DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP 37
DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP (37)
De pas gedoopte en opwassende kindertjes zijn de teedere ranken in Christus. Of zij in Hem zullen blijven, of zij vrucht zullen dragen ? Dat weten wij niet. God weet het, die alle dingen bestuurt naar den raad van Zijn wil (Efeze 1 vers 11). De verborgene dingen zijn daarbij voor den Heere, onzen God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, om te doen al de woorden dezer wet (Deut. 29 vers 29). Aanvankelijk verheugen wij ons dan ook, dat de Heilige Geest hen. in onderscheiding van zoovele millioenen kinderen van Joden en Heidenen, als ranken in Christus heeft ingelijfd door den doop. Wat is betamelijker dan met de Gereformeerde Kerk te bidden, dat God deze rankjes verder onder Zijn bescherming wil nemen ; hen door Zijn Heiligen Geest altijd wil regeeren ; geven wil, dat zij nu ook geen tegenstrijdige en schadelijke, maar een Christelijke en godzalige opvoeding genieten mogen ; opdat deze teere rankjes, Christus pas ingeënt, maar nog niet in Hem geworteld, nu toch ook in den Heere Jezus' Christus mogen wassen en toenemen ; geen dorre, maar levende ranken mogen zijn, en dit bewijzen door het geloof en door een vromen wandel, erkennende de Vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die Hij hun en ons allen in de Kerk van Christus, bewezen heeft, door Christus aan ons en ons aan Christus te schenken ?
Neen ..... de Gereformeerde Kerk, en wij met haar, stellen dus geen inklevende macht in den doop, maar wij maken ook den doop niet krachteloos. Het is een bedroevende eigenaardigheid van onze dagen, om Gods instellingen, die Hij Zelf voor degenen, die gelooven, zekerlijk handhaven en verheerlijken zal, eerst tot karikaturen te misvormen, en dan te vragen : gelooft gij — dat ?
Zoo heeft men b.v. die onbegrijpelijk heerlijke en genadige instelling van den Christelijken Rustdag, dat symbool van de betrekking tusschen hemel en aarde, en dat onderpand van rust en vrede in God door de opstanding van Christus, getracht ter zijde te stellen en tot een dag van uitspanningen en uitspattingen te verlagen door de schier onnoozele vraag : of de geloovigen dan meenen, dat God lust heeft in de afzondering van een dag tot vadsige rust en ledigheid ? Zóó ook hebben de ongeloovigen in de Kerk, het ongeloof, het bijgeloof en de ongerechtigheden van hun geestverwanten, op rekening van — de Kerk gesteld, en getracht de uitnemend weldadige en genadige instelling van de Kerk bespottelijk te maken door de schier onnoozele vraag : of dan een bloot lichamelijk zijn in de Kerk zalig maakt ?
En niet anders nu gaat het met den doop, en vooral met den Kinderdoop. Wij stellen in den doop geen inklevende, geen onderwerpelijke genade toevoerende kracht. Het kind na den doop is hetzelfde als het kind vóór den doop ; met dit onderscheid, dat het nu sacramenteel is nedergelegd op en omgeven is door de nimmer wankelende beloften van God ; dat het nu niet meer zijn zaligheid uit Adam, maar uit Christus, niet meer uit de natuur, maar uit de genade mag najagen ; dat het nu staat op een grondslag, dien het slechts in al zijn verdere ontwikkeling behoeft vast te houden, om eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen onbevlekt gesteld te worden".
En het geloof in Gods Verbondsbelofte wordt nu bestreden door vrome menschen — zegt Wormser in het 18de hoofdstuk — waarover de volgende maal iets meer.
(Wordt voortgezet.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's