Klassenstrijd of Evangelie?
De mannen van het ongeloof spreken vaak over den klassenstrijd. Men bedoelt er dan mee den bitteren strijd, die op het sociale terrein des levens wordt gestreden tusschen bazen en knechten. De term „bazen en knechten" is eigenlijk al wat verouderd. Men wil liever geen knecht heeten. En hoewel de Heere Jezus Christus zich niet schaamt om de lijdende Knecht des Heeren te heeten, schamen zich velen wel voor dien naaiii van knecht. Men spreekt daarom liever van werkgevers en van werknemers.
Welnu dan, die bittere strijd tusschen werkgevers, of zoo ge een andere naam wilt, tusschen arbeid en kapitaal, wordt al vele tientallen jaren hardnekkig voortgezet. Men durft zelfs in het linksche kamp te beweren, dat die verbitterde klassenstrijd eigenlijk in de natuur zelf gegrond is. In de natuur — zoo zegt men — merkt men toch immers ook overal den bitteren strijd op. In het dierenrijk legt het eene dier het aan op den ondergang van het andere. De konijnen worden de prooi van de vossen; argelooze duiven worden opeens door de listige slangen gegrepen. Men wijst op sommige diersoorten, die al lang zijn uitgestorven, omdat ze het in den strijd om zichzelf te handhaven, niet konden uithouden tegen grootere en krachtigere diersoorten. In de vogelwereld zien we precies hetzelfde. De roofvogels hebben het weer gemunt op den ondergang van vele kleinere schoone zangers. En als ge eens een droppel slootwater onder een microscoop wilt bekijken, dan zult ge met schrik er u van kunnen vergewissen dat ook in dien druppel slootwater uiterst kleine dieren elkander trachten te verslinden. Overal zien we dus in de natuur rondom ons den strijd. Oorlog zelfs in een druppel slootwater!
Welnu — zegt men in het linksche kamp — dan is het ook de natuurlijkste zaak, dat in de menschenwereld die strijd ook zal plaats hebben. Het is de roeping van den proletariër — zoo predikt men — dat hij van zich af bijt en dat hij met verbeten woede het kapitaal bestrijde. Langs den weg van strijd meent men dan eindelijk te zullen komen tot den eeuwigen vrede. Ja, dan grijpen de mannen van het ongeloof weer opeens naar den bijbel om u te bewijzen, dat de eerste Christenen in de Pinkstergemeente ook in gemeenschap van goederen leefden en dat er een heerijke periode van vrede te verwachten is, waarin de oude profeet Jesaja reeds heeft getuigd: De koe en de berin zullen tezamen weiden. We vinden het, eerlijk gezegd, een zeer oppervlakkige wijze van doen, om uit het feit, dat er in de natuur strijd is op te merken, nu ook maar te concludeeren, dat de strijd ook in de menschelijke samenleving eigenlijk niets bijzonders is, maar de natuurlijkste zaak van de wereld.
Ik zou met evenveel recht kunnen wijzen op de vredelievende sociale samenwerking van de mieren in hare koloniën en van de bijen in hare korven. Wat een schitterende arbeidsverdeeling! Ge moet niet denken, dat de eene mier de andere mier maar te vergeefs laat tobben om de larven tegen den kleinen zandheuvel op te sjouwen. Er komen onmiddellijk helpers opdagen om het zware werk gemeenschappelijk te verrichten.
Ik zou durven zeggen, dat we in die mieren en in die bijen nog iets bespeuren van het gemeenschapsgevoel onder de dieren, hetwelk in 't paradijs zoo heerlijk tot openbaring kwam. Maar ziet, dit is het telkens weer, wat men in het linksche kamp vergeet of niet weten wil, dat we leven in een wereld, die onder den vloek van de zonde ligt. Het is na Adam's val in het paradijs uitgesproken : Het aardrijk zij om uwentwil vervloekt.
Lees nu maar eens, wat er staat geschreven over de redelooze en over de onbezielde schepping in het 8ste hoofdstuk van den brief aan de Romeinen. Daar stelt de apostel op dichterlijke wijze de dieren voor als zuchtend. Hij teekent ze als reikhalzend uitziende naar den dag van de openbaring van de heerlijkheid der kinderen Gods. Immers op den dag van de publieke rechtvaardigmaking van de Kerk in den jongsten dag, zal ook de vloek van de redelooze schepping worden opgeheven. Ge weet toch, wat de Heere ook aangaande de wereld, die nu onder den vloek ligt, heeft voorspeld : Zie, Ik schep een nieuwen hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid wonen zal. We moeten dus wel protesteeren tegen den stelregel van de mannen uit het linksche kamp, dat eigenlijk de strijd in het wezen van de natuur gegrond is. Neen, die bittere strijd in de schepping behoort niet tot de eigenlijke natuur van de schepping. Ze is een vruchtgevolg van de zonde. De apostel Paulus heeft den mensch, zooals hij door de zonde geworden is, zoo aangrijpend geteekend, als hij van de menschenkinderen zegt, dat ze hatelijk zijn en elkander haten.
Die strijd is een vruchtgevolg van de zonde. Kaïn sloeg Abel dood, en dat zondeproces heeft zich voortgezet tot op den huldigen dag en de Schrift voorspelt ons, dat het niet afneemt, maar dat tegen het einde aller dingen veeleer een schrikkelijke toename van de openbaring van zonde te verwachten is. Maar ziet, in den donkeren nacht van zonde en ongerechtigheid heeft God de Heere nog laten schijnen het licht van Zijn genade. Hij schonk Zijn eeniggeboren Zoon tot een rantsoen voor velen. Deze heeft, als Hij gescholden werd, niet wedergescholden, en als Hij leed, niet gedreigd. Deze heeft niet gepoogd om in den weg van strijd over de ruggen van anderen steeds hooger te klimmen om de macht in handen te krijgen.
Neen, deze lijdensweken worden we er weer aan herinnerd, hoe Hij arm en ongewapend en nochtans als een Koning, de Godsstad te Jeruzalem binnen reed, niet op een strijdros gezeten, maar op het veulen eener jukdragende ezelin.
Hij heeft de armen niet vertrapt. Hij was een vriend van arme zondaren. Het gekrookte riet heeft Hij niet verbroken en de rookende vlaswiek heeft Hij niet uitgebluscht. O we zouden tot de mannen uit het linksche kamp wel willen zeggen : „Als gij wilt weten, wat behoort tot het wezen van een waarachtig mensch, luistert dan naar het woord van Pilatus, hetwelk deze richtte tot het volk, toen hij den bebloeden Heiland aan de menigte heeft voorgesteld : „Ziet den mensch".
Als het werk der vernieuwing en der wedergeboorte door de werking van Gods Geest mag plaats grijpen in het hart van den zondaar, zien we heel iets anders zich openbaren in het hart van een menschenkind dan de begeerte tot een verwoeden strijd tegen elkander. Ieder, die oog kreeg voor eigen zonde en schuld, zal van al zijn rechten bij God afstand moeten doen om het te belijden, dat alles verbeurd en verzondigd is. Dan wordt een, die van nature een vijand is van God en zijn naaste, veranderd in een vriend. Zegt niet de apostel, dat vijanden met God worden verzoend door den dood van Zijn Zoon?
O dat werk der waarachtige levensvernieuwing doet ook de liefde ontspruiten als een der vruchten van het nieuwe leven. Hoe zou een, die God vreest, zijn broeder in Christus kunnen laten verhongeren?
We wezen boven reeds op het communisme in de eerste Pinkstergemeente. Inderdaad legden velen hunne goederen aan de voeten der apostelen. Het geloofsleven was hoog gespannen maar als gevolg daarvan moest ook de drang tot onderlinge liefde komen tot hoogspanning.
Maar gij gevoelt, dat zulk een communisme van een heele andere makelij is, dan het communisme, wat men ons heden aanprijst als het eenigste middel om te komen tot den eeuwigen vrede. Dat laatste communisme wordt niet gedreven door het evangelie der liefde, maar juist door het evangelie van den haat. Het komt op uit den wortel van haat en bitterheid en strijd. Het is een beginsel, hetwelk wortelt in een diep zondigen bodem. Neen de ellende en de armoede in deze wereld is niet weg te nemen door het communisme. Men ziet het duidelijk in Rusland, wat er in de praktijk van terecht komt. Neen, alleen de macht van het evangelie kan redding brengen. Dat bewijst ons de Schrift. Ik denk aan de geschiedenis van Philemon en zijn weggeloopen slaaf Onesimus. Paulus schrijft het hem ernstig : Hij beschouwe zijn weggeloopen slaaf niet meer als een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht, namelijk als eenen geliefden broeder. Hebben we aan de doorwerking van het evangelie niet de afschaffing van de slavernij te danken ?
Mag ik aan de voorbeelden u ook nog een uit het Oude Testament toevoegen. Ik denk aan Boaz, dien rijken grootgrondbezitter. In hoofdstuk 2 : 4 lees ik : En zie, Boaz kwam van Bethlehem en zeide tot de maaiers : De Heere zij met ulieden ! En zij zeiden tot hem: De Heere zegene u.
O welk een heerlijke ontmoeting van baas en knechts, die beiden met God wenschen te rekenen. Neen, het Woord Gods predikt geen klassenstrijd, maar predikt het evangelie der liefde.
Daarom zal het evangelie der liefde voor Gods Kerk het machtigste wapen blijken te wezen in den socialen strijd.- Helaas wat heeft het nog weinig doorgewerkt. Wat duurde het lang eer de slavernij was afgeschaft ! Verscheidene eeuwen ! Hoe zou het komen ? Zou het niet hierdoor zijn, dat zoo weinigen in den weg van waarachtige wedergeboorte en levensvernieuwing dat evangelie van Gods genade voor eigen hart en leven hebben verstaan ?
O moge dat evangelie ook in onze dagen van woeling en strijd en revolutie zijn zegevierende loop voleindigen. We eindigen met de leuze: Tegen ongeloof en klassenstrijd en revolutie het Evangelie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's