MEDITATIE
Tevergeefs ? Indien ook maar tevergeefs!
Tevergeefs ? Indien ook maar tevergeefs!
God heeft ons wat te zeggen, en dit is de vraag die beslist over ons hoogste geluk, of wij naar Zijn stem leerden luisteren, of wij ons van Hem lieten gezeggen. Zijn sprake omringt ons allerwege. Geen enkele dag van ons leven gaat voorbij zonder dat Zijn bemoeienis ons zoekt. In storm en stilte, in benauwenis en uitredding, in lief en leed, in natuur en genade spreekt God tot ons.
Daarin is de openbaring van groote erbarming. Niet Hij heeft ons, maar wij hebben Hem noodig; Hij wordt van menschenhanden niet gediend als iets behoevende, maar van ons geldt, dat wij in Hem leven, ons bewegen en zijn.
Zonder Mij kunt gij niets doen, heeft de Heere Jezus gezegd en hiermede heeft Hij de waarheid van onze volstrekte afhankelijkheid uitgesproken, in elk opzicht, zonder eenige uitzondering.
En nu moet het toch wel beschamend zijn : de volstrekt-Onafhankelijke zoekt de zwakken, die ondanks hunne volkomen afhankelijkheid Hem toch den rug hebben toegekeerd.
God spreekt nog tot ons; door Zijn Woord, Schrift- en Vleeschgeworden, en door Zijn leidingen in ons aller leven; 't is al van Zijn sprake vol! 't Is als 't kloppen van Zijn hand op de deur van ons hart. Hij vraagt onze aandacht, want Hij weet dat wij Hem noodig hebben. Van dit aandachtig hooren naar Hem hangt voor ons alles af. WelgelukzaHg is de mensch, die naar Mij hoort! Die vindt het leven en trekt een welgevallen van den Heere.
Maar vreeselijk zal 't zijn voor degenen, die niet naar Hem luisteren wilden ! Immers, de uitwerking van 's Heeren bemoeienis in 't leven van menschen is tweeledig ; 't brengt nader tot Hem of doet 't oordeel, dat wacht, zwaarder worden. Het is zulk een grievende hoon, die gelegen is in 't smalend verwaarloozen van 't woord eens menschen reeds, hoeveel te meer van de sprake Gods.
O, dat Uw Geest mij ware wijsheid leer'. Mijn oog verlicht', de nevels op doe klaren, Opdat mijn ziel de wonderen zie en eer, Die in Uw werk alom zich openbaren!
In bovenstaand Schriftwoord wijst de Apostel er met ontroerenden ernst op, dat Gods Woord nooit ledig tot Hem wederkeert. Dit is een onbeschrijfelijke weldaad voor allen die kinderlijk eerbiedig aandacht schonken aan Zijn roepstem, maar ontzettend voor de verachters van Zijn Woord.
En dit is te meer benauwend, wijl 't hier gaat om Gods roepstem in 't lijden der menschen. De menschen, aan wie Paulus dezen brief schreef, hebben eertijds veel liefde en offervaardigheid en zelfverloochening betoond tegenover 't Evangelie der Genade. Zij hebben er veel om geleden ; 't werd hun niet gemakkelijk gemaakt. Doch, wanneer nu de vrucht en uitwerking van dit lijden maar zegenend voor hen mocht zijn, dan ware dit geestelijk gewin dien prijs der smarten wel waard. Maar daar hapert 't nu juist. Daar is verkoeling gekomen ; afwijking, verachtering, onwilligheid, afkeer van Christus en Zijn gadeloos Erbarmen. En nu ijst de Apostel bij de gedachte aan al dat lijden en al die tranen en al die offers, die nu zonder uitwerking dreigen te blijven; vergeefs vergoten, al dat bloed ! Vergeefs doorworsteld, al dat leed ! Vergeefs, zonder uitwerking ? Was dat nog maar mogelijk ! Kon dat nog maar ! Maar neen, dat is 't juist wat hem adembenemend verontrust en beangstigt: indien ook maar tevergeefs! Dat kan niet eens, wat geen voordeel brengt, baart oordeel!
Het lijden, ook 't lijden van dezen tijd, kan 'n zegenende uitwerking hebben. Wanneer 't ons leert, dat de wereld voorbijgaat met al haar heerlijkheid, en dat alle menschenwerk eindigt in nood en dood, en dat die mensch alleen veilig leeft, die in leven en sterven op God geworpen wordt.
Dan werkt de verdrukking lijdzaamheid, en deze is een kostelijke schat. Dan komt de dag, waarop de geslagen mensch in Gods schaduw en schuilplaats stamelt : 't is goed voort mij, verdrukt te zijn geweest, opdat ik dus Uw Godlijk recht mocht leeren !
Dan zullen zij zalig geprezen worden, die uit de groote verdrukking komen, de kleederen gewasschen in 't bloed des Lams ; immers, in die verdrukking hebben ze hun God mogen ontmoeten, en Hij heeft tot hen gesproken van vrede, door het bloed des Kruises ; weenende oogen vonden den Leidsman, die veilig leidt; den Helper, die lieflijk troost; den Heiland, die met God verzoent en in 't heil der hereeniging met den eeuwigen Vader balsem bood voor alle wonden, lafenis reikte in elke smart, leniging schonk in iederen nood.
Maar och, dat mijn hoofd water ware en mijn oog een springbron van tranen, als eenige uitwerking van heel dezen smartenorkaan alleen maar is verder afdolen van God in stomme smart, in doffe wanhoop, in donkeren onwil, in achteloos voortzwoegen!
Dan zal het vreeselijk zijn, te vallen in de handen van den levenden God; geen sladhtoffer meer voor de zonde, geen heeling voor de wonden, geen troost in het leed! Dringend klopt Zijn hand op de deur van het verscheurd en verbrijzeld gemoed ; doe Mij open. Ik ben uw Heelmeester. Ik wil u troosten ; bij Mij vindt gij heul; Mijn zoon. Mijn dochter, geef Mij uw hart! De uitwerking van elke Godsbemoeienis is het een óf het ander, zegen of vloek, hereeniging of voortgaande vervreemding.
Waar hangt dit van af ? Wat beslist hierover ? Hebben wij het in onze hand, in onze macht, om ons scheepke, met droefheid en zorgen belast, te dwingen in de rechte koers naar de veilige haven ? Dat hebben wij niet. Nog altijd hangt dreigend boven ons het donkere, onheil-zwangere woord : onbekwaam tot eenig goed ! Eer zal een Moorman zijn huid of een luipaard zijn vlekken veranderen, dan dat gij; goed zoudt kunnen doen! Maar wat dan ? Dit, bekommerd en geslagen hart: gansch hulpeloos tot Hem gevloden, zal Hij uw Redder zijn.
Uw Redder, die uw hand vat en u leidt in Zijn weg, den weg des vredes, die ten leven leidt; den weg, waarop geen blinde dwaalt en geen zwakke struikelen zal.
O, met den ondragelijken last van leed en verantwoordelijkheid tot Hem gevloden, die vermoeiden roept en noodigt, opdat Hij hun rust geven zal.
Vertrouw op Hem, o volk in smart! Stort voor Hem uit uw gansche hart; God is een toevlucht te allen tijde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1940
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1940
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's