, (maar dan in den ruimsten en heiligsten zin genomen) als het terrein voor de vrouw.

We wenschten dit even op te merken, omdat de beide afzonderlijke terreinen, die God aan den man en aan de vrouw afzonderlijk heeft toebedeeld, het bewijs vormen, dat de zoogenaamde emancipatie van de vrouw in de Heilige Schrift geen steun kan vinden. De vrouw hoort niet op de plaats van den man, en ook omgekeerd niet. De practijk bewijst dit trouwens genoeg. De spoorwegmaatschappij heeft met recht bijna alle vrouwelijk personeel op hare kantoren door mannelijk personeel vervangen. De vrouw bleek voor dat werk niet geschikt. Zulk een taak, die men haar had opgelegd, was in strijd met de scheppingsordinantie.

Het is geen wonder, dat er telkens weer menschen opstaan, die van de scheppingsordinantiën niet willen weten. Al leeren we niet, dat het huwelijk een sacrament is, toch moeten we op grond van Gods Woord erkennen, dat het huwelijk een inzetting Gods is. Velen willen dat in onze dagen niet meer erkennen. Men is van alle kanten bezig om het huwelijksleven en daarmede het gezinsleven te ondergraven. Hoe vaster het gezinsleven, hoe hechter de huwelijksband, des te krachtiger is ook de maatschappij, die uit zulke degelijke kernen is opgebouwd.

't Is eigenaardig, dat de Chineezen en de Joden mee van de oudste volkeren zijn, die zich in den loop der eeuwen hebben weten te handhaven. Andere volkeren zijn al lang van den aardbodem verdwenen. Het gebod : „Eert uw vader en uw moeder, opdat uwe dagen verlengd worden", heeft nergens meer weerklank gevonden dan onder Joden en Chineezen. Over het geheel genomen toont de Jood en ook de Chinees een bijzondere eerbied voor zijn ouders en voor zijn voorouders. Ik geloof dan ook stellig, dat de belofte „opdat uwe dagen verlengd worden", niet zoozeer op de enkelingen moet worden toegepast als wel op het geheel van een volksbestaan. Immers er zijn kinderen, die groote liefde jegens hunne ouders aan den dag hebben gelegd, doch vroegtijdig stierven, en omgekeerd zijn er, die stokoud worden, ondanks het feit, dat ze zoo slecht voor vader en moeder zijn geweest.

Nog eens : de Heere belooft een langen levensduur aan elk volk, hetwelk rekenen wil met Zijne scheppingsordinantiën en met Zijne geboden. Geen wonder, dat er in deze eeuw van ongeloof en afval allerlei pogingen worden aangewend om juist de cellen, waaruit de maatschappij is opgebouwd, te vernietigen. Het Communisme beseft het ook wel, dat een krachtig familie- en gezinsleven de verwezenlijking van zijn idealen tegenstaat. Men probeert het huwelijksleven losser te maken. De band tusschen man en vrouw moet veel losser worden gemaakt. De volle consequentie van deze beginselen zien we in Rusland. Het is goedkooper om op den dag van de huwelijkssluiting tegelijkertijd maar formulieren aan te koopen voor echtscheiding, dan er tot later mee te wachten, als men ze noodig heeft. Tot vóór enkele jaren kon men net zoo vaak huwen en weer scheiden, als men dat zelf wilde. Tegenwoordig is het slechts zeven keer geoorloofd.

Ge gelooft wel, dat we dat woord „slechts" in de Russische huwelijkswetgeving al heel slecht op zijn plaats vinden. Huwen en daarna het huwelijk na korter of langer tijd weer ontbinden, is in Rusland o zoo gemakkelijk, al heeft men blijkbaar toch eenigermate paal en perk willen stellen, omdat men van de practijk geschrokken is. Huwelijken kunnen het eigenlijk niet meer genoemd worden. Men spreekt van vrije liefde en durft het aan om te beweren, dat vrije liefde zedelijk veel hooger zou staan, dan de handhaving van een huwelijk, waarin de liefde al lang verkoeld is, maar dat toch bestendigd moet worden omdat nu eenmaal niet door menschenhand mag worden gescheiden, wat Gods hand heeft samengevoegd. De vloek op een vrije liefdesverbintenis laat zich onmiddellijk al gevoelen, als we toekomen aan de vraag, wat er met de kinderen moet gebeuren, die uit dien echt, of liever gezegd uit die verschillende verbintenissen zijn geboren.

Men moet dan wel zijn toevlucht nemen op dit standpunt tot de gedachte, die Plato zich van den Staat had gevormd, n.l. deze, dat de Staat voor de opvoeding van de kinderen heeft te zorgen.

Op Christelijk standpunt zeggen we echter, dat de taak, om de kinderen op te voeden, in de eerste plaats toekomt aan de ouders en niet aan den Staat. De gevolgen openbaren zich in Rusland op verschrikkelijke wijze. Er zijn honderden kinderen, die als bedelaars over den weg voorttrekken, zonder dat men weet, wie hun vader of moeder is. Wat blijft er over van het gezinsleven bij zulke opvattingen ? Het zijn geen gezinnen meer. Tenslotte worden het allen losse individuen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Ontaarding van het gezinsleven !

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's