De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 53)

Als aan den grond genageld, bleef Mini staan. Oogenblikkelijk begreep zij. 't Was tusschen vader en Tjerk tot uitbarsting gekomen. Reeds lang had zij dit gevreesd en hem er eens voor gewaarschuwd. Daarop had de ongesteldheid van Nienke, waarvan zij eenige dagen als tusschen leven en dood verkeerde en de daarop, slechts heel langzaam, volgende herstelling, de hoop bij Mini doen opleven, dat alles nog ten beste gekeerd zou worden, 't zij doordat Tjerk geheel van haar afzag, of dat vader zich met het denkbeeld verzoenen kon, dat Nienke misschien eens in de familie werd opgenomen. Eenmaal had zij het zelfs gewaagd, hem hierover te polsen, 't Was bij gelegenheid, dat tegen den avond  van een guren dag een zwerver was komen aankloppen om te vragen of hij dien nacht in het hooi slapen mocht en vader zijn toestemming daartoe gaf met de opdracht aan Swopk, dat zij dien kerel maar een kop koffie met een snede brood moest geven,  of een bord karnemelkpap. Bij de tafel was daarop het gesprek gekomen op dat reizend volk, dat zoo, zonder bepaalde bestemming, niet zelden bedelend van de eene plaats naar de andere voorttrekt, overal en nergens thuis. De man, die thans in de schuur een onderdak had gevraagd, leek zeer fatsoenlijk en in zijn voorkomen iets te hebben, dat onwillekeurig aan betere dagen herinnerde. Toen had Mini zich laten ontvallen, met heenwijzing naar de bekende preek van Ds Buitenveld, die meermalen, zoowel hier als in de heele gemeente, een onderwerp van gesprek was geweest : „Misschien wel een zeker mensch, die tusschen Jeruzalem en Jericho in handen van moordenaren viel", om er aanstonds op te laten volgen : „Wat is het een zegen, voor zoo'n overval bewaard te blijven en een voorrecht, zulke menschen te mogen helpen".

Met iets vreemds in zijn oog had boer Santema bij dit woord zijn dochter aangezien. Precies het evenbeeld van haar moeder, die óók altijd zoo'n goed hart voor een ander had. „'k Heb tegen de meid gezegd, dat zij hem maar eten en drinken moest geven", was zijn antwoord, en daarop in een goede bui blijkbaar : „Geef hem anders morgen, , vóór hij weer weg gaat, maar wat kleeren mee ; zijn plunje lijkt mij nu juist niet zoo bijster geschikt om voor de koude te dekken".

„'k Zou, als ik geheel weer beter mag zijn, wel graag mijn leven willen besteden in dienst van zulke ongelukkigen, die dit noodig mochten hebben", had zij daarop gezegd, waarop vader gelachen had en geantwoord : „Verbeeld je, een dochter van Santema van „Donia-state" in verpleegster-costuum. En waar wil je dan het liefst in dienst, bij het Groene of het Roode Kruis ? "

„Nog liever bij het Witte Kruis, om het verlorene te zoeken en op te richten", was daarop haar antwoord, waarna vader grapte: „Dan zal je straks wel in het aohterbuurtwerk van onze groote steden moeten".

Daarop was nog eenigen tijd gesproken over wat  er alzoo gedaan werd voor de ongelukkigen, die om  een of andere reden aan lager wal geraakt waren,  en waar Ds Buitenveld meermalen met Mini over sprak en van te lezen gaf. 't Scheen, dat allen hier oor voor hadden, al waren haar mededeelingen voor de huisgenooten nieuw en niet een, die een afkeurend woord sprak over hetgeen op het breede terrein der Inwendige Zending gedaan werd. Was het de nawerking van de prediking over „Een zeker  mensch" ?

„Vind je niet, dat vader veel zachter over een heele boel dingen oordeelt, dan voorheen ? ", heeft Tjerk haar den volgenden morgen gevraagd en toen meteen zijn voornemen haar te kennen gegeven om  op een geschikt oogenblik met hem te gaan spreken over zijn verhouding tot Nienke. Wellicht dat dit nu was geschied, doch met een heel ander gevolg dan Tjerk gehoopt had.

Even was het stil. 't Scheen, dat haar broer deze uitbarsting niet verwacht had en geen woorden vinden kon. Daarop zei hij iets, wat zij niet verstond maar haar vader nog meer scheen te prikkelen. „Ja, een sloerie zeg ik je ! Opgenomen als een dweil uit de goot en nu door den blikken dominé vroom gemaakt, om jongelui den kop op hol te brengen, 'k Heb ze al lang in de gaten gehad, als zij 's Zondags met een uitgestreken gezicht, waarvan je de vroomheid met lepels kunt afscheppen, in de kerk zit te luisteren en doet alsof zij geen mensch om zich heen ziet. Een opgedirkte lokvogel, om de dorpsjongens in de maling te nemen en zoodra zij haar kans schoon ziet, dezen of genen in de wacht te sleepen. Laat zij het hart eens weer in d'r lijf hebben om op „Donia-state" te komen onder den schijn van te informeeren hoe het met Mini is. 'k Laat subiet Nero op haar los, om haar van het erf te jagen als een verloopen schoolster ! Is het nog niet mooi genoeg, dat Thijs Sangers op de veemarkt te Leeuwarden mij in het publiek beleedigt, door te dreigen met de pleegdochter van den blikken dominé, die wel ruimte in ons kapitaal zal maken ? "

Deze woorden, in afgebroken zinnen met toenemende klem uitgestooten, lieten hun uitwerking niet na. Tjerk zou geen Santema zijn, wanneer hij deze taal koud en gevoelloos kon aanhooren, evenmin als Mini, die met trillende verontwaardiging deze vreeselijke beleedigingen beluisterde, zonder dat iemand het merkte. Hoewel betrekkelijk tenger gebouwd, althans lang niet over een postuur beschikkend als Gabe, voelde Tjerk onder deze grievende woorden, die, als zoovele slagen, op zijn hoofd neerkwamen, plotseling in zich de drift oplaaien van iemand, die gereed staat zich op zijn vijand te wreken. Met saamgeknepen vuisten en verwrongen gelaat, terwijl vuurvonken uit zijn oogen schoten, plaatste hij zich in dreigende houding voor zijn vader.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's