STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE STAAT VAN BELEG
DE STAAT VAN BELEG
Het is alleszins begrijpelijk, dat er lezers van ons blad zijn, die na het lezen van onze artikelen over spionnage en landverraad nog niet in alle opzichten gerustgesteld zijn, dat hier te lande niet hetzelfde zou kunnen gebeuren als in de Scandinavische landen plaats had en die daarom nog gaarne enkele punten nader toegelicht zagen, die slechts terloops konden worden behandeld.
De zaken toch, waarover wij schreven, geven gereede aanleiding tot gedachtenwisseling en zijn niet zoo eenvoudig als zij zich wel op het eerste gezicht laten aanzien.
De vragen, welke ons nu bereikten, groepeeren zich rond twee onderwerpen, ten eerste de afkondiging van den Staat van beleg voor het geheele land en ten tweede de maatregelen, die getroffen zijn voor de veiligheid van den Staat naar binnen „in tijd van oorlog". Over beide onderwerpen willen wij nog het een en ander opmerken.
In de eerste plaats de afkondiging van den Staat van beleg, welke maatregel, zooals onze lezers zich zullen herinneren, op 19 April aangekondigd werd tijdens de radiorede van den Minister-President mr. De Geer. Het Koninklijk Besluit, waarbij de afkondiging geschiedde, verscheen nog op den avond van denzelfden dag.
Welke is nu de beteekenis van den Staat van beleg ?
Artikel 195 van de Grondwet schrijft voor: „Ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid kan door of vanwege den Koning elk gedeelte van het grondgebied des Rijks in staat van oorlog of beleg verklaard worden. De wet bepaalt de wijze waarop en de gevallen waarin zulks geschieden kan en regelt de gevolgen". De wet nu, waarnaar hier verwezen wordt, is de wet van 23 Mei 1899. Deze wet regelt, wat geschieden moet, wanneer, zooals thans het geval is, oorlog of oorlogsgevaar ontstaan is ; dan kan de staat van oorlog of de staat van beleg afgekondigd worden. Dit laatste heeft thans plaats gehad. Verschillende bevoegdheden van de burgerlijke overheidsorganen gaan bij den Staat van beleg over naar het militair gezag. De burgerlijke besturen en de daarbij in dienst zijnde ambtenaren zijn verplicht te gehoorzamen aan de bevelen van de militaire autoriteit. De bevoegdheden, welke het militair gezag bij den Staat van beleg heeft, zijn dan ook zeer omvangrijk.
Zoo kan het militair gezag, zoo noodig, nieuwe politieverordeningen, alsmede verordeningen en keuren van waterschappen, veenschappen en veenpolders vaststellen en bestaande wijzigen of schorsen. Het is verder bevoegd den toegang tot, het verkeer binnen en het verlaten van het in Staat van beleg verklaarde grondgebied te regelen overeenkomstig de eischen der algemeene veiligheid. Behalve de volgens de Grondwet geoorloofde openbare godsdienstoefeningen, mogen voorts geen openbare vergaderingen van bijzondere personen of openbare bijeenkomsten, hetzij in de open lucht, hetzij in gebouwen of besloten gebouwen en geen optochten gehouden worden, dan met schriftelijke vergunning van het militair gezag.
Uit dit alles blijkt dat het militair gezag tal van maatregelen kan nemen, waartoe de burgerlijke overheid, evenals de rijksorganen in normalen tijd, niet of slechts onder bepaalde waarborgen bevoegd zijn.
Zelfs bezit het militair gezag de bevoegdheid om schouwburgen, sociëteiten, koffiehuizen, tapperijen en andere lokalen, bestemd tot verkeer, alsmede fabrieken en werkplaatsen, in het belang der openbare orde of veiligheid voor korteren of langeren tijd te sluiten. Ook kan het militair gezag personen, wier aanwezigheid voor de rust en de veiligheid van het land gevaarlijk wordt geacht, uit liet in Staat van beleg verklaarde gebied verwijderen of hen in bewaring doen stellen ; niet-militairen kunnen opgeroepen worden om deel uit te maken van de militaire macht.
Het militair gezag is tenslotte nog bevoegd met afwijking van de voor normale tijden bij de Grondwet gewaarborgde grondrechten, het drukken, uitgeven en verspreiden van geschriften te beperken of te verbieden, huiszoekingen te doen en censuur in te stellen op het post- en telegraafverkeer.
Al deze bevoegdheden geven het militair gezag een machtspositie van groote beteekenis en verstrekkende gevolgen ; doch welke positie ter veiligstelling van het land noodzakelijk is.
Minister De Geer zeide in zijn meergenoemde radiorede, waarin hij de Staat van beleg aankondigde, dat de bevolking in het algemeen van de in-staat-van-beleg-verklaring van het geheele land even weinig zal bemerken als zij tot dusver bemerkt heeft van het feit, dat de Staat van oorlog overal en de Staat van beleg in een groot deel van het land gold. Of nu het inzicht van den Minister-President juist zal blijken, dat de bevolking van dezen maatregel geen last zal ondervinden, betwijfelen wij. Doch dit beteekent niets. Ons volk, dat dankbaar is, dat de Staat van beleg werd afgekondigd, omdat door dien maatregel spionnage en landverraad op afdoende wijze kan bestreden worden, zal die last gaarne op den koop toe nemen.
Natuurlijk neemt het militair gezag met den Staat van beleg geen onafhankelijke positie in jegens de Rijksoverheid. Immers de Regeering behoudt ook tijdens de periode, welke de Staat van beleg duurt, de leiding van 's Lands zaken. Elke Minister blijft voor zijn optreden verantwoordelijk. Voorts moet op grond van artikel 5 van de hierboven genoemde wet van 23 Mei 1899 het besluit tot afkondiging van den Staat van oorlog of van beleg bij de wet worden bekrachtigd, waartoe onverwijld een voorstel bij de Staten-Generaal moet worden ingediend.
Naast de uitnemende diensten, welke de Staat van beleg aan het land kan bewijzen, staat de waarborg, dat het militair gezag binnen zijn bevoegdheden zal blijven.
Een en ander leidt tot groote geruststelling.
De Regeering beschikt thans over de middelen om de uiterste waakzaamheid in acht te nemen.
De volgende week D.v. het tweede onderwerp.
GEEN DOODE LETTER
Dat de Staat van beleg voor het militair gezag geen doode letter beteekent, is, sinds wij het bovenstaande artikel schreven, reeds duidelijk gebleken.
Eerst verscheen de verordening op de pers ; daarna kwam de verordening, welke het fotografeeren van militaire onderwerpen verbiedt ; Zaterdag j.l. deelde de Minister-President mede, dat 21 personen op grond van hunne persoonlijke gedragingen in het belang van 's lands veiligheid niet ongemoeid konden worden gelaten en geïnterneerd moesten worden.
De aankondiging van dezen laatsten maatregel geschiedde onder deze bewoordingen :
Het militair gezag heeft 21 personen, die voor de rust en veiligheid gevaarlijk werden geacht, in bewaring gesteld. Het heeft dit gedaan na grondige voorbereiding en met groote nauwgezetheid. Menigeen, tegen wien voor den oppervlakkigen beschouwer vermoedens zouden kunnen rijzen en wiens handelingen dan ook ernstig zijn nagegaan, is buiten den maatregel gebleven, omdat geenerlei concrete aanwijzing bestond voor het gevaarlijke van zijn optreden. Van deze 21 echter is komen vast te staan, hoofd voor hoofd, en op grond niet van eenig politiek inzicht, maar van persoonlijke gedragingen, dat de veiligheid des lands hun interneering gebiedt.
De tenlastelegging omvatte drie punten :
1°. verdachtmaking naar het buitenland van onze neutraliteitspolitiek ;
2°. het ondermijnen van het vertrouwen in de wil tot zelfverdediging ; en
3°. het afbreken van de beteekenis der weermacht.
Zij was voldoende om tot den scherpen maatregel van interneering over te gaan.
Het militair gezag handelde in de gevallen, waarin het hier optrad, geheel overeenkomstig zijn bevoegdheid. Het militaire gezag is paraat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1940
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's