De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)

44) Maar daar was Tjerk evenmin tegen bestand. Met de zachtmoedigheid, die hij van zijn moeder geërfd en met Mini gemeen had, vroeg hij, waarom zijne vraag haar zoo leed deed en of zij dan heelemaal niet verwacht had, dat hij bijzondere toegenegenheid voor haar gevoelde.

Wat er toen precies tusschen die twee gesproken is, werd niemand natuurlijk gewaar ; alleen toen Tjerk al maar aandrong om te weten wat toch de reden was, dat zij hem bleef weigeren, niettegenstaande hij van zijn kant haar op alle manieren tegenkwam en het financieel verschil had trachten weg te praten, kwam het als een snik uit haar keel, of hij dan niet wist, dat zij geen ouders had.

Die vraag had hem plotseling stil gemaakt en blijkbaar geschokt. Nienke had geen ouders ! En was dat nog maar zoo. Dat zij als een weeskind vriendelijk onderdak had gevonden bij den schoenmaker, die zich over haar ontfermde en daar rijk voor gezegend werd. 't Fijne van de zaak wist hij niet, maar juist haar heftige ontroering deed hem vreezen, dat hier een verleden lag, waarover 't liefst de sluier werd neergelaten, gelijk dat van zoo menig leven gold, of althans van zoo menige bladzijde uit veler leven. Nu zij evenwel het éene hem gezegd, had, wilde ze het andere niet verzwijgen. Daarop vertelde zij hem op kiesche wijze, als aan iemand, die haar vertrouwen waard was, van wien zij wist, dat hij hare geheimen voor zich bewaren zou, dat zij haar vader nooit gekend had en van de moeder anders niet wist, dan dat deze waarschijnlijk ergens in Holland woonde, zoo zij tenminste nog leefde, en geheel afstand van haar gedaan had.

Doch om deze reden, die hij zeker volkomen billijken zou en haar bij andere het zwaarste woog, kon zij er niet aan denken, ooit zich te verbinden met iemand, voor wien haar naam een schandvlek zou zijn en wiens familie hierdoor beleedigd zou worden.

Met groote verbazing hoorde Tjerk Santema deze biecht aan. 't Waren nieuwe dingen, die hem als een openbaring tegenkwamen, doch onder welke mededeeling Nienke bij hem nog in achting steeg. Welk meisje, in die omstandigheden, deed haar dat na ? Geen enkel verwijt, tegen wien ook, kwam over haar lippen ; alleen een simpele mededeeling van feiten, die hij, naar zij meende, weten moest en op grond waarvan zij een fortuin verwierp, waar menigeen van haar leeftijd naar grijpen zou. Verried dat niet een grootheid van karakter, zooals slechts weinigen bezaten ? En was dat niet méér waard dan geld en goed ?

Toen gebeurde er iets. Plotseling was het gezicht van Tjerk opgeklaard en terwijl hij hare hand greep, sprak hij : „Herinner jij je die preek van ds. Buitenveld over : Een zeker mensch ? "

Op hetzelfde oogenblik scheen er een schok door heel 't lichaam van Nienke te gaan. Of zij zich die herinnerde ! Nooit had zij tegen iemand over dien dienst gesproken, 't Was haar opgevallen, hoe, geheel tegen de gewoonte in, althans in haar bijzijn thuis geen woord over deze preek gezegd werd, doch des te meer had zij daarover nagedacht. Behoorden diegenen, die zij met den vader- en moedernaam had te noemen, ook niet tot hen, die zoo aan den weg van het leven in handen der moordenaars gevallen en naakt uitgeschud waren ? En waar waren deze nu ? Ja, waar ? Wie had zich hunner ontfermd ? Zij zelf had een liefderijk tehuis gevonden onder het dak harer pleegouders en nooit zou zij aan deze kunnen vergelden al het goede, haar aangedaan. Doch waar waren die anderen, die haar op deze wereld het naaste bestonden ? Leefden zij nog ? Van haar vader had ze nooit iets vernomen. Zijn naam was haar niet eens bekend ; en wat hare moeder betrof, ook deze had zij nog nimmer met bekende oogen gezien. Maar eenige dagen geleden, 't was in het gezellig schemeruurtje, toen zij met haar pleegmoeder alleen en Gurbe op een avondpraatje bij Pier Boukes was, had zij plotseling het gesprek op haar moeder gebracht. „Of er dan geen enkele herinnering meer aan haar bestond", vroeg zij, en toen had Gelske, na eenigen tweestrijd, haar verteld, dat benevens de doek, waarin zij als zuigeling was verpakt geweest, ook nog een brief bewaard werd, waarin de onbekende afscheid nam van haar kind. Een hooge blos had bij het hooren dezer woorden haar wangen gekleurd. „Of zij dezen brief lezen mocht", vroeg zij. Maar reeds had Gelske spijt van de mededeeling, die zij gedaan had. Wat zou Gurbe hiervan zeggen ? Hadden ze niet afgesproken, met dit bericht te wachten tot de meerderjarigheid van Nienke ? En nu was het er al uit. Hij zou zeggen, dat vrouwen nooit zwijgen konden en dat Nienke nog veel te jong was om over die dingen na te denken en dat het hare jeugd, tot hiertoe zoo zonnig en vroolijk, maar bederven zou en dat het misschien een verwijdering teweeg kon brengen tusschen Nienke en hen.

„'kWeet niet, kind, of het wel goed voor je wezen zou. Je vader en ik hebben besloten, dit geheim voor je te bewaren tot later, als je wat ouder bent en misschien je eigen huishouding hebt ; en nu heb ik deze afspraak verbroken. Laten wij er niet meer over spreken". Doch dit ging nu eenmaal niet. De stem des bloeds was wakker en deze liet zich het zwijgen niet weer opleggen. „Zij is toch mijn moeder !" had Nienke gesnikt, en oogenblikkelijk voelde Gelske iets van die schrijnende pijn, die zij vóór jaren al vreesde dat komen zou, wanneer haar aangenomen kind vroeg of laat de ontdekking deed, dat er nog iemand anders was, die méér recht op haar had. Wie was het meeste in dat oogenblik te beklagen geweest : Nienke of Gelske ?

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's