De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

EEN ZALIGSPREKING

6 minuten leestijd

„Zalig is de man, die verzoeking verdraagt". Jacobus 1 vers 12a.

MEDITATIE

Wie kent niet de zaligsprekingen, eenmaal door den Zaligmaker uitgesproken bij den aanvang Zijner werkzaamheid onder Zijn volk? Hoe vaak ook gehoord, telkens wekken zij weder nieuwe bekoring. Zij verouderen niet, hoewel de tijden vervliegen.

Minder bekend en toch ook machtig van beteekenis is de zaligspreking van Jacobus, die hierboven staat afgedrukt. Er ligt in dit woord opgesloten, dat de verzoekingen voor den Christen noodig en nuttig zijn. Zoo dit niet het geval ware, zou Jacobus hebben moeten schrijven : „Zalig is de man, die geen verzoeking heeft". God heeft echter de verzoekingen ingeschakeld in Zijn aanbiddelijken raad. God wil deze gebruiken tot heil Zijns volks.

De lezers, aan wie deze brief is gericht, hadden allerlei verzoeking te verdragen. Hoe gevaarlijk was het voor Christenen in die dagen, den naam van Jezus te belijden. Immers met die belijdenis ging gepaard een niet-buigen voor het beeld van den keizer. Slechts aan Jezus, den Koning Zijner Kerk, mocht de Christen goddelijke hulde bewijzen en nooit aan den keizer, alsof hij een godenzoon was.

Bange folteringen waren vaak het deel van hen, die als Staatsgevaarlijken in het machtig Romeinsche wereldrijk werden gesmaad. Sterk was dan ook de verzoeking. Een weinig wierook op het altaar bood redding van den marteldood.

Zalig, die deze verzoeking, hoe zwaar ook, wist te verdragen en getrouw bleef aan den Zaligmaker! In onzen tijd zijn wij nog niet tot geloofsvervolgingen in ons vaderland gekomen. Daarvoor heeft God ons, in onderscheid van andere landen, waar bittere vervolging heerscht, willen bewaren. Toch heeft ook de navolger van den Heiland diens smaadheid te dragen. Immers hij is lid van de secte, die overal tegengesproken wordt. Immers hij maakt deel uit van die gemeente, die als erfenis van den Heiland ontving het woord : „In de wereld zult gij verdrukking hebben".

Zalig de man, die de smaadheid van Christus zich een eer rekent. Het is een bewijs, deel te hebben aan den Heere Jezus, die getuigde : „De smaadheden dergenen, die u smaden, zijn op Mij gevallen". Op allerlei wijze, in eiken vorm komt de verzoeking tot ons. Wat een verzoeking wordt Satan geboden in de plaag der werkloosheid!  Het is heel wat, te willen arbeiden voor eigen huis en door den nood der tijden daarin verhinderd te zijn. De „waarom's" vermenigvuldigen in sterke mate.

Gelukkig, die deze verzoeking weet te verdragen en niet in opstand komt tegen God, Die des menschen lot regelt. Wat een verzoeking wordt Satan geboden, wanneer wij tot vergelijking komen van den voorspoed der goddeloozen tegenover de moeitevolle zorgen der oprechten! Reeds Asaf had het daarmede te kwaad. Gelukkig, die deze verzoeking verdraagt en tot de belijdenis mag komen: „Het is mij goed, nabij God te wezen".

Verzoekingen zijn dagen van ernstige krankheid. Moeilijk, wanneer het lichaam gesloopt wordt door de verwoestende kwaal of neergelegd wordt op de operatietafel. Zalig, die in die verzoeking mag gelooven, dat hij een huis bij God heeft, nadat de tabernakel des licbaams is afgebroken. Gelukkig mensch, die zingen mag : „Al bezwijkt mijn vleesch en mijn hart, zoo zult Gij zijn mijn rots en mijn deel". Verzoeking wordt Satan geboden, als God ons verliezen berokkent. Het is heel wat een kind, vleesch van ons vleesch en been van ons been- te moeten verliezen. Om dit te moeten afstaan aan het ijselijke graf. Het is niet gering, de band des huwelijks te zien losrafelen door de sterke hand van den dood. Welk een angstkreten worden dan geslaakt!

En toch, zalig, die door Gods genade in deze verzoeking niet bezwijkt, maar mag leeren zingen : „De Heere is recht in al Zijn weg en werk".

Sterke verzoekingen biedt deze wereld. Haar schatten opent zij voor hen, die den naam des Heeren willen vergeten. Eer en aanzien, genot en vreugd, biedt zij aan degenen, die ophouden God boven alles te stellen. De jongelingen van Babel behoeven maar even de knie voor het afgodsbeeld te buigen en zij zullen de eer der wereld behouden. Maar zoo niet, een schrikkelijke marteldood zal hun deel zijn. Zalig de mensch, die ook deze verzoeking weet te verdragen. Hij waardeert de wereld op haar juiste waarde. Hij leert het Salomo nazeggen : IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. Maar daarentegen leert hij het goed, dat nimmermeer vergaat, hoogachten.

Zalig de man, die verdraagt. De verzoekingen zijn een last, die Gods kind, ondersteund door de genadearmen Gods, tot het einde leert dragen. Satan gebruikt allerlei om Gods Kerk tot het kwade te verzoeken.

God echter gebruikt deze verzoekingen om Zijn Kerk te beproeven. Het doel Gods toch is het geloof der Zijnen te doen schitteren. Gelijk door de vuurproef her goud schittert, gelijk door de dorschiiig de tarwe te voorscnijn treedt, alzoo wordt in de verzoeking onder Gods gunst het ware gcioof, dat zich aan God vastklemt, zichtbaar. Dan jubeit Job : „De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd". Dan zingen Paulus en Silas in den binnensten kerker, gevangen in het blok, den lof des Heeren uit. In den nacht der verzoeking worden dan de Psalmen vernomen, die getuigen van vast vertrouwen op den God des heils.

Adam, de eerste mensch, is reeds in de goddelijke proef bezweken en dies ontging hem de kroon des eeuwigen levens. Christus echter, de tweede Adam, is in alles verzocht geworden en heeft de goddelijke proef doorstaan. Voor Hem was dan ook de kroon des levens, die Hij ontving bij Zijn glorieuse hemelvaart. Gods Kerk wordt het leven van Christus in zijn vollen omvang deelachtig. Ook zij worden in verzoekingen geleid.

Zaligheid wordt in deze verzoeking des Satans, tevens beproeving Gods, geschonken, als Gods kind in dit hachelijk tijdsgewricht zich leert vastklemmen aan den Heere, Die Zijn volk niet beproeft boven vermogen.

Zaligheid wordt genoten, als het uitzicht geboden wordt op de eeuwige bekroning van al degenen, die de proef Gods hebben doorstaan. Hoe rijk zal de gelukzaligheid voor de liefhebbers des Heeren zijn, als alle verzoeking tot het verleden zal behooren!

Gelukkig mensch, die in de verzoekingen zijn God niet verdenkt, maar blijft liefhebben Hem, Die langs wonderlijke wegen met Zijn kinderen wandelt. Bidden wij maar vaak om de kracht van den Heiligen Geest, om te mogen en te kunnen verdragen de beproevingen des Heeren.

Vleesch en bloed zijn vijanden van de beproevingen; zij onderwerpen zich niet aan de Wet des Heeren, die beproevingen nuttig en noodig oordeelt voor de Zijnen. Het Kruis der beproeving, zoo blijft de wet in Gods Koninkrijk, zal immer gevolgd worden door de kroon des levens. Als gij, waarde lezer, op uzelf ziet, zijt gij terecht bevreesd om eens te bezwijken onder de mokerslagen der verzoekingen. In ons is geen kracht. Maar Christus is Borg geworden voor de Zijnen. Hij zal zor­gen, dat het einddoel zal worden bereikt. Leer u dan ook door het geloof vastklemmen aan Hem, Die de overste Leidsman der zaligheid is. Hij zal al Zijn volk doorleiden door de verzoekingen henen en ze opvoeren tot de eeuwige zaligheid, die Hij reeds nu voor hen in bezit heeft genomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's