De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

De herwaardeering van den goudvooraad. EEN BELANGRIJKE BESLISSING

De herwaardeering van den goudvooraad.

Een van de gevolgen van den oorlogstoestand voor de financiën van ons land is het besluit der Regeering om tot de herwaardeering van de gouden munt ten onzent over te gaan.

Een wetsontwerp daartoe werd dezer dagen bij de Staten-Generaal ingediend.

De beteekenis van den maatregel is bekend. Sedert Nederland in September 1936 den gouden standaard heeft verlaten, is de waardeering van den aan de Nederlandsche Bank toebehoorenden goudvoorraad tot dekking van de in omloop zijnde bankbiljetten gehandhaafd gebleven op den grondslag van den ouden aankoopprijs van goud, welke prijs laatstelijk ƒ 1647.50 per Kg. fijn goud bedroeg.

Toen echter de band aan het goud werd los gelaten en de gulden als gevolg daarvan in prijs verminderde, kreeg het goud — zooals vanzelf spreekt — een hoogere waarde.

De marktwaarde van het goud is thans ten gevolge van de depreciatie (waardevermindering) van den gulden op ƒ 2009 per Kg. fijn goud komen te staan, de depreciatie daarbij op 18 procent gerekend.

De toestand wordt dus zoo, dat terwijl tot nog toe voor ƒ 1647.50 een Kg. fijn goud kon worden gekocht, voor deze zelfde hoeveelheid thans ƒ 2009 moet worden betaald.

De Nederlandsche Bank was door de waardevermindering van den gulden, zoo maar, zonder meer, een paar honderd millioen gulden rijker geworden.

De goudvoorraad ten tijde van het loslaten van den gouden standaard bedroeg ƒ 670 millioen. Thans staat hij op ƒ 1013 millioen.

Van dit verschil van ƒ 343 millioen blijft, wanneer eerst de verliezen van de Nederlandsche Bank worden goedgemaakt en daarna ook de boekverliezen van het Egalisatiefonds worden gedekt, een netto bedrag van ƒ 116.5 millioen over, dat de Regeering ter harer beschikking stelt.

Het Kabinet Colijn heeft, niettegenstaande van verschillende kanten telkens aandrang op de herwaardeering van den goudvoorraad werd uitgeoefend, teneinde dan de vrijkomende gelden voor allerlei doeleinden te kunnen gebruiken, van het aantasten van de goudwinst nooit iets willen weten, omdat men niet wist, wat er op het wereidterrein kon plaats hebben. Het zou kunnen gebeuren, dat de landen tot den gouden standaard terug keerden en dan moest dit ook voor Nederland niet onmogelijk zijn.

Het gevolg van de aanvaarding van den maatregel van het Kabinet De Geer, om de gouden munt te herwaardeeren, zal thans zijn, dat de mogelijkheid om den Nederlandschen gulden ooit weer op zijn oorspronkelijke goudwaarde terug te brengen, voor goed zal zijn afgesloten.

Zijn nu de ƒ 116.5 millioen, die de Regeering uit de herwaardeering van het goud van de Nederlandsche Bank zal ontvangen, reëele (wezenlijke) winst ?

Er zijn er, die van deze meening zijn. Anderen daarentegen spreken van een fictieve (denkbeeldige) winst, omdat er in werkelijkheid op het goud niets is verdiend geworden. De Nederlandsche Bank kreeg door het loslaten van den gouden standaard toch geen korrel goud meer in haar kelders.

Nu ligt het in het voornemen der Regeering om het extraatje, dat zij zal krijgen, aan het Leeningsfonds ten goede is doen komen, uit welk fonds, zooals bekend is, o.m. de mobilisatiekosten zullen worden bestreden.

Echter zullen de uitgaven, die uit den oorlogstoestand voortvloeien, niet met fictief, doch met reëel geld moeten betaald worden, waarvoor de Nederlandsche Bank dus nieuwe bankbiljetten, zal moeten laten aanmaken.

Alzoo in principe inflatie.

Terecht wordt dan ook van den maatregel der Regeering gezegd, dat hij een inflatie-tendenz, (een strekking tot inflatie) heeft. Het in circulatie brengen van een aantal biljetten tot een bedrag van ƒ 116.5 millioen, kan niet anders dan inflationistisch genoemd worden.

Er zit intusschen. in dezen gang van zaken een niet gering gevaar, dat vooral groot kan worden, wanneer men op den weg der herwaardeering van het goud verder zou gaan door b.v. den maatregel te herhalen.

De gulden komt, wanneer het wetsontwerp wet wordt, op 82 cent te staan, dus 18 cent onder de nominale waarde.

Toch slaat deze 82 cent niet vast, want wij blijven een zwevenden gulden behouden.

De zaak zou minder bezwaarlijk zijn, indien thans den gulden bij de wet een nieuwe, zij het dan een lagere goudswaarde, zou worden gegeven. Doch dit doet de Regeering in haar wetsontwerp niet.

Daarom blijft oppassen de boodschap.

EEN BELANGRIJKE BESLISSING

De Regeering heeft haar gedragslijn bepaald inzake de versterking van de Marine in Nederlandsch-Indië.

In de Memorie van Antwoord op het Voorloopig Versaag over de begrooting van Nederlandsch Indië, schrijft de Regeenng over de kwestie der maritieme verdediging aldaar, dat zij besloten heeft den aanbouw te bevorderen van een drietal slagkruisers. Een wetsvoordracht ter zake zal — zoo gaat de Regeering voort — te zijner tijd, nadat de volksraad zal zijn gehoord, aan het oordeel van het Parlement worden onderworpen. In afwachting daarvan meent zij zich te mogen onthouden van beschouwingen over de uitbreiding van de maritieme weermiddelen in Indië.

Na hetgeen wij onlangs over de hoogst gewichtige aangelegenheid van de verdediging van Nederlandsch-Indië schreven, juichen wij van harte toe de belangrijke beslissing, welke de Regeering thans heeft genomen.

De verdediging van Indië vraagt reeds sinds jaren om voorziening.

Een Rijk van de grootte en beteekenis van Indië met zijn ligging in den Pacific en zijn meer dan 80 millioen zielen zou, wanneer het een zelfstandige mogendheid ware, ongetwijfeld reeds sedert lang maalregelen hebben getroffen tot behoud van zijn zelfstandigheid.

Veel meer heeft Nederland de roeping om zijn grondgebied buiten Europa met al die zorgen te omringen, die noodig zijn om Nederlandsch-Indië tegen vijandelijke aanvallen te beschermen.

Dit is de taak, die Nederland van Godswege heeft te vervullen.

De spanningen rond den Pacific zullen, naar gezegd wordt, in 1946 hun hoogtepunt bereiken.

Daarom is bij de uitvoering der plannen ook groote haast.

De eerste stap in de goede richting is thans gezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's