NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)
40)
Menige hooge gelaatskleur verried, hoe men geheel opging in de gesprekken, die gevoerd werden op den koop, dien men sloot ; ook, hoe sommigen meer gedronken hadden dan de onuitputtelijke koffiekan bij het buffet uitschonk. Somtijds scheen hier of daar een hoogloopende ruzie uit te breken, waarbij de glazen rinkelden, om niet zelden in een kwinkslag te eindigen of met een verschen borrel te worden afgedronken. Hier klopte het hart van den veehandel en ook van menig veehouder meer en feller, dan elders.
„Aannemen !" klonk het al maar door.
Koffie, pils, fladderak, een lichte catz, oude klare, broodje met vleesch, erwtensoep, zoo werd van links en rechts gecommandeerd en de bedienden draafden door de zaal naar het buffet, waar de patroon tapte en noteerde, en van het buffet naar de hongerige en dorstige gasten, die zich alles wèl lieten smaken en waarbij niemand zag op een kwartje. Of het moest wezen, wanneer het toekwam aan de fooien voor het personeel. Want dat was volgens sommigen iets wat er niet bij hoorde, omdat elk werkgever zijn eigen volk maar te betalen had.
Vlak voor een raam, in gezelschap van collega's en aanverwanten, zat boer Santema van Zevenhuizen. Santema had een goeien dag. In het begin der week was een auto op „Donia-state" gekomen, waarin een tweetal Spanjolen met hun tolk gezeten waren, om nader met den veestapel van Santema, allemaal eerste klas stamboekers, met hoog vetgehalte, kennis te maken, 't Was niet hun eerste keer, dat zij hier kwamen. Kort geleden had de „Leeuwarder" medegedeeld, hoe op een veekeuring in Madrid het Friesche fokvee met de hoogste prijzen bekroond was en een nader bericht had gemeld, dat dit werd aangekocht van den heer Santema te Zevenhuizen. Hiermede was zijn reputatie gevestigd. Telkens kwamen vreemde kooplieden het erf op om hier hun slag te slaan, waarbij niet op een ,,briefje" gezien werd ; doch de gewiekste veehouder liet zich niet aanstonds vangen. Hoe meer hij vasthield aan de enorme sommen, welke hij vroeg, hoe drukker 't bezoek der vreemdelingen werd, tot deze week de gebruinde gezichten uit het verre Zuiden kwamen, om opnieuw met hem te onderhandelen. Het ging over een enter-stier, een paar melkkoeien en eenig jongvee. Na de begeerde exemplaren gemonsterd en nauwkeurig de stamtafel bestudeerd te hebben, werden de prijzen gevraagd en binnen het kwartier was de handel gesloten, onder conditie, dat zij Vrijdag aan de markt te Leeuwarden dienden te worden afgeleverd.
Weliswaar bleef het voor al de collega's verborgen wat ook maar ten naastebij besomd w erd, doch zoowel aan Gabe, die onder een flinken borrel bij het biljard vertelde, welke groote zaken op „Doniastate" gedaan waren, alsook aan boer Santema zelf was het te merken, dat het bezoek van de Spanjaarden hem geen windeieren bracht. Daar kwam nog bij, dat men hern de toezegging gedaan had, wanneer tenminste de grenzen open bleven, over enkele maanden voor een corporatie terug te zullen komen om opnieuw zaken te doen ; en geen wonder dus, dat de rijke boer van Zevenhiiizen, die zoo in zijn , bedrijf opging en bij wien de maat óók nimmer vol werd, in zeer opgewekte stemming ter weekmarkt ging om de verkochte have tegen, klinkende munt of bankpapier te verwisselen.
Als een loppend, vuurtje ging het over de markt, dat Dirk Santema voor de tweede maal zijn slag met Spanje geslagen had. Telkens had hij tal van handdrukken in ontvangst te nemen van gelukwenschende boeren, die óók wel-eens zoo'n dubbeltje tusschen de centen begeerden, vooral, waar de huren zoo hoog en de melkprijzen zoo laag waren, en hoe verder het op den dag kwam, hoe meer de belangstelling scheen te stijgen. Waar hij zich vertoonde, vormde zich spoedig een kringetje. Een enkele nam hem afzonderlijk, om in fluistergesprek te vragen, of Santema niet maken kon, dat die vreemdelingen ook aan hem eens een bezoek brachten ; natuurlijk zou men dit gaarne op een of andere wijze vergoeden en onder al deze bedrijven kwam Santema hoe langer hoe meer in een stemming, waarbij het hem was aan te zien, dat hij zich dé gelukkige bezitter voelde te zijn.
„Dat kost oom een rondje, hoor" — lachte" een broerszoon uit den bouwhoek, nadat men elkander met nog eenige kennisen gegroet had ; en het volgend ogenblik klonk het met verheffing van stem: „Aannemen !", En de dames-bedienden kenden hare klanten. Weldra waren met lachend gelaat de begeerde dranken in schijnbaar, kristallen glaasjes gepresenteerd, waarbij het niet aan zoogenaamde grappen ontbrak aan het adres van het meisje, hetwelk dit deel van de gelagkamer voor haar rekening had, en toen begonnen de gesprekken. Over den handel en den uitvoer naar het buitenland, én het monden klauwzeer, en den grooten aanvoer ter markt, waar men voorheen om dezen tijd van het jaar niet van wist, en de graanprijzen op de beurs, om tenslotte altijd weer terug te komen op het fortuin, 't welk boer Santema zoo gunstig was.
Onder, deze gesprekken door had ook Thijs Sangers in den kring plaats genomen. Met een breed gebaar werd de leeren portefeuille aan een ketting om den hals bevestigd, uit den binnenzak van het wollen vest gehaald en eenige waardevolle papiertjes uitgeteld.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's