NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN DOOR
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)
39)
„Dat kan het tenminste worden, vrouw, " klonk het ernstig en weer werd hij stil. Blijkbaar begreep hij beter en dieper dan Gelske wat in de toekomst hieruit kon geboren worden, doch dit alles bracht haar geheel uit haar humeur.
„Een vreemd slag volk zijn jullie, dat moet ik er maar van zeggen", begon zij. „Daar krijgt ons meiske een brief, die anderen in haar plaats graag zouden ontvangen ; 't is de eerste van dien aard, dien zij krijgt. Tjerk Santema is een best oppassende jonge man, heel anders dan zijn broer Gabe en zijn zuster Maaike, en onze Nienke is een flink meisje, dat zich mag laten zien en de jaren voor zoo iets heeft en nu schreit zij tranen met tuiten en jij schudt het hoofd alsof het een zeer bedenkelijk geval is en ons heele hebben en houden op het spel staat. In plaats van blij te zijn met zulk een onderscheiding ! Me dunkt, het kon wél minder en Nienke heeft wél te overwegen, wat zij doet."
Eenigszins verlegen bracht Gurbe de hand naar het hoofd, waar de haren reeds sterk begonnen te dunnen, 't Gebeurde vooral sinds zijn bekeering in het Leger, nu voor zooveel jaren, niet vaak, dat er verschil van meening bestond tusschen hem en Gelske en tenminste niet in die mate, dat daardoor de huiselijke vrede verstoord werd. Wat zij wilde, was hem goed en als hij iets besloot te doen, nam Gelske daar genoegen mee, omdat zij tot hem opzag als haar meerdere, die altijd wel wist wat hij deed en bij alles rekening hield met Gods wil.
Voor het oogenblik evenwel dreigde deze vrede verstoord te worden. Och, Gelske had al zoo lang haar lievelingsdroomen over haar aangenomen kind. Eigenlijk al vanaf de kinderjaren, toen Nienke nog aan haar schoot zat, maar vooral daarna, toen haar leeftijd rijpte. En als de menschen haar dan soms gingen zeggen, dat Nienke zoo'n knap meisje was, dat zoo in haar voordeel opgroeide, dan deed dit haar hart zoo goed en dan zag zij in de toekomst zoo'n schoon tafereel, waarvan niemand iets af wist dan zij alleen, maar waarbij zij haar pleegdochter omringd zag van anderen, die haar lief hadden, in een woning, welke haar eigendom was en dat alles als vrucht van de opvoeding en leiding, welke zij onder haar dak, aan haar hand, genoten had. Neen, daar dacht Gurbe niet aan; dat lag niet in zijn aard en karakter. Mannen waren op dat punt geheel anders dan vrouwen, maar voor Gelske was het de lievelingsdroom, zoo dikwijls zij alleen zat en aan de toekomst van Nienke dacht en daar scheen werkelijk dat beeld op eens naderbij te komen, en, wat zij zoo vurig verlangde, werkelijkheid te zullen worden. Doch nu dat vreemde, dat teleurstellende en voor haar onbegrijpelijke. Nu het zóó ver was, dat het meisje de aandacht trok en waarschijnlijk bemind werd, nog wel door een zoon van den rijken Santema van Donia-state, nu ging Nienke met die wetenschap, schreiend naar haar kamertje en zat Gurbe versuft en in gedachten tegen de bedschutting, alsof het grootste onheil hun huis getroffen had. Daar kon Gelske niet bij. Waar moest zij daar mee heen !
Hoofdschuddend ging Gelske daarop naar 't achterhuis om een en ander te beredderen. Doch de lust van den arbeid was weg. Wat moest zij doen ? 't Scheen, dat een donkere schaduw over het huis getrokken was, welke het vriendelijk zonlicht onderving. En geen enkel geluid werd meer in huis gehoord dan het geregeld geklop van Jochem bij het indrijven van de pluggen in het zoolleer ......
't Was geruimen tijd daarna, dat Nienke weer van boven kwam. Met bezorgd gelaat wierp Gelske een vluchtigen blik op haar. Zij had geschreid.
„Heeft dat briefje van Tjerk je zoo van de wijs gebracht? " vroeg zij, om toch iets te zeggen.
Maar het scheen, dat Nienke nog niet spreken kon. Eerst tegen den avond, toen zij samen waren, deelde zij moeder mede besloten te zijn. Tjerk te laten komen, doch met het vaste besluit, om elke verdere relatie met hem af te wijzen.
Het onderscheid tusschen hen was te groot. Immers, zij was eene verstootelinge! Althans iemand, wier familienaam niet genoemd werd.
Omdat zij familie was van „Een zeker mensch". Naar wie echter niemand omzag en niemand vroeg. Ook Nienke niet. En voor het eerst van haar leven klonk het plotseling als een rauwe kreet van hare lippen : „O, moeder, moeder !" Toen begreep Gelske.
H o o f d s t u k VII
IN „DE DUITSCHE ADELAAR".
't Was druk in „De Duitsche Adelaar". Eigenlijk gold dat van al de logementen en cafe's aan de ruime Leeuwarder veemarkt, op die van Rotterdam na de drukste uit het geheele land. Een zware tabakslucht, vermengd met die der alcoholische dranken, welke door het gehuurd personeel voor dezen dag met vaardige hand werden rondgedeeld, hing in de ruime gelagkamer en sloeg telkens naar buiten, zoo vaak de deur geopend werd om nieuwe klanten binnen te laten. Geen tafeltje, dat onbezet was. Kooplieden met lange, lichte jassen ter bescherming hunner betere plunje; drijvers in blauwe kielen en geel geverfde klompen ; boeren uit wijden omtrek, die hier hun vee ter markt brachten en nu hier óf de onderhandelingen gingen voortzetten, óf den koop betaalden of betaald kregen, natuurlijk onder een borrel of een kop koffie; renteniers, die hier hunne familie of bekenden kwamen opzoeken en zich meteen op de hoogte gingen stellen van de prijzen waarvoor het vee verhandeld werd; joden, die zich tusschen de lovende en biedende, zwetsende en lachende marktbezoekers een weg baanden, om van tafel tot tafel hunne koopwaar aan te bieden, waarvan het rookgerei de hoofdschotel vormde; jonge meisjes, eveneens van de natie, die, met een tong als een scheermes en de vlugheid van een ratel, sinaasappelen of kwattareepen aan den man zochten te brengen; een enkele Spanjool of Italiaan, Fransoos of Belg met zijn commissaris, — deze allen wir-warden hier dooreen, zoodat het stemmengeroes als het gegons van een bijenkorf opklonk.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 februari 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's