Uit de Pers.
uit de "De Reformatie".
Kort voordat ons land in den oorlog werd betrokken, genoot onze Bond van Nederl. Herv. Jongel. Vereenigingen op Geref. grondslag het groote voorrecht zijn huishoudelijke vergadering en zijn Bondsdag te mogen houden. Het referaat op de huishoudelijke vergadering werd geleverd door den heer T. W. Korevaar, geen onbekende in onze jeugdorganisatie. In De Vaandrager van Woensdag 8 Mei 1940 komt een artikel voor van de hand van den heer K. over „Voortvaren".
Dit artikel is ongetwijfeld de gehouden lezing. In De Vaandrager van Woensdag 24 April 1940 worden de stellingen van dit referaat gepubliceerd. Zulks is ongetwijfeld toe te juichen. Men is dan in de gelegenheid zich te bezinnen op de hoofdzaak van het te houden betoog. Het toen in de stellingen en referaat opgemerkte over de mobilisatie is thans gedeeltelijk vervallen. De kern van het naar voren gebrachte is echter van blijvende beteekenis. En onze vereenigingen zullen goed doen in de aangegeven koers voort te varen.
Geconstateerd wordt dat de ontkerstening van ons volk en de daarmee gepaard gaande losweeking van de jeugd ontstellende vormen aanneemt. Hierdoor èn door de mobilisatie hebben de vereenigingen sterk te lijden. De grondslag van den Bond moet onverkort gehandhaafd blijven. Daarom bestudeering van Gods Woord en de belijdenisgeschriften. Tevens van het „Er is geschied" in Kerk, Staat en Maatschappij. Er moet bezinning zijn op de beginselen en gedegen studie. Tevens worde gepoogd de ledige plaatsen te vervullen en meerdere te bezetten. Voor dit doel gaan Vereeniging, Ring, Afdeeling en Bond voort in hun arbeid. Zooveel mogelijk moet benut worden wat in het Bondsorgaan en in leiddraad geboden wordt. Het Hoofdbestuur ga voort op den ingeslagen weg, ook tegen verflauwing der grenzen en schrikke niet terug voor critiek. Teruggebracht moet worden wat voor het Gereformeerd beginsel dreigt verloren te gaan. De gemobiliseerden vragen bizonder de aandacht. Bij al dezen arbeid blijft het leidend beginsel hetzelfde, al kan de uitwerking soms in anderen vorm wenschelijk zijn.
We mogen wel aannemen, dat over deze stellingen zich weinig of geen verschillen hebben geopenbaard onder de aanwezigen op de huishoudelijke vergadering. We hopen trouwens dat allen er van overtuigd zijn dat wij op deze wijze onder en met onze jeugd moeten voortvaren. Meer dan ooit worden wij allen, ook onze jongeren, geroepen tot kennis en beleving onzer beginselen. De beteekenis der Hervorming worde met ernst op onze vereenigingen onderzocht en tevens de gevolgen van het verminderen van den invloed der Hervorming. Laat men op onze vereenigingen eens met elkaar bestudeeren „Ongeloof en Revolutie" van Groen van Prinsterer. Laten onze ouderen dit werk eens ter hand nemen. Ge leest dan o.a. het volgende : „Geen land werd, in gelijke mate als Nederland, door de ontfermingen Gods ten zetel van het Protestantisme uitverkoren en afgezonderd. Eilieve, zegt mij : was op dezen bevoorrechten bodem geloofsijver en liefde minder spoedig dan elders verflauwd ? Gij zult wel eens de boetpredikatiën ingezien hebben, wier onafgebroken reeks, van den beginne af der Hervorming, van den evangelischen ernst der godsgezanten, ja maar tevens van den geringen invloed der beloften en bedreigingen Gods getuigenis aflegt". „De ontkieming van jammer en verderf werd overal zichtbaar. Voor de machten geen eerbied, geen liefde, geen trouw. Bijkans overal ongewisheid der betrekkingen, losgelatenheid der driften, buitensporig jagen naar vrijheid en woeling, zoo niet opstand. Het traditioneele was voorwerp van. minachting geworden, verlangen naar groote veranderingen algemeen. De instellingen schenen verouderd, afgesleten, verderfelijk; bouwvallen, op wier wegruiming men bedacht was. Voorbereidselen eener nabij zijnde ontbinding werden bespeurd. Zoodanig was de christenheid, onder pauselijke geloofs- en rechtsleer. Niet, dat wij dit bij uitsluiting aan Rome verwijten; doch het had althans tegen de krankheid noch behoed-, noch geneesmiddel, en de akeligheid der uitbarstingen, waardoor sommige landen werden geteisterd, bewijst waarheen de ontwikkeling der anarchische begrippen zonder buitengewone omstandigheden, zou hebben geleid. En welke zijn die omstandigheden geweest ? Wij zijn gewoon ze in één woord, de Hervorming, te omvatten".
Het te niet gaan van den invloed der Hervorming heeft voor het revolutionair ongeloof den weg gebaand. „De revolutieleer is het ongeloof in stelselmatigen vorm. Van gevolgtrekking tot gevolgtrekking, werd men op den weg der rampzaligheid geleid. Voortsnellen naar den afgrond is niet te beletten na het verbreken der betrekking, die aan den Hemel verbindt". Ons verdiepen in dergelijke lectuur kan rijken zegen afwerpen voor oud en jong. Onze vereenigingen kunnen dit bevorderen. Ik weet niet, of het ledental dan zal groeien. Ik hoorde eens van een predikant uit één onzer steden, dat hij bij de invoering van den Catechismus ongeveer de helft zijner catechisanten verloor. Deze zochten dan misschien onderdak elders, waar lichter verteerbare spijze werd voorgezet. Toch blijft in de eerste plaats gelden : Degelijkheid der te behandelen stof. En daarbij — het ééne doen en het andere niet nalaten — ernstig pogen het ledental te vermeerderen, 't Is inderdaad bedroevend dat we in het jaarverslag van den Secretaris, Ds H. A. de Geus, het volgende lezen: „Het is voor het eerst sinds we geroepen werden een jaarverslag te geven op onzen Bondsdag, dat we dit doen moeten met de mededeeling, dat we zeer sterk achteruit geboerd zijn........ Ik ben echt geschrokken, toen ik ditmaal mijn secretariaats-balans ging opmaken .......In het vorig verslagjaar 173 Afdeelingen met plm. 4000 leden of volgens het Jaarboekje per 1 Jan. '38 : 165 Vereen, met 3452 leden. En nu telt Ds De Geus 162 afdeelingen met 2929 leden. Dit is inderdaad een aanmerkelijk verschil. In verband met dit feit, dat overigens ook zonder dit jaarverslag wel eenigszins bekend was, zou ik onder „Voortvaren" gaarne behandeld hebben gezien het vraagstuk over de band tusschen Kerk en Vereeniging. Ik weet wel, dat we hier feitelijk niet van voortvaren kunnen spreken, omdat het in het algemeen gesproken juist is, wat de eindredacteur van De Vaandrager eens schreef, dat n.l. dit vraagstuk onder ons nog niet onder 't oog is gezien. Mijns inziens is dit zeer jammer en kan dit leiden tot schade voor ons vereenigingsleven. Meermalen wordt de klacht geuit dat er predikanten zijn die zich om onze vereenigingen zoo goed als niet bekommeren. Degenen die deze klacht uiten, zullen daarvoor ongetwijfeld hun goede gronden hebben. Maar toch geloof ik, dat hier van het begin af vaak groote fouten zijn gemaakt. We kunnen b.v. wel eens hooren dat een jongelingsvereeniging een knapenvereeniging heeft opgericht. Een meisjesvereeniging een jongemeisjesvereeniging, enz. enz. De een of ander kan het idee krijgen en aan de slag gaan zonder overleg met kerkeraad of predikant. Leiders en leidsters onzer jongeren-vereenigingen (knapen- en jonge meisjesver.) worden benoemd — door wie ? En als er dan een vereeniging gevormd is — ja, dan moet de kerkeraad er achter gaan staan, en de predikant. Hiermee bedoelen we niets afkeurends te zeggen over die actieve personen, die de stoot tot oprichting eener vereeniging geven. Allerminst. Juist alle lof voor dezulken. En zeker zal menige kerkeraad en menig predikant vallen onder het oordeel der lauwheid, omdat men zélf niet begon. Maar onze bedoeling kan duidelijk zijn. Laat men nu zoo spoedig mogelijk de band goed leggen. De band tusschen kerkeraad en vereenigingen. Dit geldt vanzelf niet alleen van onze J. V., maar van al onze Herv. Geref. vereenigingen. De kerkeraad moet in onze Herv. Geref. gemeenten) zich daadwerkelijk met het vereenigingsleven inlaten. Er moet onderling overleg zijn over de vereenigingsarbeid en over propaganda-actie, enz.
ledere plaatselijke predikant en kerkeraad kan hier vanzelf regelend optreden. Is daartoe ook geroepen. Maar toch lijkt het gewenscht dat er algemeene richtlijnen worden getrokken, waarnaar de plaatselijke organisatie zich kan vormen. In meerdere gemeenten bestaat reeds een vereenigingsverband. Bij de afgevaardigden der verschillende vereenigingen kan dan gevoegd worden de door de kerkeraad te benoemen vereenigingscommissie, bestaande uit kerkeraadsleden. Aan te bevelen is, wanneer een dergelijke commissie enkele malen met de leiders(sters) der vereenigingen samenvergadert. Terwijl het tevens gewenscht is, dat de jongens en meisjes de kerkeraadsleden en predikanten wel eens op hun (haar) vergaderingen zien. Laten de Bonden deze zaak eens spoedig en ernstig onder 't oog zien. Of.... we hebben toch nog onze federatie ?
Dat is juist iets voor het federatie-bestuur !!
Een goede samenwerking, een goed verband is van groote beteekenis voor geheel onze Herv. Geref. actie ! Ook in plaatsen, waar geen Herv. Geref. kerkeraad is ! Daar moet de band tusschen de bestaande vereenigingen van de groep sterk zijn of worden. Er moet veel onderling contact zijn. We behooren daarbij waarlijk niet tot degenen die hun hoop op de organisatie bouwen. Allerminst. Organisatie is maar middel, geen doel — maar dan toch een middel, dat zoo goed mogelijk moet zijn. We behooren óók niet tot degenen, die de vereenigingen en haar nut overschatten. Die doen alsof de vereenigingen nog meer onze aandacht verdienen dan kerk en catechisatie. Want dat is fout. Ik denk aan een woord van den voorzitter van den Jongelingsbond : Wij hebben de vereenigingen in onzen kring aanvaard als behulpsels Zoo is het ook. Maar als we dat dan ook gedaan hebben, dan verdienen deze behulpsels als behulpsels onze volle aandacht. Predikanten, kerkeraden — let op uw zaak !!
We haalden zoo juist een woord aan van Groen. We willen u nog één zijner uitspraken voorleggen, door ons gelezen in het Geref. Weekblad van 8 Juni 1940. „Annexatie is de diepste ramp niet. Zelfs in de diepste vernedering, zelfs in het ingelijfd zijn, kan een zegen liggen en de voorbereiding eener betere toekomst. Neen.... dit is het ergste (en moge door Gods ontferming Nederland er voor behoed worden !) wanneer een natie, die in de wereldgeschiedenis een toonbeeld der zegeningen Gods op de belijdenis van het Evangelie geweest is, door eigen ontzenuwing verbastert; wanneer ze, in de ondankbaarheid van haar afval, een nationalen zielemoord pleegt, en, eer ze het doodvonnis ondergaat, het levensrecht verbeurt". (De Reformatie).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1940
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1940
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's