De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

6 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)

49)

Wie was al niet komen vragen hoe 't met Nienke ging. Rijk en arm had meegeleefd, de dokter had z'n best gedaan, als gold het 't leven van zijn eigen kind, en ds. Buitenveld deelde zoowel in de zorg als in de blijdschap over 't herstel, alsof 't hem zelf betrof, en vrouw Piersma van „Burmania-state" had zelf een nacht mee gewaakt en van de Santema's kwam de eene bode na de andere. Wel 'n bewijs, hoe Nienke in 't dorp bemind werd en hoe groot de zegen was, door God in haar bezit geschonken. Alleen de familie Krips had nimmer laten vragen en Hedwig, die drukker dan ooit de ramen voorbijging en nauwkeurig acht gaf op elk, die daar uit en in liep, had zelf geen enkel blijk van belangstelling gegeven. Kwam het wellicht, omdat zij van een andere zijde teleurgesteld was ! Och een menschenhart is soms zoo arglistig en zelfzuchtig tevens.

Daarover dacht Nienke, toen zij dien middag voor het eerst weer aan tafel zat en moeder haar zoo preste met de melk. En aan nog zooveel meer, dat aan een herstellende kranke, wie het leven opnieuw tegenlacht, door het hoofd en hart kan gaan.

Het geratel van een hooiwagen deed haar plotseling uit hare droomerijen ontwaken, om het volgend oogenblik een blos naar de nog bleeke wangen te jagen, 't Was Tjerk Santema, die voorbij reed. Verbeeldde zij het zich, of was het zoo, dat hij teugels een weinig inhield, om den vurigen schimmel, een van het mooie span, waarmede boer Santema wel ging „tuigen", langzamer te doen loopen ? In elk geval ontging het haar niet, hoe hij naar het raam liep waar zij gewoon was te zitten en een blijde lach op haar gelaat kwam, toen hij haar zag.

Deze wierp haar een vluchtigen groet toe. Was haar tot dat zij even de vitrage vaneen deed, om hem te doen weten, dat zij hem gezien had, en óók nog een weinig meer ?

„Dat was Tjerk, geloof ik, hè ? " zei Gelske en knikte Nienke toe op een wijze, waaruit duidelijk haar ingenomenheid sprak. „Zeker naar den molenaar, of fourage halen van Jouke-baas of naar Krijn, den wagenmaker".

„'k Geloof, dat er ledige zakken op den wagen lagen".

„Misschien lijnkoeken halen of zoo iets". „Lijnkoeken hebben ze in bakken" — verbeterde Nienke en lachte om moeders nieuwsgierigheid.

„Nou, dan wat anders ; zag hij je wel zitten ? "

„Ja, hij groette en knikte mij toe".

„Een beste jongen. Wat hebben ze van Doniastate veel naar je gevraagd. Dan kwam de oude Jakob en dan kwam Swopk, en vrouw Santema heeft ook al eens aan Aaltje, hiernaast, gevraagd hoe het ging".

„Tjerk is zélf zeker nooit geweest ? "

„Neen ; maar Jakob heeft mij wel zooveel te verstaan gegeven, dat deze er mee achter zat, dat hier elken dag naar je geïnformeerd werd, en Mini niet minder. Als je wat sterker geworden bent en het eens een mooie middag is, moet je haar maar eens opzoeken".

Hier kwam een wolk over het gelaat van Nienke. „'k Ben er nog niet zoo zeker van, dat heel de familie met mij is ingenomen", klonk het droevig.

„Maar waarom vroeg de boerin dan naar je, en waarom telkens hier een boodschap gestuurd ? "

„'t Is de vraag, van wie dat uitging ; en in elk geval is vrouw Santema hier nooit geweest".

„Je moet niet altijd het ergste denken, kind. Elk is immers met je ingenomen en betoont je vriendschap. Wat heeft de familie Piersma eene belangstelling bewezen".

„Daar ben ik ook wel dankbaar voor, moeder ; maar sla dit niet te hoog aan. In het gewone leven merkt men van dat alles zoo weinig".

„Altijd dat wantrouwen", mopperde Gelske, en vulde den melkbeker, „Hoe vind je het anders, weer bij tafel te mogen zitten ? "

„Verrukkelijk ; en dan daarbij de bedrijvigheid van moeder te zien ! Bent u niet moe ? "

„Neen, dat gaat wel ; als je maar spoedig weer beter moogt worden".

„Heb ik veel geijld, moeder, toen ik die hooge koortsen had ? "

„Een enkel keertje ; je waart ook zoo erg ziek". „Waar had ik het dan over ? "

„Och, over alles en nog wat, hè. Gewoonlijk zat je in benauwdheid of was in gevaar, maar dat is nu gelukkig voorbij. Het is net als met het droomen : als je wakker wordt weet je d'r vaak niets meer van en blijkt het alles bedrog te zijn".

Een donkere schaduw voor het raam stoorde de samenspraak, 't Was Aaltje, 't buurmeisje, dat even kwam vragen, hoe het opzitten beviel en een paar narcissen bracht; de eerste uit eigen tuin. Lenteboden, die het nieuwe leven kwamen aankondigen, waar Nienke zooveel van hield. In een oogenblik was de kamer met vroolijkheid gevuld. Aaltje kon er wat mee en hield van grapjes. Daar was somberheid in 't leven genoeg, dacht Aaltje, en zoodra de zon dan weer door de wolken brak, had men daar blij mee te wezen en dat op prijs te stellen.

„En heb je zoo juist Tjerk Santema wel gezien ? " vroeg zij, ondeugend lachend. „Neen maar, daar komt vroeg of laat een bruiloft van, of ik heet geen Aaltje meer. 'k Zag hoe hij opzettelijk den schimmel inhield, om beter te kunnen zien of je ook voor het raam zat. In elk geval hoop ik van de partij te zijn, wat zeg jij eens, buurvrouw ? "

Maar daar durfde buurvrouw zoo maar geen „ja" op te zeggen. Hier was voorzichtigheid aanbevolen, omdat één woord teveel aanleiding tot onaangenaamheden geven kon. „Dat zijn meisjesgeheimen, waar ik buiten blijf", was haar antwoord. „En jij dan, Nienke, wat zeg je zelf ? " „Dat je heel lang zult moeten wachten, voor het daar aan toe is en ik hoop, dat je zelf eerder je eigen schoorsteen ziet rooken". „Ik blijf 'n oude vrijster", schertste Aaltje. „Eerst nog een jaar of wat potten en dan koop ik mij in het Gasthuis voor een rustigen ouden dag". „Een geschikt mensch daarvoor", dacht Gelske en. maakte een afwerende beweging. Toen kwam Gurbe even om het hoekje van de deur. Met een vergenoegd lachje knikte hij, om evenwel waarschuwend te zeggen : „Niet te druk maken, hoor !"

En dat woord was op z'n plaats.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1940

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1940

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's