Uit de Pers.
Nog steeds „de catechisatie".
Nog steeds „de catechisatie".
Wanneer wij nog steeds schrijven ligt het geenszins in de bedoeling daarmee een onbehaaglijk gevoel te vertolken. Alsof we de opmerking wilden maken : „Nu kon het zoo langzamerhand wel eens uit zijn. 't Begint wat te vervelen". Neen, zoo staat het niet. We willen integendeel juist vaststellen, dat de catechisatie nog steeds het voorwerp van gesprek uitmaakt. En niet alleen van gesprek. Bedriegen we ons niet, dan wordt de laatste jaren ook in onzen kring meer bezinning gevonden op het onderricht der Kerk aan de jeugd der Kerk. Enkele jaren geleden nam de predikantenvergadering; (vereeniging) Contio Reformata zich voor achtereenvolgens lezingen voor haar te doen houden over H. Doop, catechisatie, belijdenis, H. Avondmaal.
Over de eerste twee werd gehandeld. En ook toen bleek, hoe de catechisatie in het middelpunt der belangstelling stond en er geworsteld werd om de bestaande moeilijkheden en verkeerde toestanden tot den kleinst mogelijken omvang te reduceeren of geheel weg te werken. Maar tevens gevoelden allen toen ook sterk — wat sindsdien zeker niet is gewijzigd — dat er vele onvervulde wenschen zijn en óók wellicht zullen blijven. Mede als gevolg van deze bespreking werd later een bijeenkomst gehouden om te geraken tot het samenstellen van eene handleiding met leerboekje voor onze catechisatie. Unaniem was men van oordeel, dat dit leerboekje moest zijn de catechismus met een toelichting bij ieder antwoord, voorzien van bijbehoorende blinde vragen. Echter .... zulk een boekje is uit onzen kring nog niet verschenen. Wèl ontvingen we van de hand van Ds Klüsener eene toelichting op het Kort Begrip, waarbij — naar wij meenen — ds. van Hof later vragen samenstelde.
Ook bereikte ons 't bericht dat ds. Blok in de eerste plaats voor eigen gebruik een boekje voor Kerkgeschiedenis had samengesteld. Dit alles drong zich weer bij vernieuwing aan ons op door een artikel van Ds J. R. Wolfensberger in het Algemeen Weekblad. Naast een begin van een serie over Kierkegaard door prof. van Rhijn over Sören Kierkegaard trok dit, in het bedoelde blad, het meest onze aandacht. In het nummer van 31 Mei 1940 schrijft ds. W. over de Catechisatie onder den titel „Grondig en oprecht''. Hij ontleent dezen titel aan het formulier om te bevestigen de dienaren van het goddelijk Woord. Daarin lezen we „dat zij des Heeren Woord, door de schriften der profeten en apostelen geopenbaard, grondig en oprecht aan hun volk zullen voordragen". Het grootste gedeelte van het artikel wordt besteed aan het „grondig", aan de „grondigheid''. Onder grondig wil ds. W. dan verstaan: naar de Schriften en naar de leer, het onderwijs, de belijdenis van de Kerk. „Hoe men er heen komt, dat is een zaak apart, maar men moet er komen !" Wat men doet en hoe men het doet, is alleen goed, als men uitkomt bij de Schriften in hun geheel. We zouden dus kunnen zeggen, wat we in een lezing over de catechisatie eens hoorden stellen en verdedigen: Terug naar den Bijbel, Bij de geloofs- en zedeleer ziet ds. W. het dan niet slechts als een historische kwestie, maar als een zaak van beginsel, van grondigheid, wanneer wij daarbij terug keeren tot de leer van de Kerk. Op de catechisatie moet de Catechismus voor den dag komen. Geprezen wordt het Hervormde kerkeboekje en vooral de wijze, waarop hierin de Catechismus is afgedrukt. (Zooals we weten, met verschillende letter). Hierbij moeten wij volgens ds. W. voor deze grondigheid niet bevreesd zijn, als de Kerk en de catecheet de zaak maar au serieux nemen. Door zoo te catechiseeren zal het „godsdienstige'' leven van het volk ten doode worden geoordeeld, maar ds. W. gelooft ook, dat het ware Christelijke geloof en dat onze persoonlijke belijdenis in dat woord en in die leer gegrond is, tot heil van het Nederlandsche volk. We hebben een en ander uit dit artikel meegedeeld om te laten zien dat hier weer een lans gebroken wordt voor Bijbel en Catechismus op de catechisatie. We zouden willen zeggen: Over het gebruik van deze beide bestaat toch onder ons Herv. Gereformeerden reeds volkomen zekerheid? Om dan van den Catechismus uit onzen leerlingen ook niet te verbergen de schoonheid en den rijkdom van onze Ned. Geloofsbelijdenis en de artikelen tegen de Remonstranten. Als we dan weer denken aan dat nog steeds — ja — dan willen we daarmee óók uitdrukken een zekere droeve stemming. Moet er dan telkens en telkens weer op dit zelfde aambeeld geslagen worden ? Zijn we dan zóó ver weg, dat er blijkens het artikel van ds. W. gezegd wordt, dat „de invoering van den Catechismus als leerboek een ramp beteekent voor het godsdienstig leven van het Nederlandsche volk ? "We zeggen dit niet, omdat we van een dergelijke mentaliteit niet op de hoogte waren. Maar we willen dit even onderstrepen om het nog eens goed op ons te laten inwerken. Hoe denkt men zich dan toch wel het „godsdienstig leven" ? Een nadere toelichting daarvan zou ons zeker geen hoop tot blijdschap geven En we zeggen dit ook aan in onze kringen met te meer klem : De Bijbel en de Catechismus. Onze jeugd moet ze kennen. Wat zijn we gebaat bij menschen, die over allerlei aangelegenheden „boomen" opzetten, maar die ten eenenmale vreemd zijn aan eenige grondige kennis van Schrift en belijdenis.
Ambtsbroeders, laten we onze verantwoordelijkheid beseffen. En ook onze schoone taak op dit terrein, niet het minst in deze tijden. Ouders, verstaat uw roeping. „Catechiseer" mee! Jongelingen en jongedochters, laat uw plaats in het cateehisatielokaal niet leeg ! De Heere doe onder Zijn zegen ons iets kennen van den schat, dien het Hem behaagde Zijn Kerk te schenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1940
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1940
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's