STAAT EN MAATSCHAPPIJ
BUITENSPORIGE HOOGE KOSTEN
BUITENSPORIGE HOOGE KOSTEN
Er zijn onder degenen, die met groote bezorgdheid den loop van zaken met betrekking tot de Rijksfinanciën gadeslaan, niet weinigen die steen en been klagen over de hooge kosten van het onderwijs, het onderwerp van Staatszorg, dat uit de kassen van Rijk, Provincies en Gemeenten jaarlijks ver over de anderhalf honderd millioen gulden verslindt.
Natuurlijk zijn er ook anderen, die van oordeel zijn, dat ten behoeve van het onderwijs nimmer te veel kan worden uitgegeven en dat voor de verstandelijke ontwikkeling van het kind benevens voor de wetenschappelijke vorming van den jongen man fen van het jonge meisje geen offers te zwaar kunnen zijn. Zouden deze menschen het voor 't zeggen krijgen, dan liep het eindcijfer der gezamenlijke kosten voor het onderwijs uit de overheidskassen nog zeker wel met ettelijke tientallen millioenen naar omhoog.
Verlenging van den leerplichtigen leeftijd, kleine schoolklassen, beter ingerichte schoolgebouwen, verplichte verstrekking van voedsel, kleeding en schoeisel op de lagere school, kosteloos middelbaar- en hooger onderwijs aan on- en minvermogenden, en wat al niet meer, het zijn de desiderata (wenschen) van hen, die zich bij voorkeur als „vrienden en beschermers" van het volkskind aandienen.
Nu is er voor hen, die pleiten voor evenwicht tusschen de overheidsinkomsten en overheidsuitgaven, en opkomen voor sluitende begrootingen, inderdaad reden tot de klacht, dat de uitgaven van het onderwijs buitensporig hoog zijn.
Ziet men b.v., wat de bruto uitgaven voor het onderwijs in 1934 waren, het laatste jaar, waarvan het Centraal Bureau voor de Statistiek in de Jaarcijfers voor Nederland over 1938 melding maakt: voor het Rijk ƒ 124 millioen en voor de Gemeenten ruim ƒ 76 millioen (de onderwijsuitgaven, welke de Provincies doen, zijn gering), dan komt men tot een totaal bedrag aan kosten voor het onderwijs in Nederland van ƒ 200 millioen.
Deze ontstellende cijfers zijn, zooals hierboven gezegd werd, bruto cijfers. Van de uitgaven gaan natuurlijk af de inkomsten uit de schoolgelden, de collegegelden, enz. Deze worden in den Middelenstaat van Rijk en Gemeenten opgenomen. Veilig kan men dus zeggen, dat in ons land jaarlijks uit de openbare kassen voor het onderwijs wordt uitgegeven de kapitale som van rond ƒ 175 millioen, een bedrag, dat eigenlijk verre boven de krachten van het Nederlandsche volk uitgaat.
Intusschen behoeft het niet te verwonderen dat de kosten voor het onderwijs zoo geweldig hoog zijn, wanneer men in aanmerking neemt dat alleen reeds bij het Hooger Onderwijs, het Rijk voor zijn rekening heeft de zorg voor de instandhouding van drie Universiteiten en twee Hoogescholen, de gemeente Amsterdam, die van de gemeentelijke Universiteit en de gemeente Rotterdam, die van de Handelshoogeschool (gedeeltelijk ook voor rekening van het Rijk). Bovendien zijn er nog twee bijzondere Universiteiten en één bijzondere Hoogeschool, die alle drie in meerdere of mindere financieele relatie staan met het Rijk.
Dat er bij den toestand, waarin het onderwijs ten onzent verkeert, sterken drang uitgaat naar bezuiniging, is daarom alleszins begrijpelijk. Zooals de zaak op dit oogenblik staat, is zij op den duur niet vol te houden. Voor het jaar 1940 werden de onderwijsuitgaven alleen voor het Rijk geraamd op niet minder dan ƒ 129.5 millioen, dat is weer belangrijk hooger dan het bedrag, dat in 1934 noodig was.
Natuurlijk valt op de onderwijsuitgaven, als men maar wil, te bezuinigen.
Dezer dagen verscheen van het Centraal Bureau voor de Statistiek de Mededeeling no. 133 over de onderwijzersopleiding in 1930 /40, waarmede een bedrag van ongeveer ƒ 2.5 millioen gemoeid is.
Uit deze Mededeeling blijkt, dat terwijl er nog duizenden kweekelingen met akte in het land werkloos rondloopen, aan de niet minder dan 89 Kweekscholen voor onderwijzer nog weer 502 leerlingen in opleiding zijn voor de onderwijzersakte.
Men vraagt zich af, of hier van geldverspilling geen sprake is.
Voor de 22 rijkskweekscholen staat op de begrooting uitgetrokken 'n bedrag van 819.712 gulden. Dat wil zeggen, dat een rijkskweekschool een uitgave van den Staat vordert van 37.259 gulden gemiddeld.
Het Friesch Dagblad, dat het rijkskweekschoolonderwijs onder de loupe neemt, schrijft daarvan :
Op de 22 rijkskweekscholen zijn op het oogenblik in opleiding 860 kweekelingen. Bovendien 378 onderwijzers, die voor de hoofdacte studeeren. Men mag aannemen, dat de opleiding voor de hoofdacte ongeveer 10% van de kosten der kweekscholen vordert, zoodat de gewone onderwijzersopleiding aan de rijkskweekscholen op 737.641 komt. Dat is per leerling en per jaar ruim 850 gld. De baten, in schoolgelden bestaande, die hiertegenover staan, zijn zeer gering. Hieruit volgt wel, dat deze opleiding op het moment veel te duur is. Natuurlijk komt dat, doordat de toeloop zoo gering is. Was die toeloop driemaal zoo groot, dan zouden de kosten nauwelijks stijgen.
Er zijn thans minatuur-kweekscholen. Als zulke schooltjes worden genoemd, - die te Amersfoort, Utrecht en Hilversum, alle drie vlak bij elkaar gelegen. Van deze drie kweekscholen geeft het blad de volgende cijfers : Amersfoort 30 leerlingen, Utrecht 32 leerlingen, Hilversum 37 leerlingen. Samen 99 leerlingen. Iets meer dan een volledige bezetting van één kweekschool. Toch zijn, zoo zegt het Friesch Dagblad, dit nog niet de kleinste inrichtingen. Maastricht telt 22 leerlingen, Middelburg 25 leerlingen en Arnhem 26 leerlingen. Van de 22 rijkskweekscholen hebben thans slechts vier meer dan 50 leerlingen.
Vergeleken bij de Openbare kweekscholen, staat het er met de bezetting bij de Protestantsch-Christelijke- en de Roomsch-Kalholieke kweekscholen wel heel wat gunstiger voor.
Toch is het kweekschoolonderwijs thans buitengewoon duur en voorziet het nauwelijks in eenige behoefte. De vraag, of op de onderwijzersopleiding niet kan bezuinigd worden, is daarom geen vraag meer. Deze opleiding kan belangrijk worden vereenvoudigd.
En zooals het bij de kweekscholen staat, staat het ook bij andere onderdeden van het onderwijs. Het onderwijs is te duur. De kosten moeten naar beneden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's