NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 54)
„'t Is nu welletjes ? " siste hij, met een schor stemgeluid. En toen verder : „Nienke Huitema een sloerie ? Een dweil uit de goot ? Een lokvogel voor de dorpsjeugd ? Een verloopen schoolster, niet te goed om door Nero te worden weggejaagd ? Weet je, op wie dat alles van toepassing is ? Dat geldt je eigen dochter, die de familie allang te schande heeft gemaakt ; die bij nacht en ontij nu met dezen en dan met genen op pad is, zonder dat iemand haar in huis zuur aanziet en die nu bezig is te flirten met dien gladden Hollander, maar in wien ze haar meester vinden zal. En dat geldt Gabe, die eveneens doet wat hij wil ; die nergens naar vraagt ; waar heel Zevenhuizen en gansch de grietenij over schreeuwt, omdat hij zoo vaak dronken thuis komt en met bankbiljetten speelt. Nienke een sloerie ? "
En buiten zich zelf schier van opwinding en woede, zocht hij, onder het wringen zijner handen, naar nieuwe woorden, om daardoor zijn volgekropt gemoed lucht te geven, toen hij opeens een hand op zijn schouder voelde leggen. Verwilderd keek hij om en staarde in het bleeke gelaat van zijn zuster. Ook haar hand scheen te beven en in haar oog las hij een smart, die hem in een oogenblik ontwapende.
„Moet dat nu zoo ? " stamelde zij, met iets smeekends en daarop zich tot haar vader wendend, die juist op het punt scheen zich aan zijn zoon, maar die geen kind meer was, te vergrijpen : „Toe, vader, ga in de kamer en drink eens wat".
Wonderlijk was de uitwerkirg van dit kalme woord. Of het kwam van haar lijdende gestalte, die nog altijd de teekenen vertoonde van de ernstige krankheid, die haar leven had bedreigd, of dat het de vrees "was dat dit tooneel haar schaden zou, of dat het kwam door het woord, dat zij op zoo'n waardigen toon sprak, maar beide partijen zwegen, de spieren ontspanden zich, het bloed kalmeerde en zocht zijn gewonen loop. Nog eenmaal blikte boer Santema op het gelaat van Tjerk en keerde zich toen, met iets, dat op een zucht geleek maar tevens aan een zacht gekreun deed denken, om, teneinde in de buitenlucht tot zich zelf te komen en na te denken.
Toen streek Mini haar hand door het haar van Tjerk en streelde zijn wang. Hoe klam voelde dat. Evenals toen zij de eerste tijden in haar tentje lag en de koortsgloed door haar aderen joeg. „Hoe kwam dat zoo ? " vroeg zij. Maar toen kwam bij den jongen driftbol de reactie. Wat had hij gezegd ? En tegen wien gesproken ? Met een snik verborg hij zijn gelaat in beide handen, terwijl hij steun zocht tegen een hooischelf. Stil liet zij hem uitweenen, tot hij eindelijk kon uitbrengen, wat zij vermoed had. „'k Heb vader verteld van mijn genegenheid voor Nienke en zijn goedkeuring gevraagd over onze verkeering, omdat zij mij ten offer brengt, wanneer niet de geheele familie haar goedkeuring aan onzen omgang hecht en je hebt gehoord, welk bescheid ik kreeg. Zóó zal niemand over haar spreken, gelijk vader zoo juist gedaan heeft. Alsof zij een gemeene slet zou zijn, gelijk in heel Zevenhuizen niet één gevonden wordt !" En weer laaide in den jongen patriciër, die in zich óók de onbeteugelde zucht van zijn Friesche volk naar vrijheid voelde vlammen, de woede op, om zooveel grievends, dat zóó onrechtvaardig over hem en over haar, die hij liefhad, werd uitgestort. Met een beslistheid en koppigheid, bizonder zijn familie eigen, vervolgde hij : „Daar kome wat wil, maar Nienke blijft van mij en niemand en niets, dat mij van haar zal scheiden !"
Ontroerd hoorde Mini deze verklaring aan. Plotseling scheen Tjerk voor haar een reuzengestalte te krijgen. Dat was niet de opwinding van het oogenblik, welke in hem sprak. Ook niet enkel een dreigement. Dat was een gerijpt besluit, vooraf reeds overwogen met al de gevolgen, die het hebben mocht, in geval de toestemming in huis niet ver kregen werd, die hij verlangde. Tjerk was ook een Santema, en algemeen wist men, dat het woord van de Santema's „wet" beteekende. Ging zij daar zélf ook niet altijd trotsch op, dat men op haar familie zoo staat kon maken, en een eens gegeven woord of belofte nooit weer verbroken, ook nooit weer vergeten werd, al zou het zijn tot eigen schade ? Maar zou dat niet een botsing tengevolge hebben, waarvan de uitwerking niet te overzien was ?
Toen schoot haar opeens een woord te binnen. Zonder de draagwijdte daarvan te verstaan, nog minder om vroom te doen of een les uit te deelen, kwam het over haar lippen : „Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van harte".
De uitwerking was treffend. Was dat niet hetzelfde woord, dat Nienke hem ook had toegevoegd, toen hij haar zijn liefde verklaarde en bij 't hooren van haar bedenkingen had gezegd, dat hij desnoods tegen allen in, zijn eigen weg zou gaan en zich door niemand liet overheerschen ? Toen had zij ook gesproken van het zichzelf ten offer willen brengen om Christus' wil, als dit, met hef oog op anderen, wenschelijk was, gelijk de Heiland eigen wil gelegd had onder den wil des Vaders, om dien te volbrengen. En toen had zij hem gezegd, dat het leven van een Christen juist hierin zich heeft te onderscheiden van een kind der wereld, dat hij nooit zich zelf zoekt, maar het in alles bij hem wordt : „Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal ? " Een weg, die vaak indruischt tegen vleesch en bloed, maar waarvan het einde altijd vrede wordt.
Maar juist door deze woorden had zij nog meer zijn hart veroverd. Dat was een taal, die niet gesproken werd in het gewone wereldleven, waar elk zich zélf het naaste is en gejaagd wordt naar 't verkrijgen van eigen begeerte, dat was juist het vreemde, dat hem altijd in Nienke had aangetrokken en haar anders deed zijn dan anderen. Haar woorden hadden hem toen gekalmeerd en doen berusten, als het moest, leeren wachten, als hij maar weten mocht, dat zij hem trouw zou blijven en bij haar niet onverschillig was.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's