De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten.

6 minuten leestijd

De apostel onderwijst Petrus, dat de rechtvaardiging alleen geschiedt uit het geloof : niet uit de werken, vers 15—21. Vervolg vers 16.

Hoofdstuk II

Nadat wij onderricht hebben gegeven in de leer van het geloof in Christus, zetten wij thans ook die aangaande de goede werken uiteen.

Daar gij Christus door het geloof aangenomen hebt, door Wien gij gerechtvaardigd zijt, moet ge nu ook aanvangen, goede werken te verrichten. Bemin God en uw naaste ; roep Hem aan ; dank, predik, prijs en belijd den Heere ; doe wèl aan uwen naaste, en dien hem ; en doe wat uw werk betreft uw plicht !

Al deze dingen zijn inderdaad goede werken, die voortvloeien uit het geloof en uit de vreugde, welke in het hart gekomen is, omdat wij om niet, door Christus, de vergeving van zonden hebben ontvangen.

Wat wij later aan kruis en lijden nog te dragen krijgen, kunnen we gemakkelijk dragen. Want het juk, dat Christus oplegt, is zacht, en Zijn last is licht (Mattheüs 11 vers 30). Daar z'n zonden vergeven zijn, en de consciëntie bevrijd is van den last en de bitterheid der zonde, kan een christen alles gemakkelijk torsen. Omdat van binnen alles zoet is en liefelijk, verricht en lijdt een christen alles gewillig. Gaat een mensch echter in zijn eigen gerechtigheid voort, dan valt alles wat hij doet en lijdt hem zwaar, en alles is hem dan een last, daar hij het met tegenzin verricht.

Een christen is dus niet iemand, die geen zonde heeft of gevoelt, maar een mensch, wien zijn zonde niet toegerekend wordt op grond van zijn geloof in Christus. Deze leer schenkt in tijden van hevige aanvechtingen een ware vertroosting. Het is dan ook niet zonder reden, dat wij zoo dikwijls en met zoo groote naarstigheid de menschen ervan trachten te doordringen, dat onze zonden vergeven zijn, en wij voor rechtvaardig gehouden worden om Christus' wil. Ook vergete men niet, dat een christen, vooral als de verzoeking tot hem komt, met de Wet en de zonde absoluut niets te maken heeft. Voorzoover iemand een christen is, — voorzoover staat hij boven de Wet en de zonde. Want in zijn hart heeft hij, als een edelsteen in een ring, Christus, die de Heer is der Wet. Klaagt de Wet hem aan, en verschrikt de zonde hem, dan ziet, hij op Christus ; heeft een mensch Hem in het geloof aangegrepen, dan beschikt hij over den overwinnaar over de Wet, de zonde, den dood en den duivel. Christus toch heerscht over al deze machten, zoodat zij den mensch niet kunnen schaden.

Een christen, in den waren zin van het woord, is dus vrij van alle wetten, en hij is aan niemand onderworpen.

En waar deze leer bestaat en ongerept gehandhaafd blijft, worden de christenen gesteld tot rechters over allerlei leer, en tot heeren over alle wetten der gansche wereld. Met zekerheid kan een christen beweren, dat een Turk met zijn Alkoran veroordeeld is. Insgelijks spreken de christenen met vertrouwen een oordeel uit over den paus, zeggende, dat ook hij en zijn gansche rijk onder het oordeel valt.

.......zoohebben ook wij in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus.......

De waarachtige leer des Christendoms bestaat hierin, dat wij door het geloof in Christus gerechtvaardigd worden, en niet door de werken der Wet. Laat u hiervan door geen goddelooze uitleggingen van sophisten afbrengen, als zij zeggen, dat het geloof dan eerst rechtvaardigt, wanneer daar de liefde en de goede werken bij komen. Want wanneer het geloof zonder de liefde niet rechtvaardig maakt, dan is het geloof ijdel en onnut ; alleen de liefde zou dan eigenlijk rechtvaardigen, omdat het geloof op zichzelf niets is, tenzij door de liefde gevormd en opgesierd. Men mijde deze opvatting echter als een gif uit de hel, en besluite met Paulus, dat wij alleen door het geloof gerechtvaardigd worden : niet door een geloof, dat gevormd wordt door de liefde.

Weliswaar geven wij toe, dat ook de goede werken en de liefde geleerd en verkondigd moeten worden, maar op zijn tijd en plaats, namelijk, wanneer men zich, buiten de hoofdzaken der leer om, speciaal met deze onderwerpen bezighoudt. Hier is echter de vraag aan de orde : hoe worden wij gerechtvaardigd,  en hoe verkrijgen wij het eeuwige leven ? En hier antwoorden wij met Paulus, dat wij alleen door het geloof in Christus rechtvaardig verklaard worden, en niet door de werken der Wet of de liefde. Niet, dat wij de werken of de liefde verwerpen, gelijk onze tegenstanders ons beschuldigen ; doch wij willen ons van de hoofdzaken, waarom het hier gaat, en wat de Satan gaarne zou willen, niet laten afbrengen. En daar wij dus handelen over het leerstuk van de rechtvaardigmaking, zoo verwerpen en veroordeelen wij hier de werken, daar bedoeld stuk ten eenenmale niet toelaat, om over de goede werken te handelen. In dit kader laten wij alle wetten en werken der Wet eenvoudig buiten beschouwing.

Het gaat hier over de vraag wie Christus is, en wat voor weldaden Hij ons geschonken heeft.

Christus nu is de Wet niet. Hij is ook geen werk van mij of van de Wet. Ook is Hij mijn kuischheid, gehoorzaamheid of armoede niet, doch de Heere over leven en dood, de Middelaar en de Heiland van zondaren, de Verlosser van hen, die onder de Wet zijn. Door het geloof zijn wij in Hem en is Hij in ons (Johannes 6 vers 56).

Willen wij dus een christen goed beschrijven, dan moeten wij alle wetten en werken goed weten te onderscheiden van de beloften des Evangelies en van het geloof. Want Christus is de Wet niet ; evenmin iemand, die scherpelijk de vervulling der Wet of de goede werken van ons eischt ; Hij is het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt (Johannes 1 vers 29). Deze dingen worden alleen verstaan door het geloof : niet door de liefde. Wat niet wegneemt, dat de liefde op het geloof volgen moet, doch uit dankbaarheid.

De overwinning over zonde en dood, de zaligheid en het eeuwige leven worden dus niet ons deel door de Wet of de werken der Wet ; ook niet op grond van vermogens, die in onzen vrijen wil zouden gelegen zijn ; doch alleen door Jezus Christus.

Alleen het geloof rechtvaardigt dus, en de overwinning over de zonde ligt uitsluitend in Jezus Christus, en niet in de werken der Wet of in onzen wil.

Gaarne willen wij om deze leer door onze tegenstanders bespot en gescholden worden. Van de zaak, waarover Paulus hier spreekt, verstaan zij echter toch niets !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's