De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Lucas 24 vers 34.

4 minuten leestijd

De Heere is waarlijk opgestaan

Lucas 24 vers 34.

Dit woord klinkt op als een overwinningskreet te midden van de eerste gemeente te Jeruzalem, toen zij saam waren vergaderd en de Emmaüsgangers binnentraden, na een moeizamen weg, vol hemelsche verrassingen. Merkwaardige bevestiging : „waarlijk", 't Is alsof de discipelen willen zeggen : bange twijfel en vrees hield eerst ons hart gevangen, toen wij onzen geliefden Meester na een weg van lijden en kruis onder zagen gaan in den dood. Toen verzonk ook onze laatste hoop en verwachting. Wij hadden zoo anders gehoopt en verwacht. Ja, er waren oogenblikken, dat wij hoopten, dat Hij dat ontzettende kruis van zich zou werpen. Zich zou verlossen van al dien smaad en hoon. Maar de dood, de groote geweldenaar, bleek ook Hem te sterk en voor ons was alleen nog maar 't woord : „Och, dat onze oogen springaderen van tranen waren, om dag en nacht te beweenen de verslagenen van ons volk".

Maar nu is hun droefheid omgezet in blijdschap, de benauwde geest heeft plaats gemaakt voor het gewaad des lofs. Zij hebben den Heere zelve aanschouwd. Nu zijn zij aanschouwers van de dingen, die onder hen volkomen zekerheid hebben. En van die zekerheid getuigt het tekstwoord: De Heere is waarlijk opgestaan. En nu komt ook dit woord vanuit de bladen van het Eeuwig Schrift tot ons, door de eeu­wen heengedragen door Gods voorzienig bestel. En hoe komt 't tot ons, hoe wordt het door ons beluisterd ? Misschien als zoovele Gods-woorden, die tot ons komen, en die hun glans en heerlijkheid voor ons hebben verloren, omdat wij ze reeds zoo vaak hebben beluisterd? Misschien ook wel als een woord zonder inhoud, omdat wij nog geen zondaar voor God zijn en wij onze schuld niet recht gevoelen ? Omdat gij u wellicht nog altijd staande hebt gehouden voor God in uw eigen werk.

Waar het leven der genade ontbreekt, het leven uit God, daar ontbreekt ook de waarachtige bekommernis des harten, daar hoort men het aloude Paasch-Evangelie en meent misschien ook nog het goed begrepen te hebben, en als men het gehoord heeft en Paschen is weer achter den rug, dan is ook het Paasch-Evangelie voorbij en men gaat zijn ouden weg en volgt zijn oude begeerten en leeft als de planten en dieren. Ja, men meent zoowaar, dat het zoo blijven zal, totdat de dood aan onze vensteren klopt, en o, dan wil men kloppen en zoeken : Heere, Heere, doe ons open, maar dan zullen zij ervaren dat zij gelijk zijn aan de dwaze maagden, die met hunnen Heere niet kunnen ingaan in de bruiloftszaal.

Maar als er waarachtig leven in de ziel is, leven uit God, dan zal ook de toepassing van dat woord op het eigen harte worden gemaakt, dan begint het voor het eerst of bij vernieuwing wederom „te lichten" in 't harte. Dan wordt er een klagen en roemen geboren. Een klagen, dat ik tegen alle geboden Gods zwaarlijk heb gezondigd en geen der zelve gehouden en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, maar óok een roemen: nochtans God, zonder eenige mijner verdiensten, mij schenkt uit loutere genade genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid. Ja, Hij schenkt mij dat alles zoó volkomen, alsof ik-nooit zonde gehad heb of gedaan — ja, als had ik alle gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft.

Rijk en volzalig lichten, lichten des geloofs in het harte. Waarlijk ook opgestaan voor mij, tot mijne rechtvaardigmaking. Dan werpen wij onze specerijen weg, want die behooren bij het graf, die behooren bij een dooden Heiland. Dan leeren wij verstaan dat onze specerijen, onze werken, ja, onze beste werken ons niet verder brengen dan 't graf, dat uit de werken der Wet geen vleesch voor God rechtvaardig zal zijn.

Dan maakt de blijdschap van vader Jacob zich meester van de ziel, toen hij hoorde, dat Jozef leefde, de groote blijdschap, dat wij geen dooden Jezus hebben, maar Een, die leeft, die gestorven is om onze zonden en opgewekt is tot onze rechtvaardigmaking.

De Heere is waarlijk opgestaan. Zoek nu niet wederom den Levende bij de dooden, d.w.z. gij vindt bij uzelven geen gerechtigheid, geen leven, geen Gode welbehagelijke vrucht. In den mensch slechts de zonde en de dood. Uit den mensch komt in der eeuwigheid geen vrucht! Uw vrucht is uit Mij gevonden! Uit den levenden Heere. Hij is onze gerechtigheid. Hij is ons leven. In Hem ligt onze vrucht, en geloovende in Hem, zullen wij vervuld worden met vruchten der gerechtigheid, Gode tot eere en verheerlijking.

De Heere is waarlijk opgestaan !

O, levende Heiland, maak Gij nog maar vele gebondenen en gevangenen los, zend ze maar henen in vrijheid en omring ze maar met vroolijke gezangen der bevrijding, opdat zij U loven en grootmaken, want Gij hebt mij verlost.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's