De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK SCHOOL VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK SCHOOL VEREENIGING

18 minuten leestijd

Nederlandsche Hervormde Kerk.

Beroepen: te Den Andel cand. G. Dirkse te Leiden — te Tjerkgaast ca. (toez.) A. M. Knottnerus te Ee (Fr.) — te Rhenen J. v. d. Heide te Broek op Langendijk — te Franeker (voorg. Evang.) cand. P. de Hoop, hulppr. te Rijnsburg — te Vledder A. M. Brouwer te Engelen (N.-B.) — te Wijk bij Duurstede (toez.) G. C. Molenaar te Uitwijk (N.-B.) ~ te Meppel J. C. J. Dijkstra te Raalte — te Heusden (toez.) A. M. Knottnerus te Ee (Fr.) — te Heerhugowaard ca., J. de Bruyn 15e Gasselte (Fr.) — te Warns cand. J. S. v. d. Bos te Leiden — te Huizum (Herv. Evang.) B. J. Lietaert Peerbolte te Willemsoord — te Nieuwland (Z.-H.) cand. Joh. v. d. Velden, hulppr. te Amersfoort.

Aangenomen : haar Vlaardingen (vac. Tonnon) A. J. van Rhijn te Oppenhuizen — naar Franeker (Evang.) cand. P. de Hoop, hulppr. te Rijnsburg — naar Spijk (Gron.) A. Groot te Oudeschoot (Fr.) — naar Rozenburg C. de Ru te Biggekerke — naar Ter Aar cand. G. Huls, hulppr. te Ede, die bedankt heeft voor Dussen (N.B.) en Noorden (Z.H.)

Gereformeerde Kerken.

Tweetal: te Ambt-Vollenhove (St. Jansklooster) Th. J. Kerssies te Burum en H. v. d. Wey te Munnekezijl — te Schoonebeek cand. A. G. Honig, hulppr. te Dedemsvaart en cand. D. J. P. Meijer te Badhoevedorp.

Drietal: te Vleuten cand. G. van Andel, hulppr. te Scheveningen ; cand. J. S. v. d. Bos te Leiden en cand. G. Reyenga, hulppr. te Pesse (Dr.).

Bedankt : voor Enkhuizen C. M. v. d. Loo te Rijnsburg.

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Tweetal: te Alphen aan den Rijn Joh. van Doorn te Ouderkerk aan den Amstel en J. P. Meijering te Zwijndrecht — te Rijnsburg J. Hovius te N. Pekela en J. C. Maris te Sneek — te 's-Gravenhage-Oost W. Heerma te Zeist en J. M. Visser te Midwolda — te Steenwijk J. Tijmes te Nunspeet en J. M. Visser te Midwolda.

Beroepen: te Amsterdam-West W, Heerma te Zeist.

Gereformeerde Gemeenten.

Tweetal: te Dordrecht G. H. Kersten te Rotterdam-C. en W. C. Lamain te Rotterdam-Z. Beroepen: te Dordrecht G. H. Kersten te Rotterdam-C.

Bedankt: voor Enkhuizen M. Hofman te Moercapelle.

BEVESTIGING Ds. K. VAN DE POL TE 's-GRAVENHAGE. Aangegord met verheuging, zij het met weemoedige herinnering aan hem, wiens plaats vervuld stond te worden.

Zoo begaven zich velen Zondagavond 21 April j.l. naar de Groote- of St. Jacobskerk, waar de beroepen herder en leeraar, ds. K. van de Pol, vanuit Wierden tot ons overgekomen, bevestigd zou worden. Voor een dergelijke dienst is de St. Jacobskerk, gelegen in het centrum der stad en plaats biedend aan een groote schare, wel bij uitstek geschikt. Niet alleen echter daarom. Maar ook omdat binnen de muren van deze machtige kathedraal in het gefluister der eeuwen als 't ware te beluisteren is : „Er staat geschreven, en er is geschied".

„Er is geschied". Wie denkt in dit Protestantsch bedehuis, dat echter vroeger een R.K. bolwerk was, niet aan hetgeen in het verleden geschied is, toen de gezegende Reformatie tot in onze lage landen aan de zee was doorgedrongen. Tengevolge waarvan ook in dit Godshuis weer het zuivere licht dsr Waarheid op den kansel werd geplaatst.

Binnen deze kathedraal leeft ook de herinnering voort aan den grooten staatsman en geschiedschrijver Groen van Prinsterer, doch die vóór alles een Evangelie-belijder wilde zijn. Wiens strijdleus het was : „Tegen de revolutie, het Evangelie". En die er telkens weer den nadruk op legde : „Er staat geschreven en er is geschied". De Bijbel, welke hier op den kansel ligt, is n.l. de huisbijbel van Groen van Prinsterer geweest. Deze was één der „niet vele edelen", die de Calvinistische beginselen was toegedaan en onze Hervormde Kerk in een tijd van verval terugriep tot de zuivere leer, zooals die in onze belijdenisgeschriften weergegeven is. In één woord : hij wekte haar op, om te zijn een pilaar en vastigheid der Waarheid.

Pilaar en vastigheid der Waarheid. Het is alsof deze hooge roeping der Kerk verzinnebeeld wordt door één dier kolossale pilaren in deze St. Jacobskerk, waaraan de kansel met de opengeslagen huisbijbel van Groen van Prinsterer bevestigd is. Onder deze kansel nu, waar 15 jaar geleden ds. Van Dorp bevestigd werd door diens ambtsbroeder en vriend, ds. Heijer, bevond zich Zondagavond onze nieuwe herder en leeraar, opdat hij met een „Ja ik, van ganscher harte" zich aan zijn nieuwe gemeente verbinden zou.

De bevestiger, ds. I. Kievit, uit Baarn, liet de schare, welke het kerkgebouw geheel vulde, aanheffen : „'k Sla d' oogen naar 't gebergte heen", hetgeen ongetwijfeld ds. Van de Pol wel uit het hart gegrepen zal zijn.

Na de Apostolische Geloofsbelijdenis volgde de 'Voorlezing van Jesaja 41 vers 1—16. Dit Schriftgedeelte was, zooals de bevestiger nadien in zijn prediking naar voren bracht, van bijzondere beteekenis geweest voor ds. Van de Pol, alvorens deze het op hem uitgebrachte beroep heeft kunnen aannemen.

Het Woord werd in deze ure bediend aan de hand van 2 Tim. 2 vers 15 : „Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt". Bij de volgende twee gedachten werd nader stilgestaan : 1e. Het werk van den dienaar in het verborgene ; 2e. Zijn dienst in het openbaar. Hierbij wees ds. Kievit er o.a. op, dat het een allereerste vereischte is voor eiken dienaar des Woords om zich telkens en telkens weer in het verborgene terug te trekken. Om in gehoorzaamheid aan de roeping Gods zich Gode voor te stellen door tusschenkomst van Jezus Christus. Opdat in diepe afhankelijkheid en in het bewustzijn van eigen onbekwaamheid, van God de kracht en wijsheid begeerd worde om de arbeid in het midden der gemeente getrouw te kunnen uitoefenen. Bij dat zich Gode voorstellen dient de dienstknecht des Heeren tevens zijn gemeente op het hart te dragen. Anderzijds is het echter ook de dure roeping der gemeente, inzonderheid van hen die bidden geleerd hebben, om hun herder en leeraar op de vleugelen des gebeds tot God op te heffen. Indien zoo herder en gemeente elkander biddend opdragen, zal ervaren worden dat de zegenende ziel ook zelf gezegend zal worden.

Een dienstknecht des Heeren behoort nimmer tot den dienst in het openbaar over te gaan, hetzij dit de prediking, catechisatie, huisbezoek of iets anders betreft, zonder vooraf in 't verborgen de zegen en getrouwmakende genade van z'n Zender afgesmeekt te hebben. Indien zóó vanuit het verborgene het dienstwerk in het openbaar wordt verricht, dan zal zulk een arbeider niet beschaamd worden. Dan vermag hij alle dingen door Christus, die hem kracht geeft en zal zeker zijn arbeid niet ijdel zijn. Doch nimmer mag hij vergeten, dat hij geroepen is om arbeider, niet om heer te zijn. Hij moet planten en natmaken in het zweet zijner ziel, om dan verder den wasdom aan God over te laten. Het zal dan zijn begeerte zijn om het Woord der waarheid recht te snijden. Wet en Evangelie te verkondigen. De Waarheid als een zwaard te hanteeren, opdat onbekeerden, kon het zijn, zoodanig gewond worden, dat alleen Christus' hartebloed hen kan genezen. Terwijl het daarnaast zijn begeerte zal zijn, om onder beding van Gods genade, de gemeente zoowel melk als vaste spijze voor te zetten.

Indien gij zoo uw dienst in Gods Huis moogt verrichten — zoo besloot ds. Kievit zijn prediking welke onder stille aandacht werd beluisterd — dan zult gij eens aan het einde van uw diensttijd hier beneden, ingaan in den tempel zonder pilaren, waar het Lam Gods het licht en de kaars is.

Hierna werd overgegaan tot de bevestiging van ds. Van de Pol, wien na zijn „Ja ik, van ganscher harte" door de gemeente de zegenbede werd toegezongen : „Dat 's Heeren zegen op u daal".

De dienst werd besloten met het zingen van den lofzang : „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen".

Ds. M. VAN GRIEKEN.

Rotterdam, 22 April. Ds. M. van Grieken, Ned. Herv.pred. alhier, die vandaag zijn 40-jarig ambtsjubileum viert, heeft gisteren in de morgendienst in de geheel gevulde Noorderkerk aan de Jacob Catsstraat zijn jubileum herdacht. De dienst werd aangevangen met het zingen van Psalm 103 vers 10 en 11, terwijl voorts gelezen werd Jesaja 55. Nadat nog gezongen was Psalm 68 vers 10 en 16, gaf ds. Van Grieken als tekst voor zijn predikatie voor dezen morgen Jesaja 55 vers 10, 11 en 13. In zijn voorafspraak vroeg spreker de Gemeente, hem niet te willen euvel duiden, dat zijn predikatie eenigszins anders ingekleed was dan gewoonlijk. Hij wilde wijzen 1e. op zijn levensweg en op zijn levenswerk, en 2e. wat altijd het hart der prediking is geweest.

Spreker herinnerde aan den dag van de aanvaarding van de Evangeliebediening te Nieuwerkerk a/d IJssel, waar spreker bevestigd werd door zijn vaderlijken vriend ds. C. J. Lammerink van Amsterdam, voordien te Woerden.

Van ds. Van Dijk op het Gymnasium te Doetinchem heeft spreker veel geleerd. Deze heeft bij hem ook de liefde tot de Ned. Hervormde Kerk aangekweekt. Zijn lijfspreuk was : „niet separeeren, maar Evangeliseeren", Niet met de afscheiding van de Kerk, maar met de Evangelieprediking in de Kerk is de Hervormde Kerk 't meest gebaat, en niet alleen de Hervormde Kerk, maar het is ook voor volk en vaderland verre het beste. Daarom heeft ds. Van Dijk ook zijn leven gegeven aan de opleiding van predikanten. In dat verband vond ds. Van Grieken aanleiding te zeggen, dat net vandaag voor hem een dubbele gedenkdag is, want hij mag thans ook gedenken, dat hij 30 jaren arbeid heeft vervuld voor de opleiding. van predikanten van den Geref. Bond door middel van het Studiefonds, waarbij ds. M. Jongebreur en ds. N. van der Snoek hem steeds op zoo voortreffelijke wijze hebben geholpen. Hun namen leven in dankbare herinnering bij spr. voort.

Spreker vroeg de Gemeente hem te willen vergeven, indien hij wat van zijn kracht aan haar heeft onthouden, terwille van den Geref. Bond. Hij heeft dat niet anders gedaan dan uit liefde voor de Hervormde Kerk, daar hij deze alom wil zien staan als een getrouwe getuige en als pilaar en vastigheid der Waarheid.

Het Christelijk Onderwijs heeft ook steeds de liefde van spreker's hart gehad en daarvoor wil hij blijven ijveren. De Catechismus is zijn lievelingsboekje en de Geloofsbelijdenis noemde spreker een kostbaar bezit. Het verheugt spreker, dat thans in de Hervormde Kerk meer vraag is naar de belijdenis dan 40 jaar geleden. Reeds in zijn eerste gemeente ervoer spr. de waarheid van Gods Woord : Mijn Woord zal niet ledig wederkeeren. In spre­ker's tweede gemeente, Ameide, was er felle bestoking van modernisme en liberalisme, maar God gaf rijken zegen. In Delft, zijn derde gemeente, liet spr. een grooten vriendenkring achter. Het 25ste beroep, dat spreker ontving, n.l. van Rotterdam, werd opgevolgd, om 6 Juni 1920 zijn intrede hier te doen, na bevestigd te zijn door ds. S. van Dorp. Zijn intreetekst was toen Rom. 1 vers 16 : „Ik schaam mij het Evangelie van Christus niet". Mijn vreugde is steeds geweest — aldus spr. — het Evangelie van Christus te mogen verkondigen en in 's Heeren wijngaard te mogen arbeiden in en buiten de Kerk.

Nadat vervolgens gezongen was Psalm 89 vers 1, ging spreker over tot de uitwerking van zijn tekst. Het hart van de prediking is en moet blijven : dat God Zich een Naam maakt in Jezus Christus voor arme zondaren tot zaligheid. Dat is het teeken, dat niet uitgeroeid zal worden, ook in onze bange dagen niet. Laten anderen roemen in wagenen en paarden, wij willen den Naam des Heeren vermelden ! (Ps. 20). Des Heeren Woord zal niet ledig blijven. Na het uitspreken van den zegen zong de Gemeente haar jubileerenden herder en leeraar toe de zegenbede uit Psalm 134 vers 3.

ZUIDERKAPEL TE AMSTERDAM.

Ds. J. H. H. van Beem te Amsterdam heeft den Kerkeraad der Ned. Herv. Gem. aldaar medegedeeld dat voor de te bouwen Zuiderkapel in het Zuid-Oostelijk deel der stad hem een gift van ƒ 5000.— is toegezegd, indien besloten wordt uiterlijk 1 Mei 1941 met den bouw te beginnen.

VEREENIGING VAN OUDERLINGEN IN DE NED. HERVORMDE KERK.

De Algemeene Vergadering van de Vereeniging van Ouderlingen in de Ned. Hervormde Kerk zal, naar wij vernemen. Donderdag 2 Mei a.s. (Hemelvaartsdag) in de Stichting ,,Meer en Bosch" te Heemstede onder leiding van dr. C. P. Gunning van Amsterdam, gehouden worden.

De dag zal aanvangen met een godsdienstoefening 's morgens om 10 uur in de Groote Kerk te Haarlem, waar voorganger zal zijn ds. W. J. van Elden, Ned. Herv. predikant aldaar. Na den dienst zal het Haarlemsche Presbyterie de deelnemers officieel begroeten. Van 12 uur tot half 2 zal een autotocht langs de bollenvelden worden gehouden, waarna men zich om half 2 op de Stichting Meer en Bosch aan een door het bestuur der Stichting aangeboden koffietafel vereenigen zal.

Om half 2 vangt de jaarvergadering aan. Na afdoening der huishoudelijke zaken zal om 2 uur als referent optreden mr. H. Schokking, van Oegstgeest, met het onderwerp : „De Kerk en .de nood van dezen tijd". Er zal gelegenheid bestaan met den referent van gedachten te wisselen.

CONFERENTIE KERKHERSTEL.

Het Ned. Hervormd Verbond tot Kerkherstel houdt een leden-conferentie op 14 en 15 Mei in het Oolgaardthuis te Arnhem. Dinsdag 14 Mei, des nam. om 2 uur, spreekt over „De nood van de wereldkerk en ons kerkelijk vraagstuk" ds. J. F. Pop, van Delft. Des avonds om 7 uur over „Onze kerkelijke strijd en de nood van het Gereformeerd Protestantisme in Nederland sinds 1816" ds. J. R. Wolfensberger, van Utrecht. Woensdag 15 Mei, des voorm. om 10 uur over „Onze arbeid in de plaatselijke gemeente (dreigt er een nieuwe doleantie ? )" ds. H. C. J. van Deelen, van Vaassen.

HERV. PREDIKANTEN-VERGADERING

De Ned. Hervormde Predikanten-vergadering, onlangs te Utrecht gehouden, werd dit jaar bezocht door 589 predikanten ; een getal, dat nooit te voren zoo groot was.

VOOR HET OPENBAAR ONDERWIJS.

In begin September a.s. zal in het centrum van ons land, op initiatief van het Nationaal Comité voor de Openbare School, een groote nationale Propaganda-bijeenkomst voor het Openbaar Onderwijs worden gehouden.

Het L.C.O.S. is van meening, dat het noodig is, de propaganda voor de Openbare School overal met groote kracht ter hand te nemen en dat die actie gestimuleerd moet worden door zooveel mogelijk voorstanders van het Openbaar Onderwijs op één dag bijeen te brengen. Het bestuur van het L.C.O.S. zal een commissie benoemen ter voorbereiding van deze meeting.

Gelukkig, dat wij onze Schoolorganisatie voor het Christelijk Onderwijs hebben over heel het land, en dat al zooveel jaren. En hoe meer het ons en ons volk duidelijk mag zijn of worden, dat de opvoeding en het onderwijs een geestelijken achtergrond moet hebben naar Gods Woord, hoe meer we zullen leeren ijveren voor onze Scholen met den Bijbel. Waarbij het waarlijk gaat om de hoogste en heerlijkste belangen voor de kinderen van ons volk ! Zijn we wel genoeg waakzaam en werkzaam ? Laat ons toch gewaarschuwd zijn in stad en dorp !

„KERKOPBOUW-RAPPORT.

Over Schrift en Belijdenis ten opzichte van de Kerk.

Aan dr. W. Coenraad te Beek, dr. Ph. Kohnstamm en dr. J. Riemens Jr. te Leiden, was door het Moderamen der Vereeniging „Kerkopbouw" verzocht een rapport samen te stellen over Schrift en Belijdenis in haar verhouding en beteekenis voor het kerkelijk leven van onzen tijd.

Het rapport is thans verschenen (bij Bosch en Keuning N.V., te Baarn) en is verdeeld over de beantwoording van vijf vragen :

I. Wat zegt de H. Schrift over de Belijdenis ?

II. Wat zeggen de Belijdenisgeschriften omtrent de Heilige Schrift ?

III. Hoe heeft men in den reformatorischen tijd de Belijdenisgeschriften gezien ?

IV. Welke kerkelijke beteekenis moet aan de Belijdenisgeschriften worden toegekend ?

V. Handhaving en hernieuwing der Belijdenis.

De conclusies zijn t.o.v. I : „Dat de Confessie boven zichzelve uitwijst op Gods Woord naar de Heilige Schrift. Tot de „geenerlei schriften, hoe heilig zij geweest zijn", welke men „niet mag gelijkstellen met „de waarheid Gods", behooren ook de Belijdenisgeschriften. Van hen geldt niet, dat het „verboden is daar-iets toe of iets af te doen", en evenmin, dat zij „in alle manieren volkomen" zijn. Maar het behoort tot de voortreffelijkheid onzer Belijdenis, dat zij altoos weer verwijst naar de Openbaring Gods, en dat zij alleen daaruit haar wijsheid en voorlichting wil putten".

II : „Dat er een band is tusschen Belijdenis en Belijdenisgeschrift, maar ook een afstand tusschen die beide bestaat. Zoo vaak deze afstand als een geestelijke spanning gevoeld wordt — en dit is juist ook het karakter van onzen tijd — wordt de vraag IV urgent".

Op deze luidt het antwoord : „De beteekenis der Belijdenis kan niet hierin bestaan, dat zij middel is om leertucht te oefenen, gelijk ook uit de historie kan worden aangetoond, omdat zelfs de verplichte onderteekening sinds den loop der 17de eeuw niets heeft gebaat. Instemming met een Belijdenisgeschrift is nog geen belijdenis en afwijking van een Belijdenisgeschrift is nog geen ongeloof.

Niet, waar haar interpretatie van het Woord Gods wordt aangetast, maar waar dat Woord Gods zelf wordt verloochend, is leertucht noodzakelijk".

Inzake de vijfde vraag luidt de conclusie, tevens de slotconclusie van het Rapport : „Het is dringend noodzakelijk, dat de Kerk het fundament, waarop de Belijdenis is gebouwd en hetgeen, waaraan zij haar kracht ontleent, duidelijk in het licht stelt ; en er dient krachtig te worden medegewerkt aan het opruimen der beletselen, die thans nog in den weg staan aan een Kerkorde, die het belijdend karakter der Ned. Hervormde Kerk duidelijk tot uiting brengt". (De Rotterd.)

VEREENIGING CHR. ONDERWIJZERS, ENZ.

De 87ste Algemeene Vergadering van de Vereen, van Chr. Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland en de Overzeesche Gewesten, zal 14 en 15 Mei te Scheveningen in het Kurhaus gehouden worden. Als sprekers zullen optreden dr. Joh. van der Spek met het onderwerp : „De verhoogingen, uit psychologisch oogpunt bezien", en de heer A. van Andel over : „De verhoogingen in de practijk".

De heer A. de Jong Ezn., de directeur van het Bureau, die aftreedt, zal herinneringen over zijn taak uit de jaren 1911—1940 geven, waarna de voorzitter tot hem een afscheidswoord zal spreken.

„EEN BOK OP DEN KANSEL".

Ds. O. de Roos, emer. pred. der Gereformeerde Kerk van Rinsumageest, die in Januari j.l. zijn gouden ambtsjubileum vierde, vertelt van zijn ervaringen t.o.v. de lange baard, welke hem reeds van vele jaren her siert. Zijn eerste standplaats was Oudega en „Ik droeg in die tijden reeds snor en baard, en dat bezorgde mij soms moeilijke oogenblikken. Dat behoorde niet bij een predikant van de doleantie. Te Wageningen preekte ik eens, en na de preek kwam een ouderling op me toe en zei : Dominee, toen u op de stoel kwam, dacht ik, dat is mis, er komt een bok op den kansel, maar nu is het toch goed geweest. Ook in Oudega moest ik uit de Schrift bewijzen, dat het dragen van een baard geoorloofd was. Toen ik die plaats verliet, droeg heel de kerkeraad een baard.

In de schuit naar Idzegahuizen, ik was nog candidaat, reisde ik met een predikant uit Oost-Friesland, die de „mieren" (maaiers) uit zijn gemeente ging bezoeken. Ook hij vertelde me, dat hij last van zijn baard had gehad, maar — zei deze — „Je moet volhouden, hij mag er niet af". Ds. de Roos hééft volgehouden, tot op dezen dag.

UIT DE TIJDSCHRIFTEN.

Over den brief aan de Hebreën schrijft prof. Semmelink in Nieuwe Theol. Studiën ; prof. Severijn bespreekt uitvoerig prof. Aalders' boek over „Het Verbond Gods".

HET (ON)VERHOORDE GEBED.

In Noord-Hollandsch Kerkblad schrijft ds. P. van Dijk, naar aanleiding van het feit dat de Finnen hun zaak verloren hebben ondanks hun vereenigen van bidden en werken, over de voor sommigen daaruit voortvloeiende vraag : Waarom zullen wij nog bidden ? het volgende :

„Die vraag deugt niet. Zij geeft blijk van een hart, waarin het op dat moment aan vertrouwen ontbreekt. Maar is de dienst des Woords er ook niet een weinig de schuld van, dat zulke onvrome conclusies getrokken worden ? Gaan wij er op onze kansels, en in het algemeen in de godsdienstige leiding, die aan ons volk gegeven wordt, niet te gemakkelijk toe over om de gebedsverhooring los te maken uit het kader des geloofs, om ze te zetten binnen het kader der aanschouwing ?

We doen de voorbede voor een zieke, die geopereerd zal worden. Het loopt goed af, ergo : "de Heere heeft ons gebed verhoord.

We doen volgende week voorbede voor 'n anderen zieke, die geopereerd zal worden. Het loopt niet goed af, ergo : de Heere heeft ons gebed niet verhoord.

Zijn die beide ergo's wel goed ? Is gebedsverhooring er alleen dan, wanneer blijkbaar Gods beschikking aanstonds samenvalt met onze wenschen ?

In den Boerenoorlog heb ik wijlen prof. Biesterveld eens hooren zeggen : „Wanneer God over duizend jaar ons gebed verhoort, dan verhoort Hij het vandaag".

We moesten het bestuur van de groote, alsook van de kleine dingen meer in Zijn hand laten. Ons bidden zou gelooviger worden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK SCHOOL VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1940

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's