STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Groote verantwoordelijkheid
Groote verantwoordelijkheid
De oud-ontwapenaars, de Sociaal Democraten en de Vrijzinnig-Democraten, verkeereu als zoodanig in deze dagen van oorlogsgeweld in een weinig benijdenswaardige positie.
Immers dragen deze partijen in niet geringe mate de verantwoordelijkheid voor de defensiemoeilijkheden, waarin zich op dit oogenblik een deel der neutrale landen bevindt.
De oorzaak van deze moeilijkheden zit in de weerloosheidsactie, welke de internationale Sociaal-Democratie sinds de groote wereldoorlog van 1914/1918 heeft gevoerd.
Om een enkel voorbeeld te noemen. Zooals men weet, hebben de Sociaal-Democraten in de Scandinavische landen reeds gedurende vele jaren een machtige stem in het kapittel.
Bekend is b. v., hoe de Socialisten hier te lande steeds naar Zweden verwezen als het land, waar het Socialistisch regeeringsbeleid, in tegenstelling van dat in Nederland, een welvaartspolitiek voerde, die het economische en sociale leven der bevolking tot een ongekende hoogte deed opbloeien.
Men kende in Zweden, aldus de Nederlandsche Soc.-Democratie, geen armoede. Werkloosheid was in dat land een onbekende. Echter de Sociaal-Democraten in de Scandinavische landen waren ook ontwapenaars. De defensie werd daar in hooge mate verwaarloosd. Thans plukt men daarvan de wrange vruchten.
De voorspelling van de Sociaal-Democraten in Zweden en Noorwegen, is niet uitgekomen. De beide landen lagen in zulk een veiligen hoek van Europa, dat ze voor den oorlog bewaard zouden blijven. Het oorlogsgevaar zou hen niet genaken.
Doch op dit oogenblik voelt men het aan den lijve, hoe onverantwoordelijk de Socialistische regeeringen gehandeld hebben, door geen acht te slaan op de landsverdediging. Zweden en Noorwegen verkeeren, wat hun defensie betreft, in een staat van machteloosheid. Zij zien het gevaar, dat hun van de zijde van Rusland, tengevolge van de weerloosheid bedreigt.
Eerst sinds korten tijd is men wakker geworden, doch nu is het telaat.
Finland, ook een der Scandinavische rijken, geraakte wat vroeger uit den dommel. Patrimonium herinnerde onlangs aan een bezoek, dat in Juli 1938 een der Finsche Sociaal-Democratische leiders, de heer Kith Wük, aan ons land bracht en bij die gelegenheid een gesprek had met een der directeuren van de Arbeiderspers. Hij zeide toen :
„De militaire kwestie was voor de Sociaal-Democraten van Finland een moeilijke kwestie. Wij waren steeds tegen bewapening en stemden ook verleden jaar nog tegen de begrooting. Inmiddels kwamen wij in de regeering en dit jaar heeft de partij besloten voor de bewapeningsplannen te stemmen, die in zeven jaar 3 milliard zullen kosten. Wij stemden voor, omdat wij in de regeering zitten, omdat de verantwoordelijkheid grooter geworden is, omdat de coalitie-politiek het eischte en omdat de veranderde internationale verhoudingen het naar het inzicht van de meerderheid der partij, noodzakelijk maakten".
Zelfs ten aanzien van de landsverdediging — aldus Patrimonium — was er dus blijkbaar een groot verschil in Finland tusschen de Sociaal-Democraten in oppositie, en de Sociaal-Democraten, deel uitmakende van de regeering. De Finsche Sociaal-Democraten hebben blijkbaar lang vertrouwd op de vredelievendheid van hun grooten ,,Socialistischen" buurman.
Hoe zijn ze bedrogen uitgekomen. Hoe gansch anders zouden de Scandinavische Rijken er in de huidige omstandigheden hebben voorgestaan, wanneer zij met de landsverdediging ernst hadden gemaakt.
Thans zien Zweden en Noorwegen met groote vrees het oogenblik tegemoet, dat Finland door de Russen onder de voet zal worden geloopen.
Er valt geen hulp aan de Finnen te verleenen.
De Sociaal-Democraten in de Scandinavische landen dragen wel een groote verantwoordelijkheid.
En zooals het in het Noorden van Europa ging, ging het ook in ons land. Gelukkig, dat men ten onzent niet door de koorts der weerloosheid werd bevangen.
Toch werd door de voortdurende actie van Sociaal-Democraten en Vrijzinnig-Democraten voor ontwapening, de arbeid, om hier te lande tot een krachtige landsverdediging te geraken, in niet geringe mate bemoeilijkt.
Een gevolg van deze bemoeilijking is een tekort aan geoefende manschappen en een achterstand van de materieele uitrusting der troepen.
Wij verstaan het, dat de militaire medewerker van de Roomsch-Katholieke Maasbode zijn tegenwoordige geloofs- en partijgenoot, de vroegere Vrijzinnig-Democraat mr. Marchant, oud-Minister en oud-ontwapenaar, die thans weer tot zijn oude liefde van weerloosheid schijnt terug te keeren, deze rake terechtwijzing toedient :
„Heer Marchant, u hebt vele guldens op de defensie helpen besparen, maar 't was waarlijk uw schuld niet, dat deze besparing niet zware bloedoffers van onze eigen kinderen en verlies van onze onafhankelijkheid ten gevolge heeft gehad. Thans zou het u gepast hebben ons niet te bemoeilijken bij onze pogingen om van de landsverdediging nog te redden, wat er nog te redden is".
„U is toch een van de hoofdschuldigen, dat de weermiddelen thans ontbreken !
U hebt toch onze beroepskaders „uitgebrand", zoodat de aanvoering in het begin onzer mobilisatie maar matig verzekerd was".
,,Als er iemand op roekelooze wijze in het verleden tegen de weermacht heeft geageerd, als er iemand mede schuldig staat aan de verwaarloozing van de weermacht in het verleden, als er iemand verweten mag worden, dat tengevolge van die verwaarloozing thans honderden millioenen extra uitgegeven moeten worden en wij thans 1, 7 millioen gulden per dag voor de mobilisatie moeten betalen, dat bovendien tienduizenden ouderen, waarbij zeer vele huisvaders, nog binnen het mobilisatiebesluit moesten vallen, als iemand mede daaraan schuldig staat, dan is dat wel in de eerste plaats mr. H. P. Marchant. Immers, mede zijn demagogische actie heeft verhinderd dat de weermacht indertijd op een doeltreffende wijze werd georganiseerd, geoefend en bewapend. En daarvoor moeten we thans boeten, voorloopig gelukkig alleen nog in onze portemonnaie, maar het had ook kunnen zijn met ons leven".
De Vrijzinnig-Democraten en de Sociaal- Democraten — de oud-ontwapenaars — mogen zich dit als tot hun adres gericht, gezegd weten.
Als hun haan had koning gekraaid, zou Nederland thans zonder weermacht zijn en zijn zelfstandigheid kwijt zijn.
Ook ten onzent dragen de Sociaal-Democraten en Vrijzinnig-Democraten als oud-ontwapenaars, een groote verantwoordelijkheid.
Moge ons land de schadelijke gevolgen van de weerloosheidsactie niet aan den lijve gevoelen.
God beware ons volk in dezen ontzettenden krijg, die gevoerd wordt, bij den vrede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's