Klaagliederen 3:22—33
Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn, dat Zijne barmhartigheden geen einde hebben.
Zij zijn allen morgen nieuw ; Uwe trouw is groot.
De Heere is mijn Deel, zegt mijne ziel; daarom zal ik op Hem hopen.
De Heere is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt.
Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des Heeren.
Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijne jeugd draagt.
Hij zitte eenzaam, en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft.
Hij steke zijnen mond in het stof, zeggende : Misschien is er verwachting.
Hij geve zijn wang dien, die hem slaat; hij worde zat van smaad.
Want de Heere zal niet verstooten in eeuwigheid ;
Maar als Hij bedroefd heeft, zoo zal Hij Zich ontfermen, naar de grootheid Zijner goedertierenheden.
Want Hij plaagt of bedroeft des menschen kinderen niet van harte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's