Contact.
In „De Vaandrager" van Woensdag 19 Juni '40 komt een driestar voor van den eindredacteur, den heer M. Noteboom, over ons artikel inzake onze Herv. Geref. organisatie en actie, verschenen in de rubriek „Uit de Pers", in de Waarheidsvriend van 13 Juni '40. We zijn dankbaar dat wij op deze wijze een gesprek met elkander mogen voeren over zaken die ons na aan het hart liggen en die onze aandacht alleszins waard zijn.
Daarom wil ik gaarne enkele opmerkingen maken naar aanleiding van een paar vragen, welke de heer Noteboom mij in zijn zeer gewaardeerde driestar stelde. Bij het ter sprake gebrachte contact tusschen Kerk en vereeniging had ik naar voren geschoven een door den Kerkeraad te benoemen vereenigingscommissie. Ik had mij echter zeer voorzichtig uitgedrukt en geschreven: „Bij de afgevaardigden der verschillende vereenigingen kan dan gevoegd worden de door den Kerkeraad te benoemen vereenigingscommissie, bestaande uit kerkeraadsleden". Ik wil de aandacht vestigen op het in deze zinsnede gebruikte woordje kan. Hierin zit opgesloten de mogelijkheid van eene dergelijke commissie. Met opzet hebben we hier niet het woordje moet gebruikt, omdat een op andere wijze te leggen contact denkbaar is. In zeer kleine gemeenten b.v., waar de arbeid gemakkelijker te overzien is en contact daardoor beter tot stand kan komen, zal eene commissie misschien gemist kunnen worden. De geheele Kerkeraad, die uit een vijftal personen bestaat in zulke gemeenten (de predikant meegerekend) kan daar gemakkelijk op de hoogte blijven met de stand van het vereenigingsleven en op de Kerkeraadsvergadering hieraan ook de aandacht besteden. Persoonlijk geloof ik echter dat het ook in onze kleine gemeenten goed zou werken, wanneer een paar kerkeraadsleden speciaal voor contact werden aangewezen. Nu vraagt de heer Noteboom hoe wij ons de werkwijze van zulk een commissie indenken. Of deze slechts bestaat uit een gemeenschappelijk vergaderen met de plaatselijke organisaties, of dat deze commissie nog meerdere bevoegdheden en idealen heeft.
Wanneer ik het geheel nog eens ga overzien, wil ik er vooraf de aandacht op vestigen dat wij geenszins iets voorstellen om daarvan te zeggen : Dat is het nu en zóó moet het. ledere wijziging is uit den booze. Neen. Wij geven zoo onze eigen gedachten, in de hoop, dat deze in de hierover te voeren besprekingen mogelijk iets kunnen bijdragen tot versteviging en verdieping van den vereenigingsarbeid, welke ons lief is. Laat ik dan beginnen met den Kerkeraad. Ik zal trachten zoo kort en duidelijk mogelijk mijn bedoeling weer te geven.
1. Alle kerkeraadsleden bezoeken, volgens op te maken rooster, de in de gemeente bestaande Herv. Geref. Vereenigingen. Van de bevindingen bij de bezoeken wordt mededeeling gedaan op de Kerkeraadsvergaderingen.
2. De Kerkeraad benoemt uit zijn midden eene commissie, welke tot taak heeft nader met de Vereenigingen in contact te treden. De predikant of één der predikanten behoort tot deze commissie en bekleedt het voorzitterschap.
Voor we over deze commissie iets naders zeggen, eerst iets over de Vereenigingen. Er is vanzelf onderscheid tusschen onze Jonge Meisjes- en Knapenvereenigingen en de Vereenigingen, welke uit meer ouderen bestaan (16 jaar en ouder). 1. Voor onze Jonge Meisjes- en Knapen vereenigingen zijn Vereenigingen van ouders aan te bevelen, van wie deze Vereenigingen uitgaan. Kan dit, om welke oorzaak dan ook, niet verwerkelijkt worden, dan is eene ouder-commissie aan te bevelen.
2. Alle Herv. Geref. Vereenigingen ter plaatse vormen een Vereenigingsverband. Hierin hebben zitting afgevaardigden van alle aangesloten Vereenigingen. Werkzaamheden en samenstelling van Verbandsbestuur bij reglement te regelen.
De werkwijze van de Kerkeraadscommissie kunnen we ons dan als volgt denken :
1. De Kerkeraadscommissie benoemt met het bestuur van de Ouder-vereeniging of met de Ouder-commissie, na ingewonnen advies van de reeds in functie zijnde leidsters en leiders, de leidsters en leiders van de Jonge Meisjes- en Knapenvereenigingen.
2. De voorzitter van de Kerkeraadscommissie is ambtshalve voorzitter van het Vereenigingsverband.
3. De Kerkeraadscommissie woont alle vergaderingen van het Vereenigingsverband bij. Ze heeft een gewone of adviseerende stem,
4. De Kerkeraadscommissie woont alle door het Verband te beleggen leidsters- en leidersvergaderingen bij. (Hier bij leidsters en leiders ook te denken aan de voorzitters en presidenten).
5. De Kerkeraadscomimissie wordt door de besturen der Vereenigingen uitgenoodigd advies uit te brengen over de rooster van werkzaamheden.
6. De Kerkeraadscommissie, die hiertoealle gegevens van predikant(en) en ouderlingen kan ontvangen, steunt de leiding der Vereenigingen bij de te voeren propaganda.
7. De Kerkeraadscommissie verzoekt het Vereenigingsbestuur een jaarverslag te mogen ontvangen van alle aangesloten Vereenigingen om dit den Kerkeraad aan te bieden.
8. De Kerkeraadscommissie brengt aan den Kerkeraad verslag uit van hare werkzaamheden.
In plaatsen waar géén Herv. Geref. Kerkeraad is, maar wel enkele Herv. Geref. kerkeraadsleden, wordt de bedoelde commissie gevormd uit deze Herv. Geref. Kerkeraadsfractie, zoo noodig aangevuld met enkele leden, aan te wijzen door het Verbandsbestuur.
In plaatsen waar ook geen Herv. Geref. kerkeraadsleden zijn, benoemt het Verbandsbestuur eene commissie, volgens reglementaire bepalingen.
Wanneer sommige Herv. Geref. Vereenigingen afzijdig blijven en niet bij een gevormd Vereenigingsverband zich aansluiten, strekt toch de bedoelde commissie hare zorg en belangstelling tot deze Vereenigingen uit en tracht langs eenigszins andere wegen hetzelfde resultaat te bereiken. Allereerst tracht zij de niet aangesloten Vereenigingen tot aansluiten te bewegen.
Ziehier enkele gedachten over de zaak in kwestie. Ongetwijfeld zullen hier nog wel meerdere en ook andere wenschen leven. Laat men deze zaak nu ook inderdaad ernstig aanvatten. De plaatselijke goede samenwerking en het plaatselijke goede verband acht ik voor goede vereenigingsarbeid van nog méér belang dan de geheele Bondsorganisatie. Waarmee we inusschen niet willen zeggen, dat deze laatste niet van belang is of niet in de puntjes verzorgd zou moeten zijn. Maar men berijpt onze bedoeling. Tevens zal men bemerkt hebben, dat wij de lijnen zóó trokken, dat hierdoor het karakter onzer Vereenigingen niet wordt aangetast.
Dat des Heeren gunst ruste op onze Vereenigingen en haar arbeid.
Ik hoop den heer Noteboom met deze enkele opmerkingen eenige voldoening te hebben geschonken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's