RONDBLIK BUITEN DE GRENZEN
De Fransche luidspreker-propaganda is oorzaak, dat er deze week althans nog eenige activiteit aan het Westfront was. Vanuit listig-opgestelde luidsprekers werden de Duitsche soldaten, die 'n paar honderd meter van hun vijand verwijderd liggen, met tendentieuse toespraken bestookt. De Duitschsprekende Franschman achter den microfoon schijnt het er zóó dik opgelegd te hebben, dat de Duitschers (die weten wat tendentieuze radio-propaganda waard is), er zich zwaar aan ergerden. Door kanongebulder poogden zij de mechanische stem onverstaanbaar te maken. En toen dat niet hielp, werd het mitrailleurvuur geopend. Het vuur werd door de Franschen beantwoord en zoo „ontwikkelde zich" — aldus het D. N. B. — „een duel, in den loop waarvan de luidsprekers verstomden".
We vreezen, dat er nog vele, andersoortige, technische vindingen „aan het woord" zullen komen, voor de luidspreker de wereld met de vredestijding zal kunnen verblijden. Beide partijen hebben deze week nog eens nadrukkelijk verklaard, dat ze van geen vrede weten willen, vóórdat een volledige overwinning hun deel is. En waar zelfs deze „vreemde oorlog" (hoeveel mogelijkheden hij overigens ook in zich bergt) niet aan beide partijen de overwinning (wèl : een nederlaag !) kan bieden, zullen de wapens wel moeten uitmaken wie de langste adem heeft.
Er zijn dezer dagen overigens wel vage en voorzichtige geruchten over mogelijke vredesonderhandelingen in omloop geweest. Het bericht, dat Sumner Welles, de Amerikaansche minister van buitenlandsche zaken, een bezoek aan Europa zal brengen, schijnt tot deze geruchten aanleiding te hebben gegeven. Hoewel aanstonds verklaard werd dat de Amerikaansche staatsman uitsluitend op verzoek van President Roosevelt poolshoogte komt nemen, zagen sommigen deze reis als onderdeel van een Amerikaansch vredes-initiatief. Indien laatstbedoelde veronderstelling al eenige grond mocht hebben gehad, dan hebben de pers-reacties uit de oorlogvoerende landen al heel spoedig doen zien, dat de tijd voor vredesonderhanelingen nog niet rijp is. Niemand wil den schijn wekken, alsof hij, strijdensmoe, naar het inde van den oorlog snakt. Daarom hebben zoowel Duitschland als Engeland en Frankrijk dezer dagen nog eens te kennen gegeven, dat zij hun oorlogsdoel onverzwakt handhaven.
De tegenpartij mag niet denken, dat de vrede zoo voordeelig te koop is. Ieder voor zich hoopt straks, als overwinnaar, ruimschoots schadeloos te worden gesteld voor de ondervonden oorlogs-ellende. Waarmede men precies genoegen nemen wil, om in een vrede toe te stemmen, wordt voorloopig niet gezegd. Wèl tracht men er den tegenstander van te overtuigen, dat men met geen klein beetje tevreden zal zijn.
Londen heeft steeds gezegd niet (althans : niet-uitsluitend) terwille van eigen belangen in den oorlog te zijn gegaan. Het wil de wereld verlossen van het „Hitlerisme", dat periodiek met oorlog dreigt en voor de onafhankelijkheid der kleine Staten een voortdurend gevaar beteekent. Als Duitschland dus vrede wenscht, dan zal het dat nationaalsocialistisch regime moeten afschudden en goedmaken wat het aan Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Polen misdeed. Voorts dienen er „materieele waarborgen" gegeven te worden dat de „rechtvaardige vrede" niet opnieuw in gevaar wordt gebracht. Deze gedachten zijn, van officieele zijde, echter nog slechts in zeer algemeenen zin naar voren gebracht. Concrete vredes-voorwaarden bewaart men voor later, wanneer de overwinning zal zijn behaald. Vandaar dat de Bisschop van Chichester, dr. Bell, dezer dagen zeggen kon dat „de Engelscbe regeering tot dusver nog geen behoorlijk aanbod heeft gedaan". Dr. Bell was van oordeel, dat zij haar positie daardoor verzwakt. Maar van een vrede, welke Polen en Tsjecho-Slowakije hun vrije zelfstandigheid niet teruggaf, wilde ook deze Bisschop niet weten.
Duitschland op zijn beurt is al evenzeer bang, dat de wereld het van te groote, uit vrees geboren, tegemoetkomendheid zal verdenken. De oorlog moet eindigen — aldus heeft Minister Frick zijn ambtenaren voorgehouden — met een Duitsche overwinning, dat wil zeggen : met een duurzamen en rechtvaardigen vrede, waarin elk volk zijn recht en „Lebensraum" krijgt, waarop, het aanspraak kan maken". Men zou zoo zeggen, dat de geallieerden het mee het laatste gedeelte van deze uitspraak eens kunnen zijn. Maar, zonder nauwkeurige omschrijving, klinken de woorden „rechtvaardige vrede" in Duitschen mond al minstens even vaag als wanneer een Engelschman ze uitspreekt. Toen Hitler, met de verovering van Polen, zijn allerlaatste territoriale eisch ingewilligd had, scheen hij het tijdstip voor het sluiten van een „rechtvaardigen vrede" aangebroken te hebben geacht. Nu zal Duitschland echter niet rusten voor „net Britsche imperialisme" voor goed den kop is ingedrukt. Engeland kan den vrede dan ook slechts koopen — zoo verklapte een Duitsch blad — wanneer het afstand doet van maritieme steunpunten, zooals Gibraltar, Malta, Aden en voorts belangrijke koloniale gebieden aan Duitschland ter beschikking stelt.
Het is duidelijk, dat er aan beide zijden „overvraagd" wordt. Het gaat bij vredesonderhandelingen precies als in den gewonen handel : men kan met z'n prijs makkelijker naar beneden, dan naar boven komen. Maar wanneer Sumner Welles, voor hij de Oceaan oversteekt, de Europeesche bladen nog eens doorleest, zal hij (wellicht ten overvloede) toch wel tot de overtuiging komen, dat de openbare meening nog niet op vredesonderhandelingen wordt voorbereid. Wanneer men in dit stadium over vredesonderhandelingen wil spreken, zal dat uiterst omzichtig moeten geschieden. Men zou Roosevelt dan ook voor uiterst voorbarig aanzien, wanneer men hem thans bemiddelingspogingen toeschreef. De bijzondere afgezant van den President gaat naar Londen, Parijs, Berlijn en Rome. Hij zal daar de stemming willen peilen, opdat Amerika straks, wanneer vredesonderhandelingen aan de orde kunnen komen, zijn woordje zal kunnen meespreken. Reeds eerder heeft Roosevelt immers te kennen gegeven dat de „States" gaarne willen medewerken om, op den grondslag van een rechtvaardigen vrede, tot een betere economische orde en een vrijer handelsverkeer te kunnen komen.
De besprekingen, welke deze week onder voorzitterschap van dr. Colijn in het Vredespaleis plaats vonden, hadden ongeveer dezelfde strekking. Een klein comité, waarin vooraanstaande politici van verschillende landen zitting hebben, is daar bijeen geweest om de institueering van een permanent Centraal Comité voor te bereiden. Dat Centraal Comité zal, op de breedst-mogelijke basis, voorbereidend werk moeten verrichten voor het tijdstip dat er over een nieuwe organisatie van internationale betrekkingen gesproken kan worden. De voorzitter en de secretaris van de Haagsche conferentie, dr. Colijn en Avenol, zullen hieromtrent hun voelhorens uitsteken. „De Standaard", het dagblad, waaraan dr. Colijn's naam verbonden is, heeft de voorzichtige veronderstelling gewaagd, dat de reis van Sumner Welles, misschien mede met de plannen van het Centraal Comité verband houdt. Dat zou geen kwaad voorteeken zijn. Doch de plannen dragen overigens een te voorloopig karakter, dan dat ze nu reeds eenig optimisme zouden wettigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's