De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten.

6 minuten leestijd

De uitzinnigheid der Galaten, vers 1—5. (II).

Hoofdstuk III.

Wie heeft u betooverd, dat gij der Waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn ? Vervolg vers 1.

Hier hebt ge nog een andere uitspraak betreffende de gerechtigheid, die uit de Wet is, en die, welke wij zelf bewerkstelligen. Deze woorden houden namelijk in, dat bedoelde soorten van gerechtigheid ons brengen tot verachting der Waarheid, en ons betooveren, zoodat wij der Waarheid niet meer gehoorzaam zijn, doch ons tegen haar verzetten.

Wanneer Paulus de Galaten „uitzinnig"' en „betooverd"' noemt, dan vergelijkt hij hen met kinderen, voor wie vooral tooverij zeer schadelijk is, en die er zich juist gemakkelijk door laten beïnvloeden. Tooverij is een werk van den duivel, waardoor hij menschen niet alleen schaadt, maar soms zelfs doodt, wanneer God zulks toelaat.

Hier komt bij, dat wij naar lijf en goed den duivel onderworpen zijn, die de overste en god dezer wereld is. Alles op deze aarde staat onder zijn heerschappij. Door zijn tooverijen kan Satan dus kinderen gemakkelijk schade berokkenen. Hij kan ze een hevige angst op het lijf jagen; hij kan ze blind maken, stelen en voor goed ergens heen voeren; ook kan hij zich zelf in de plaats van een weggenomen kind in de wieg leggen.

Ik heb gehoord, dat een kind in Saksen door vijf vrouwen werd gevoed, en dat het niet verzadigd kon worden ..........

Dergelijke voorbeelden zijn er veel. Tooverij is niets anders, dan een listige kunstgreep en begoocheling van Satan. Een merkwaardig voorbeeld hiervan hebben we in het volgende verhaal, om van de Metamorphoses van Ovidius nog maar niet te spreken. +

De ouders van een jong meisje kwamen eens tot een zekeren heilige, Macarius genaamd. De man woonde in de woestijn. De vader en moeder dachten, dat hun dochter in een koe veranderd was. Uit haar gedaante konden zij namelijk niets anders maken, dan de gestalte van een koe. Daarom brachten zij haar tot den heiligen Macarius, met het verzoek. God te bidden, om haar weer haar menschelijke gestalte te hergeven. Toen Macarius van een en ander had kennis genomen, zei hij : Ik zie een meisje, en geen koe. Dit kwam, omdat hij „geestelijke" oogen had; Satan kon hem dan ook niet verblinden en bedriegen, gelijk hij de ouders deed, wier oogen zoo betooverd waren, dat zij stellig meenden, dat 't geen zij zagen, de werkelijkheid was. Toen echter de heilige voor het meisje bad, of God de begoocheling van Satan wilde wegnemen (hij vroeg niet, of zij weer haar menschelijke gedaante mocht terugkrijgen, want die was zij niet kwijtgeraakt) — toen werden de oogen der ouders geopend, en zagen zij, dat alles, wat zij voor werkelijkheid hadden aangezien, slechts een door den duivel bewerkt gezichtsbedrog geweest was. Zoo groot is de listigheid en macht van Satan, om de zinnen te bedriegen en verblinden.

Niet alleen op deze grove wijze echter berooft Satan de menschen van hun gezonde zinnen, doch hij doet dat ook op verfijnder manier, welke veel gevaarlijker is. Hij verstaat in dit opzicht zijn vak bij uitstek goed. In dit verband komt Paulus op de betoovering der zinnen en des geestes. Door deze „geestelijke" betoovering vangt en bedriegt de oude slang niet alleen 's menschen gezichtsvermogen, maar ook zijn gemoed. Eenmaal in Satans strikken gevangen, ziet men hetgeen niet waar en goddeloos is, aan voor werkelijkheid en godvruchtig.

Dat de duivel werkelijk deze vermogens heeft, kunt ge heden ten dage duidelijk genoeg zien aan de wederdoopers en andere dwaalgeesten, welke zoo betooverd zijn, dat zij leugens, allerlei verkeerde opvattingen en zelfs de zwartste duisternis houden voor stellige waarheid en het klaarste licht.

Door geen vermaningen of uitspraken der Heilige Schrift laten zij zich van hun droomerijen afbrengen, omdat zij de vaste overtuiging zijn toegedaan, dat alleen zij de wijsheid in pacht hebben, en de goddelijke dingen juist beoordeelen kunnen. Volgens hen zijn alle andere menschen blind of verblind. Dezulken zijn als de ouders van het meisje, die niets anders dachten, dan dat hun dochter een koe was geworden, wijl ze niet konden gelooven, dat een en ander een begoocheling of verblinding van Satan was.

Blijkt uit het verhaal van Macarius, dat een uitwendige betoovering in strijd komt met hetgeen men onder normale omstandigheden waarneemt, — hoeveel te meer zal zulks het geval zijn met de „geestelijke" betoovering.

Door zijn betoovering poogt Satan hen, die godvruchtig zijn, en een gezond inzicht hebben in Gods Woord en de christelijke religie, door zijn begoochelen van den rechten weg te, brengen.

Mijzelf heeft de duivel dikwijls zoo hevig aangevallen, en aan zoo sombere overwegingen ten prooi gegeven, dat hij Christus geheel voor mij verduisterde, en Hem mij bijna ontnam.

Om kort te gaan : er is niemand onder ons, die niet meermalen door verkeerde opvattingen betooverd is, dat wil zeggen : iedereen heeft wel eens gevreesd voor iets, waaromtrent hij dat niet behoefde te doen; iedereen heeft wel eens vertrouwd op, en zich verheugd over dingen, die dit vertrouwen en deze blijdschap niet waard waren, enz. Iedereen denkt over God, over Christus, over het geloof, over zijn roeping en over zijn geestelijken staat wel eens anders, dan hij denken moet.

Laten wii derhalve alle bedriegelijjke listen van Satan (dien toovenaar!) grondig leeren onderkennen, opdat hij ons niet onbehoedzaam en snorkend vindt, als hij komt, om ons met zijn begoochelingen te bedriegen.

Al kan hij ons ambt niet schaden, — toch is hij nacht en dag in onze omgeving, zoekende, wie hij van ons zal kunnen verslinden. En wanneer wij niet nuchteren zijn, en wanneer hij ons niet toegerust vindt met de geestelijke wapenen, te vreten met Gods Woord, zal hij ook ons verslinden. De Satan bindt telkens opnieuw den strijd tegen ons aan, hetgeen ons zter nuttig is, omdat hij door zijn listige aanslagen ons zoo oefent, dat wij bevestigd worden in de leer en gesterkt in ons geloof. Dikwijls zijn wij terneergeslagen, en telkens weer worden wij in onze worsteling tegen Satan uit het veld geslagen, doch wij komen niet absoluut om, want Christus heeft altoos overwonnen en door ons getriumpheerd.

Wij leven dan ook in de stellige en vaste hoop, dat wij óók in de toekomst door Christus overwinnaars zullen zijn in onzen strijd tegen den duivel. En deze hoop troost ons, zoodat wij ons in alle aanvechtingen steeds weer oprichten kunnen.

Let er eens op : de Satan heeft ons steeds aangevochten, en ons door zijn verlokkingen steeds aangezet tot ongeloof, verachting van God en vertwijfeling; doch hij heeft niets kunnen uitrichten. Weshalve hij het ook in de toekomst niet zal kunnen. Want Wie in ons is, is grooter dan degene, die in de wereld is. Christus is de Sterkere, die den sterke in ons overwonnen heeft, en zal blijven overwinnen. ")


1) Hier blijkt, dat Luther tegen dergelijke wonderverhalen minder critisch stond dan wij. Als producten van oud volksgeloof hebben zij weliswaar een bepaalde waarde, doch de nuchterheid gebiedt, ze met heel wat korreltjes zout te nemen.

2) We hebben hier een van de vele prachtige uitingen van Luthers diep geloofsleven. Herhaaldelijk treffen wij dergelijke stoute uitspraken bij hem aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's