UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten.
De apostel onderwijst Petrus, dat de rechtvaardiging alleen geschiedt uit het geloof : niet uit de werken, vers 15—21. (VI).
Hoofdstuk II.
Vervolg vers 17. Is Christus dan een dienaar der zonde ?
Wij hebben hier wederom een Hebreeuwsche manier van uitdrukken, waarvan Paulus zich ook in 2 Korinthe 3 vers 7—9 bedient. Hij handelt daar op verhevene en heldere wijze over twee bedieningen, namelijk over die der letter en des Geestes ; der Wet en der genade ; des doods en des levens. Mozes had, zoo zegt de apostel, de bediening der Wet, wijl hij een dienaar der Wet was ; hij bekleedde echter een ambt der zonde, des toorns, des doods, en der verdoemenis. Een dienaar der zonde is niets anders, dan iemand, die de Wet geeft en haar vervulling eischt, goede werken en de liefde predikt, het dragen van kruis en leed leert, en betoogt, dat Christus' voorbeeld en dat der heiligen moet worden nagevolgd. Een ieder, die deze dingen verkondigt, en op het betrachten daarvan aandringt, is een dienaar der Wet, der zonde, des toorns en des doods, aangezien hij, door zulks te leeren, alleen maar de conscienties verschrikt en bezwaart, door haar onder de zonde te besluiten. Want het is nu eenmaal onmogelijk, dat de menschelijke natuur de Wet kan vervullen. En zelfs in hen, die gerechtvaardigd zijn, en den Heiligen Geest deelachtig werden, strijdt de wet der leden tegen de wet des gemoeds. (Romeinen 7 vers 23). Wat zal de Wet dan wel niet bewerkstelligen in degenen, die den Heiligen Geest niet hebben !
Wie dus leert, dat men door de Wet gerechtigheid kan verkrijgen, die begrijpt zelf niet, wat hij zegt of beweert ; nog veel minder neemt hij zelf de Wet in acht ; veeleer bedriegt hij zichzelf en anderen, terwijl hij hen ook bezwaart met een ondragelijken last, door het onmogelijke te leeren en te eischen ; tenslotte brengt zulkeen zichzelf en zijn volgelingen tot vertwijfeling en wanhoop.
De eigenlijke strekking en bedoeling der Wet is deze : zij verklaart geruste en verzekerde menschen schuldig, opdat zij zichzelf zullen zien als onderworpen aan zonde, boosheid en dood, en zullen sidderen en beven bij het ruischen van een neervallend blad.
Menschen, die zóó zijn, bevinden zich onder de Wet. Want de Wet eischt een absolute gehoorzaamheid jegens God, en veroordeelt een iegelijk, die haar niet volbrengt.
Het staat echter vast, dat niemand deze volmaakte gehoorzaamheid der Wet brengen kan, hoewel God deze toch op zijn strengst van ons vordert. Daarom rechtvaardigt de Wet niet, maar zij veroordeelt, gelijk geschreven staat : Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al wat geschreven is in het boek der Wet, om dat te doen. (Deut. 27 vers 26 en Galaten 3 vers 10).
Zoo is dus een ieder, die de Wet leert, een dienaar der zonde.
Met recht noemt Paulus in 2 Korinthe 3 de bediening der Wet een „bediening der zonde". Want de Wet brengt de zonde aan het licht, welke zonder de Wet dood is. (Romeinen 7 vers 8).
De rechte kennis der zonde, welke Gods toorn over de zonde billijkt en erkent, en werkelijk een gevoel heeft van den dood, verschrikt 's menschen gemoed, hem tol wanhoop brengend en doodend. (Romeinen 7 vers 11).
Bijgevolg kennen de leeraars der Wet en der werken zichzelf niet ; ook hebben zij geen notie van de zwaarte der Wet ; ook is het niet mogelijk, dat zij vrede voor hun genioed zouden kunnen verkrijgen, wanneer zij met aanvechtingen te kampen hebben en in doodsnood verkeeren, alhoewel zij de Wet onderhielden, de liefde in acht namen, vele goede werken verricht en slechte nagelaten hebben. Want de Wet blijft bezig met verschrikken en aanklagen, zeggende : gij hebt niet steeds gedaan alles, wat in de Wet bevolen was, en vervloekt is een iegelijk, die dat heeft nagelaten.
De vrees en angst blijven dus over, en zij worden steeds heviger. En wanneer de leeraars der Wet niet opgericht worden door het geloof en de gerechtigheid van Christus, zullen zij tot volslagen vertwijfeling komen.
Merkwaardig is in dit opzicht het voorbeeld van een zekeren kluizenaar. Kort voor zijn dood stond hij somber en onbewegelijk drie dagen lang naar den hemel te turen. Toen hem gevraagd werd, waarom hij dat deed, antwoordde hij dat hij den dood vreesde. Zijn leerlingen troostten hem echter, en zeiden, dat hij geen reden had, om den dood te vreezen, daar hij altijd heilig geleefd had. De man antwoordde echter : weliswaar heb ik heilig geleefd, en Gods geboden onderhouden, maar Zijn oordeelen en gerichten zijn gansch anders, dan die der menschen. Met den dood voor oogen, kon deze kluizenaar niet rustig zijn, alhoewel hij onberispelijk geleefd en de Wet Gods in acht genomen had, omdat hem voor den geest kwam, dat God heel anders oordeelt, dan wij menschen.
Zoo verloor hij al z'n vertrouwen op zijn goede werken en verdiensten, en hij is tot vertwijfeling gekomen, wanneer hij niet door de belofte van Christus is opgericht.
De Wet kan dan ook niet anders uitrichten, dan ons geheel ontkleeden en schuldig verklaren. Geen raad en hulp is er dan, doch alles is verloren. Het leven en de martelingen van alle heiligen kunnen ons hier niet helpen. Wie dus bij de leer blijft, dat het geloof in Christus niet kan rechtvaardigen, tenzij tegelijk de Wet onderhouden worde, die maakt Christus tot een dienaar der zonde, dat is tot een leeraar der Wet, die hetzelfde leert als Mozes.
Christus zou geen zaligmaker en uitdeeler der genade zijn, maar een wreede tiran, die het onmogelijke van een mensch eischt, evenals Mozes, wat hij toch niet volbrengen kan.
Zoo meenen alle werkers van eigen gerechtigheid, dat Christus een of andere nieuwe wetgever is. Zij houden het Evangelie voor een boek nieuwe wetten inzake de werken. In de boeken van Mozes hebben we echter wetten genoeg. Dientengevolge is het Evangelie een prediking van Christus : dat Hij de zonden vergeeft, genade schenkt, zondaren rechtvaardigt en zalig maakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's