STAAT EN MAATSCHAPPIJ
SPIONNAGE EN LANDVERRAAD--MET VOLDOENING KENNIS GENOMEN.
SPIONNAGE EN LANDVERRAAD
Het is een droevig teeken des tijds, dat in een land als Nederland, dat door de, eeuwen heen in zoo velerlei opzichtten rijk gezegend werd en waarin de Christelijke cultuur het tot een ontwikkeling heeft gebracht als in weinige landen der wereld, thans maatregelen moeten worden getroffen tegen landverraad.
Wie zou dit ooit hebben kunnen denken ? Wie had zich "vroeger kunnen indenken, dat te midden van het Nederlandsche volk, dat prat gaat op zijn vrijheid en zijn zelfstandig volksbestaan, individuen zouden leven, die te vinden zouden zijn om voor een handvol zilverlingen verraad te plegen en de onafhankelijkheid des lands aan een buitenlandsche mogenheid te verkoopen ?
Toch is dit zoo ! Reeds bij het begin van den huidigen Europeeschen oorlog deden zich gevallen voor, waarbij aan het bestaan van deze misdadigers moest worden gedacht. Deze gevallen vermeerderden zich snel ; terwijl het gebeurde in Denemarken en Noorwegen de oógen deed opengaan voor wat ons land boven het hoofd hangt, als onverhoeds door een vijandelijken inval onze neutraliteit zou worden geschonden.
Dan zou, wanneer rondsluipende spionnen en verraders de gelegenheid kregen hun verachtelijk werk te verrichten, ons land in dezelfde positie komen te verkeeren, als waarin de genoemde Scandinavische landen zich op dit oogenblik bevinden.
Vooral ook tegenover de honderdduizenden vreemdelingen, die in ons land verkeeren, moet groote voorzichtigheid en waakzaamheid betracht worden en niet voor het minst met die vreemdelingen gerekend worden, van wier aanwezigheid in ons land de politie-autoriteiten niets bekend is.
Daarom is het goed en ook grootelijks te prijzen, dat de Regeering paraat is en al die maatregelen treft, welke kunnen dienen om spionnage en landverraad te keeren en deze zooveel mogelijk tegen te gaan.
Tot deze maatregelen nu behoort naast een verscherpt politioneel- en militair toezicht, bijzonder op vreemdelingen, de Staat van beleg voor het geheele land ter controleering van de verdachten. En verder de maatregel van verzwaring van straffen tegen het bekend worden van staatsgeheimen, benevens tegen die misdrijven, die de veiligheid van den Staat in gevaar brengen.
Wat de laatste maatregel betreft, is thans door de Regeering een ontwerp van Wet bij de Staten-Generaal aanhangig gemaakt, waarbij de maximum-straf in het Wetboek van Strafrecht, gesteld op openbaarmaking, of aan buitenlandsche mogendheden bekend maken van zaken, waarvan de geheimhouding door het belang van den Staat wordt geboden, gebracht wordt van zes jaren op vijftien jaren.
De Regeering acht de verhooging van zes jaren op vijftien jaren wenschelijk en noodzakelijk, gezien ook de spionnagegevallen, die zich in de laatste maanden voordeden.
De vraag rijst echter, of van de verhooging die preventie (voorkoming) tegen spionnagegevallen verkregen zal worden, welke de Regeering van de wijziging van het Wetboek van Strafrecht verwacht.
Naar het ons wil voorkomen, zal het voorstel der Regeering tot het verhoogen van de maximum-straf, daarin tekort schieten. Ook is de straf van vijftien jaren voor de vergelding van het geschonden recht Gods te laag.
De vrees voor ontdekking, ontslag en gevangenisstraf zelfs tot vijftien jaren, geeft onvoldoende preventie. Zij, die 't misdrijf van spionnage plegen, zijn, zoo schreef dezer dagen een blad, er immers van overtuigd, dat de vreemde mogendheid, aan welke zij de geheime stukken in handen speelden, hen spoedig zal komen bevrijden en dat hun dan hooge functies zullen ten deel vallen.
Voor de misdadigers, die verraad plegen en die daardoor indirect schuldig staan aan den dood van wellicht duizenden landgenooten of misschien door hun trouweloos handelen de zelfstandigheid van het land kunnen doen verloren gaan, past maar één straf - en daarop wezen wij reeds meermalen - de doodstraf.
Deze straf is, gezien vanuit het groote nationale gemeenschapsbelang, volkomen gerechtvaardigd.
Een onvoldoende afschrikwekkende straf kan voor de veiligheid van een land de ernstigste gevolgen na zich sleepen. Het gevaar, dat ons volk bedreigt om het slachtoffer te worden van landverraad, mag niet verkleind worden. Van hen, die de moderne rechtsbeginselen zijn toegedaan, en de doodstraf niet willen als een gevolg van de humaniteit, die geen boosdoener kent, en van de leer, dat straf niet is een voldoening van het recht Gods, maar enkel verbetering beoogt, is medewerking tot wederinvoering van de doodstraf niet te verwachten.
Toch gaan ook uit die kringen wel stemmen op, om op den misdadiger, die zich schuldig maakt aan spionnage en landverraad, de doodstraf toe te passen. Dit blijkt uit een dezer dagen toegezonden request van een aantal vooraanstaande landgenooten van verschillende staatkundige beginselen, aan den Minister van Justitie, waarin zij zich voorstanders verklaren van een verzwaring tot de doodstraf gedurende den huldigen staat van oorlog van de straffen, bedreigd tegen spionnage en landverraad. Requestranten verklaren in hun adres overtuigd te zijn, dat hun gevoelens door een groot aantal Nederlanders worden gedeeld. Wij zouden durven zeggen, dat het overgroote deel van ons volk de. doodstraf in het huidige tijdsgewricht voor de zoo uiterst gevaarlijk gebleken misdrijven noodzakelijk acht.
Tegen spionnage en landverraad kan niet streng genoeg worden opgetreden.
MET VOLDOENING KENNIS GENOMEN.
Nauw was bovenstaand artikel naar de drukkerij te Maassluis verzonden, of het Voorloopig Verslag verscheen nopens het wetsontwerp tot verhooging van de maximum straf op spionnage en landverraad, samengesteld door de vaste Commissie voor Privaaten Strafrecht uit de Tweede Kamer.
Deze Commissie is de Kamercommissie, welke belast is met de schriftelijke voorbereiding van belangrijke juridische wetsontwerpen, in afwijking van de behandeling van de ontwerpen van Wet, welke in de afdeelingen der Kamer onderzocht worden.
De invloed, die de Kamer op de behandeling van de eerste wetsvoordrachten kan uitoefenen, is dat de Kamerleden schriftelijk hunne opmerkingen over het wetsontwerp, dat aan de orde is, aan de vaste Commissie kunnen inzenden.
Zoo meldt het thans verschenen Voorloopig Verslag, dat een aantal leden, met vermelding der namen, van de gelegenheid tot het inzenden van opmerkingen bij de Commissie hebben gebruik gemaakt.
Opmerkelijk is het echter, dat èn de Christen-Democraten èn de Staatkundig Gereformeerden, die ten opzichte van de wederinvoering van de doodstraf, waaraan in het Verslag belangrijke passages zijn gewijd, niet onverschillig staan, zich met hunne opmerkingen niet bij de Commissie hebben aangemeld.
Waarom zij dit niet deden en absent waren, is onbekend.
Intusschen mag met voldoening geconstateerd worden, dat, wat de inhoud van het ontwerp van Wet betreft, de meerderheid der Commissie, bestaande uit Anti-revolutionaire, Christelijk Historische en Roomsch Katholieke Kamerleden, betoogde, dat bedreiging uitsluitend met gevangenisstraf noch het rechtsgevoel bevredigt, noch voldoende preventieve (voorkomende) werking bezit. De doodstraf moet kunnen worden opgelegd.
De Nederlander — zoo zegt het Voorloopig Verslag — die ten behoeve van een mogelijk toekomstigen vijand zijn eigen land verraadt, pleegt een wel bijzonder gevaarlijk en verachtelijk misdrijf : hij stelt de veiligheid en onafhankelijkheid des lands en het leven van talloos velen zijner medeburgers in de waagschaal. Hier, zoo goed als in geval van oorlog, moet onder omstandigheden de doodstraf kunnen worden opgelegd. Rovendien wordt de preventieve werking van een bedreiging uitsluitend met gevangenisstraf ten zeerste verminderd door de omstandigheid, dat hij, die geheimen verraadt aan een buitenlandsche mogendheid, dit dikwijls zal doen in de hoop of de verwachting, dat die mogendheid mede met zijn hulp er in zal slagen Nederland te veroveren. Mocht dit inderdaad geschieden, dan zal de overwinnaar zeker niet nalaten den landverrader in vrijheid te stellen, wellicht zelfs hem beloonen, als een held eeren en een bestuursfunctie aanbieden.
Uit deze opmerking van de vaste Commissie blijkt, dat wat de Commissie hier zegt, parallel loopt aan hetgeen wij in ons artikel hierboven betoogden.
Ook de Commissie is voorstandster van de doodstraf in delicten van spionnage en landverraad. Dat geeft voldoening.
Wij zien met belangstelling het antwoord der Regeering op het Voorloopig Verslag tegemoet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's