De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK SCHOOL VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK SCHOOL VEREENIGING

20 minuten leestijd

beroepingswerk e.d.

Nederlandsche Hervormde Kerk.

Drietal te Vlaardingen (vac. Heijer) : J. Fokkema te Delft ; J. W. van der Linden te Kootwijk en J. C. Terlouw te Garderen.

Beroepen te Groot-Schermer cand. W. de Mooij te Leiden — te Zalt-Bommel (2de pred. plaats) cand. J. van Dijk, hulppred. te Eindhoven — te Hillegersberg (vac. B. Blankhart) B. C. Visser te Vorden.

Aangenomen naar Jutrijp-Hommerts (toez.) M. H. Bolkestein te Drogeham — naar Kockengen J. Bas te Gameren.

Bedankt voor Eemnes-Binnen J. H. Koster te Monitfoort — voor Loenen a/d Vecht P. Boerma, pred. Evang. te Bolsward.

Gereformeerde Kerken.

Tweetal te Clanerbrug : B. J. A. Streefkerk, cand., hulppred. te Zutphen en H. S. G. Zijlstra, cand., hulppred. te Urk — te Katwijk a/d Rijn : J. ten Hove te Gees en H. de Valk te Stellen dam.

Drietal te Oude Pekela : M. Hamming te Sieger swoude ; P. H. de Kleer te Overschild en A. J. Radder te Ottoland.

Beroepen te Solo (Ned. Indië) G. Visee te Emlichfoeim (Graafschap Bentheim).

voor Oude Pekela A. Bos te Hoo- ^ Bedankt gersmilde.

Aangenomen naar Ooster-Nijkerk G. van. Andel te Leiden.

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Tweetal te Barendrecht : cand. P. van der Bijl te Sliedrecht en cand. H. van Leeuwen te Rijswijk — te Nieuw-Vennep : cand. P. van der Bijl te Sliedrecht en cand. H. van Leeuwen te Rijswijk — te Almelo : cand. P. M. Jonker te Zierikzee en cand. J. Overduin te Dordrecht — te Ede : cand. P. van der Bijl te Sliedrecht en cand. H. van Leeuwen te Rijswijk — te Vlaardingen : cand. P. van der Bijl te Sliedrecht en cand. H..van Leeuwen te Rijswijk — te Nieuwpoort : cand. P. van der Bijl te Sliedrecht en cand. H. van Leeuwen te Rijswijk.

Beroepen te Franeker cand. J. Overduin te Dordrecht — te Ede en Nieuw-Vennep cand. P. van der Bijl te Sliedrecht — te Dokkum cand. H. van Leeuwen te Rijswijk — te Wormerveer cand. J. Overduin te Dordrecht — te Alphen a/d Rijn cand. P. van der Bijl te Sliedrecht — te Ermelo cand. P. van der Bijl te Sliedrecht. — te Oosterbeek cand. P. van der Bijl te Sliedrecht.

De Algemeene Synode der Ned. Herv. Kerk.

De Algem. Synode der Ned. Hervormde Kerk is ditmaal als volgt samengesteld : Ds J. J. C. Karres te Apeldoorn, Mr C. de Roon Swaan, ouderling te Velp, Ds L. Boer te Scheveningen, J. J. C. Hardenberg, oud-ouderling te Scheveningen, Dr G. Oorthuys te Amsterdam, Ds F. W. J. V. d. Kieboom te Bergen (N.-H.), Dr W. H. Weeda te Oosterland (Z.), Ds P. de Bruijn te Driebergen, Ds J. Hoekstra te Ternaard, Ds T. Stelma te Tzum, Ds P; van der Sluijs te Dedemsvaart, Ds H. H. Brucherus Cleveringa te Middelstum, Dr W. J. Aalders, oud-ouderling te Groningen, Ds J. W. J. Addink te Heeze, E. H. baron Prisse, oud-ouderling te Ulvenhout, Ds J. Boonstra te Gieten, Dr J. Fetlaar, ouderling te Assen, Ds R. R. Blommaert te Middelburg, Mr- H. J. M. Tijssens, oud-ouderling te 's-Gravenhage, Ds K. H. E. Gravemeyer te Den Haag, secretaris ; Mr Y. A. Schuller tot Peursum te Amsterdam, quaestor-generaal ; Dr S. F. H. J. Berkelbach v. d. Sprenkel, hoogleeraar te Utrecht en Dr J. H. Semmelink, idem te Groningen, allen primi ; Ds J. Barbas te Hengelo (G.), Mr W. M. Kolff, ouderling te Deil, Ds J. Enklaar te Leerdam, G. Slob, ouderling te Meerkerk, Ds F. W. J. v. d. Poel te Den Helder, Mr H. H. Riepma te Edam, Ds J. W. Dippel te Middelburg, Ds K. J. v. d. Berg te Amersfoort, Ds W. A. Dekker te Scharnegoutum, Ds H. Bogers te Achlum, Ds J. P. van Leusden te Steenwijk, Ds P. G. Vlieg te Grijpskerk, P. Jongedijk, ouderling te Groningen, Dr G. Tjalma te Veen, A. D. v. d. Schans, ouderling te Andel (Br.), Ds A. E. K. Pols te Goevorden, W. Huysman, ouderling te Coevorden, Ds Fr. le Cornu te Utrecht, R. v.d. Brug, ouderling te Utrecht, Dr G. P. van Itterzon te Den Haag, Mr F. J. Brevet te Rotterdam, Dr M. J. A. de Vrijer, hoogleeraar te Utrecht en Dr Th. L. Haitjema, idem te Groningen.

Getuigenis der Synode.

De President stelt voor het volgende getuigenis te doen uitgaan van deze Synode, waarmee de vergadering algemeen accoord gaat : De Algem. Synode der Ned. Hervormde Kerk, in haar 125ste vergadering bijeengekomen op den 17den Juli 1940, gevoelt zich gedrongen bij den aanvang harer werkzaamheden, getuigenis te geven van het geloof der Kerk, die zij vertegenwoordigen en dienen moet. In diepen ootmoed en met dankbaarheid spreekt zij uit, dat God aan de Hervormde Kerk in vroegere dagen van strijd den vollen schat van Zijn Woord en den troostvollen inhoud van het Evangelie : dat de rechtvaardige door het geloof leven zal, heeft hergeven. (Heidelb. Catech. Zondag 23).

In dien strijd heeft Hij mannen verwekt, die stonden in de geheele wapenrusting Gods. Zoo denke de Kerk met dankbaarheid aan wat God in Marnix van St. Aldegonde, vier eeuwen geleden, aan de Kerk der Hervorming heeft geschonken. Met lijdzaamheid hebben getrouwe getuigen in alle tijden de loopbaan geloopen, die hun voorgesteld was. Moge de Hervormde Kerk, die God in Zijn groote genade als een moeder aan ons volk heeft gegeven, weer trouw worden gemaakt in haar roeping voor heel ons volk. Moge de oproep, die nu uitgaat gehoord en verstaan worden, opdat de Kerk één moge zijn door de waarheid, en mogen daarbij alle belemmeringen worden overwonnen. Moge het karakter der Ned. Hervormde Kerk als deel van de Kerk vani Christus opnieuw openbaar worden, opdat haar getuigenis weer klinke te midden van het volksleven. Mogen de leden der Kerk in waar geloof door de krachtige werking van den Heiligen Geest met de ware Kerk van alle eeuwen belijden den naam van den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest, van dien God, in wiens naam zij gedoopt zijn, wiens naam zij openlijk hebben beleden en bij wiens belijdenis een ieder, die tot de Kerk behoort, geroepen is te volharden.

Moge in plaats van partijheerschappij er een buigen zijn onder de heerschappij van Hem, wien te dienen alleen den waren vrede geeft. En moge van hier en met nadruk in deze dagen een oproep uitgaan tot allen, van wie wij kerkelijk gescheiden leven om samen te luisteren naar de bede van den Hoogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus : opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs gij Vader in mij en ik in U, dat ook zij in ons één zijn, opdat de wereld geloove, dat Gij mij gezonden, hebt. „Die deze dingen getuigt, zegt : Ja. Ik kom haastelijk, Amen.

Ja, kom Heere Jezus ! De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen".

Besloten wordt tevens aan de dienaars der Kerk te verzoeken dit getuigenis van den kansel voor te lezen.

Gereformeerde Zendingsbond.

Te Rijsenburg zal op Donderdag 1 Aug. de 33ste Zendingsdag van den Gereform. Zendingsbond worden gehouden, aanvangende te 10 uur. De openingsrede wordt uitgesproken door Ds J. H. F. Remme te Amsterdam. Voorts treden als spreker op Ds Jac. Vermaas te Huizen, Ds G. van Ieperen te Hillegersberg, Ds J. T. Doornenbal te Kesteren, Ds H. A. Leenmans te Ede, Ds H. Schroten te Rotterdam en Ds W. L. Mulder te Veenendaal.

Samenwerking van kerken.

Dr H. Berkhof, te Lemele en Archem, voert in „Hervormd Nederland" een pleidooi voor samenwerking van kerken — juist nu. Wij ontleenen aan zijn betoog het slot :

„Nu kunnen we beseffen, hoe dringend de samenwerking der kerken geworden is. Wanneer deze kerken nu niet hetzelfde Woord voor de wereld in nood hebben, maar de eene de andere tegenspreekt en de derde zich in een zwijgend isolement terugtrekt, dan zal dat niet alleen zooals vroeger de spot der wereld wakker roepen, maar erger : de geestelijke nood nog vergrooten en een wanhopige verwarring der gewetens stichten. Dan zal de gescheurdheid der Kerk niet alleen haarzelf, maar heel het volk tot een onnoemelijke schade worden.

Dat verhoede God ! Nu moeten de groote vragen gemeenschappelijk besproken en beantwoord worden. Ook de Gereformeerde Kerken met hun eigen kijk en hun grooten invloed zullen, op welke wijze dan ook, in deze gemeenschap van vragende en verkondigende kerken een plaats moeten vinden. En onze Hervormde Kerk ? Zal zij mee kunnen doen ? Ze zal dan iets te zeggen moeten hebben, ze zal een sprekende en belijdende Kerk moeten zijn. Reorganisatie in dien geest — dat is de eerste bijdrage ten dienste van ons volk, waarop gewacht wordt. Door een losmaking harer geestelijke krachten en niet door een nog straffer drukken van het Synodale juk kan zij haar plaats in het oecumenisch koor innemen. Bidt en werkt, opdat het volk van Nederland uit een gemeenschappelijk getuigen der kerken de groote daden Gods hoore, waardoor Hij ook dit volk uit de duisternis roept tot Zijn licht".

Ziekentroost en de militaire Hospitalen.

Het is u waarschijnlijk bekend, dat „Ziekentroost" contact heeft met meer dan 10.000 chronische zieken. Ook zal het u niet onbekend zijn, dat zij het blad, van gelijken naam, gratis en franco ontvangen, alsook lectuur, wollen kleeding, leesplankjes, enz. Doch wat u misschien niet weten zult is, dat onze arbeid zich ook thans uitstrekt tot onze gewonde soldaten. Ook zij krijgen, ons blad, terwijl bij bezoek aan de hospitalen o.a sigaren, cigaretten en lectuur wordt uitgedeeld. Dat deze tak van onzen arbeid zeer op prijs wordt gesteld, blijkt telkens bij persoonlijk onderhoud met de soldaten.

Het is de gewoonte, dat tweemaal per jaar een oproep door middel van de Pers tot u komt. Éénmaal met het oog op de te verzenden Kerstpakketten en éénmaal een verzoek om steun bij het begin van de vacantiemaanden. Dit jaar hebben wij getwijfeld. Mochten wij uw hulp inroepen, nu reeds zooveel gevraagd wordt ? Het antwoord daarop werd gegeven door onze zieken en gewonde militairen. Immers kwam al spoedig vast te staan dat juist nu, in deze benarde tijden, een troostwoord op zijn plaats is en onze zieken en gewonden juist nü onze hulp van noode hebben. Vele zieken hebben het weinige, dat zij bezaten, verloren en wij willen geestelijk en stoffelijk helpen.

Vele zieken getuigen in hun brieven van groote dankbaarheid en waardeering voor ons streven. Een zieke schrijft : „God alleen weet wat „Ziekentroost" in mijn leven beteekent ; het is alles voor mij".

Welnu, deze wetenschap geeft ons vrijmoedigheid bij u aan te kloppen om financieelen steun. Onder u zullen er voorzeker zijn die, uit dankbaarheid voor het leven, dat hen gespaard bleef, onze zieken en gewonden willen gedenken. Welnu, u kunt dit doen door een gift te storten op giro 272371, Den Haag, ten name van de Stichting „Ziekentroost".

Helpt ons hiermede het werk voortzetten, dat thans reeds 13 jaar geschiedt onder hen, die 10, 20, 30 jaar en langer lijdende zijn (de laatste maanden werden honderden guldens meer uitgegeven dan ontvangen werden).

Mochten sigarenfabrikanten of winkeliers sigaren of cigaretten voor bovengenoemd doel willen afstaan, dan kunnen deze gezonden worden aan ons kantoor : Obrechtstraat 51, Den Haag.

Onze arbeid strekt zich uit over geheel Nederland en geschiedt onder alle gezindten.

Hulpprediker.

De heer Ph. F. Faber Jr., candidaat te Sloten (N.-H.), heeft zijn benoeming tot hulpprediker van de Ned. Herv. Gem. van Hoensbroek aangenomen.

Ds M. van Grieken.

Het Prov. Kerkbestuur van. Zuid-Holland heeft eervol emeritaat, wegens meer dan 40jarige ambtsbediening, verleent aan Ds M. van Grieken, pred bij de Ned. Herv. Gem. te Rotterdam, met ingang van 1 Sept. a.s.

Het aantal vacatures in de Ned. Herv. Kerk.

Het aantal vacatures in de Ned. Hervormde Kerk bedroeg op 1 Juli j.l. totaal 223, tegen 233 op 1 Jan. j.l. en 232 op 1 Juli van het vorig jaar.

Over de verschillende provincies verdeeld, zijn deze vacatures als volgt : Groningen 31, Friesland 38, Drenthe 8, Overijssel 7, Gelderland 31, Utrecht 13, Noord-Holland 42, Zuid- Holland 32, Zeeland 10, Noord-Brabant 8 en Limburg 3.

Giften en legaten.

Wijlen de heer Klaas, overleden te Ouddorp, heeft aan de Ned. Herv. Gem. aldaar een bedrag gelegateerd van ƒ 1000.—.

Ds. P. Visser, pred. van de Ned. Herv. Gem, te Apeldoorn en Het Loo, ontving een gift van ƒ 500.— voor de Diaconie en de Kerk, uit dankbaarheid tijdens den oorlog gespaard te zijn.

Ned. Chr. Vrouwenbond.

Aangezien dit jaar de algemeene vergadering van den Ned. Christen Vrouwenbond, die oorspronkelijk in Mei j.l. te Groningen zou worden gehouden, moest vervallen, heeft het Hoofdbestuur van den Ned. Chr. Vrouwenbond de verkiezing van een lid van het Hoofdbestuur in de vac. van mej. A. W. Poot te 's-Gravenhage, vice-presidente van het Hoofdbestuur en voorzitster van de Haagsche afdeeling, welke functies volgens het reglement onvereenigbaar zijn, schriftelijk door de afdeelingen doen houden. Met 79 van de 187 uitgebrachte stemmen is thans tot lid van het Hoofdbestuur gekozen mevr. S. G. Landweer —De Visser te Soestdijk.

Afscheid Dr H. J. Olthuis.

Dr H. J. Olthuis, Ned. Herv. pred. te Rotterdam, aan wien met ingang van 1 Aug. a.s. emeritaat is verleend, is voornemens Zondag 28 Juli des avonds in de Koninginnekerk zijn afscheidspredikatie te houden.

Ds J. A. Hoekzema.

Dezer dagen vierde Ds J. A. Hoekzema, emer. pred. te Hilversum, zijn 70sten verjaardag.

Ds Hoekzema heeft zich in Hilversum, welke gemeente hij zeer heeft zien groeien, op verschillend gebied bewogen. Hij was van 1911—'31 voorzitter van de Schoolvereeniging „Eben Haëzer", waarvan toen hij aftrad zes scholen uitgingen. Sinds 1918 is hij ook voorzitter van het Diaconessenhuis ter plaatse, terwijl hij mede het Hilversumsche Predikbeurtenblad redigeerde. Ds Hoekzema is ook curator van het Chr. Lyceum en heeft in Hilversum tijdens zijn ambtstijd aldaar leiding gegeven aan bouw zoowel van de Nieuwe Kerk aan den Laarderweg als van de Diependaalsche kerk. Voor de militairen heeft hij zich in de mobilisatie 1914—'18 zeer beijverd en hij placht in vijf Militaire Tehuizen zijn bijbellezingen te houden.

Na zijn emeritaat is Ds Hoekzema te midden van zijn oude gemeente blijven wonen.

De beide Luthersche Kerkgenootschappen.

Reeds sedert jaren zijn pogingen gedaan om te komen tot een fusie der beide Luthersche kerkgenootschappen in Nederland : het Evangelisch Luthersch Kerkgenootschap en het Hersteld Evangelisch Luthersch Kerkgenootschap. Ook tusschen de beide Amsterdamsche gemeenten dier twee kerkgenootschappen zijn meermalen besprekingen over fusie gevoerd. Tot nog toe echter zonder resultaat. In den laatsten tijd is deze zaak in de hoofdstad echter weer meer op den voorgrond gekomen. Ook, omdat ieder der beide gemeenten staat voor de vervulling, van een predikants-vacature : in de Evangelisch Luthersche gemeente de vac. Schutte, in de Hersteld Evangelisch Luthersche gemeente de vac. Klinkenberg. Inleidende besprekingen over een eventueele fusie der beide gemeenten hebben plaats gehad tusschen de predikanten.

Dezer dagen heeft daarop de Hersteld Luth. gemeente een vergadering van den Kerkeraad met de leden der gemeente gehouden in het kerkgebouw aan den Kloveniersburgwal. In deze vergadering is de mogelijkheid eener fusie besproken. Een besluit is echter niet genomen. In een nader te houden vergadering zal de zaak weer opnieuw aan de orde komen.

De strijd voor een Belijdeniskerk.

Wat er in en na „de vijf dagen van 1940" is geschied met en binnen de kerkelijke samenleving in ons land, heeft, wat de Ned. Hervormde Kerk betreft, ook den stand van het Reorganisatie-streven onder nieuw licht gezet. Het orgaan van „Kerkherstel" erkent, dat op dezen weg de fouten vele geweest zijn, en ook, dat de nieuwe phase in dezen strijd, vóór tien jaar ingetreden met de oprichting van het Verbond tot Kerkherstel, zeker niet vrij was van eigenwilligheid.

„Maar nooit zullen wij toegeven, dat die gansche worsteling om een belijdende Kerk getrokken mag worden binnen de omheining van het vele, dat thans als beuzeling wordt verworpen. Een haastig in elkaar getimmerde broederschap zonder karakter, waarbij beginselen verdonkeremaand worden en het doel schemerachtig in het onzekere wordt gelaten, ware geen blijvende vrucht van de huidige loutering.

„Ja, het is thans een tijd, waarin we wel diep rnoeten betreuren, dat het reorganisatiestreven van twee jaar geleden zoo bedroevend schipbreuk heeft geleden op de klippen van wantrouwen en partijzucht. De uitslag van die oprechte poging tot Kerkherstel is de laatste triumf geweest van de bijzaken over de hoofdzaak, van de beuzelingen over de ernst. Nu gevoelen we het met beklemming, dat het bij de behandeling van deze voorstellen ontbroken heeft aan ware ernst en bewogenheid".

't Blad blijft pleiten voor verderen arbeid: „de grondslag moet nog breeder gemaakt, zelfs indien mogelijk met inschakeling van andere kerken".

Zelfbeheersching.

In het Kerkblad van de Geref. Kerken van 's-Gravenhage schrijft Dr J. Hoek onder het hoofdje „Zelfbeheersching" :

„Zelfbeheersching is een deugd, die in den regel niet zoo gemakkelijk te betrachten is. De een heeft daar meer moeite mee dan een ander. Dat staat in verband met iemands aanleg en karakter. Een sanguinische, licht ontvlambare natuur zal het zwaarder vallen zichzelf onder bedwang te houden dan iemand, die kalm van aard is en niet zoo spoedig uit zijn evenwicht gebracht wordt.

Toch kunnen er omstandigheden zijn waaronder het zelfs voor zulke rustige figuren moeilijk is zich te beheerschen. Maar hoe het zij, zelfbeheersching is roeping. De Heere vraagt haar van ons in Zijn Woord.

Er zouden meerdere plaatsen uit de Heilige Schrift aan te halen zijn ten bewijze. Ik noem er twee.:

„Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid", dan staat er in het Grieksch voor gematigdheid een woord, dat beter weergegeven kan worden door zelfbeheersching. Zoo vinden we het o.a. ook in de Zuid-Afrikaansche vertaling. Onze jongste Nederlandsche vertaling leest : „bezonnenheid", wat vrijwel van gelijke beteekenis is. Niet anders is het in Titus 2 vers 12, waar van de zaligmakende genade Gods gezegd wordt, dat zij ons onderwijst, dat wij de goddeloosheid en wereldsche begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld".

Ook daar kan „matig" beter door „beheerscht" of „bezonnen" worden overgezet. De mensch moet naar Gods Woord dus zelfbeheersching, zelftucht oefenen. Dat is altijd noodig.

Er is hierop velerlei toepassing te maken. Een van die toepassingen is deze, dat wij niet onbeheerscht reageeren mogen op dingen, die ons grieven en ons in onze gevoelens kwetsen. We kunnen ons zoo gemakkelijk teugelloos laten gaan, wanneer we bij een bepaalde bejegening diep verontwaardigd zijn. Vooral, als er onrecht geschied is, dan komt al wat in ons is in verzet en kost het moeite ons bij onze uiterlijke reacties in bedwang te houden.

Daarin kunnen duivelsche list en verleiding schuilen. Satan wil ons dan verlokken ons op zondige wijze te uiten en ons protest te doen vergezeld gaan van daden, die ons schuldig stellen voor God.

Daartegen heeft een Christen biddend te waken. Dat hebben we ook in dezen tijd bijzonder te bedenken.

Er gebeuren dingen, die ons pijn doen. Het is niet noodig bijzonderheden te noemen. In het algemeen kunnen we het zoo zeggen, dat wij ons moeilijk schikken kunnen in den toestand, waarin ons volk, dat aan zijn vrijheid gewend en zoo ten diepste gehecht is, gebracht werd. Onze nationale gevoelens, geworteld als zij zijn in een geschiedenis van eeuwen, laten zich sterk gelden.

Dat is mooi en goed.

Er valt niet aan te twijfelen, of ook de Duitsche bezetters, bij wien het nationale bewustzijn zich sinds het onrecht van Versailles zoo buitengewoon sterk ontwikkeld heeft, zullen dat verstaan. Maar al kunnen wij onze nationale gevoelens geen oogenblik verloochenen, dat beteekent niet, dat wij die op elke willekeurige wijze tot uiting mogen brengen.

Er zijn reacties — hoe begrijpelijk zij ook mogen zijn, vooral bij jonge menschen —, die wij moeten afkeuren en dus ook achterwege laten. Het komt nu bijzonder aan op zelfbeheersching.

Wij moeten zelftucht oefenen. Niet, als zouden wij een houding hebben aan te nemen van kruiperigheid en lafhartigheid. Dat zou kortweg verachtelijk zijn. Doch onszelven heheerschen, dat moeten wij wèl. Dat is niet in strijd met, doch veeleer een uiting van nationale waardigheid. Is wie heerscht over zijn geest niet sterker dan die een stad inneemt. (Spr. 16 vers 32) ?

Zoo wordt ook het waarachtig belang van ons volk het beste gediend. Onbeheerschte en verkeerde reacties kunnen de ellendigste gevolgen hebben. En wat voor ons alles afdoet, onze God is het. Die zelfbeheersching van ons vordert. Al onze gevoelens, ook onze nationale, hebben wij onder den toom te houden van Zijn Woord.

In de kracht van Zijn Geest. Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en ....... der zelfbeheersching".

Niet bang voor den dood.

Uit de Westlandsche Kerkbode :

„We hebben in den voorbijgeganen tijd allen meegeleefd met onze militairen en niet in het minst met de veldpredikers, voor wie in de dagen van oorlog de eigenlijke arbeid eerst begon. Voordien was het in hoofdzaak contact zoeken met de onderscheiden mannen en zonen, om dan, wanneer de weg naar het front leidde, hen te kunnen helpen en bijstaan, te vertroosten en steun te bieden. En nu is de oorlog — wat ons land betreft — voorbij. Wie thans het oor te luisteren legt en hier en daar één enkele ervaring opvangt uit het werk van de veldpredikers, die prijst hun dienst en, wat meer is, hij roemt Gods genade. Gods genade kent geen „grenzen".

Het volgende werd me door een veldprediker verteld : Op den eersten Vrijdagmorgen wordt ergens een vliegtuig neergeschoten. Nederlandsche soldaten schieten toe, óók de dominé is aanwezig. Alle inzittenden blijken gewond te zijn. Negen van hen kunnen vervoerd worden, hetgeen ook geschiedt; Doch één, de officier, is dermate gewond, dat vervoer niet mogelijk is.

Allen zijn nu weer heengegaan, de gewonden en gezonden. Doch in de schaduw van 't neergestorte vliegtuig verkeeren twee menschen : een Duitsch vliegofficier en een Nederlandsche dominé. „Ge zijt zwaar gewond", zegt de veldprediker, „zoudt ge ook bang zijn om te sterven? " „Neen", antwoordt de officier, „ik ben voor den dood niet bang". „Hoe komt 't, dat ge daarvoor niet vreest? " Met spanning wacht de prediker het antwoord af. Nu kan er van alles komen. Een oogenblik is het stil ; dan komt het antwoord : „Omdat ik geloof, dat Jezus mijn Zaligmaker is". Toen hebben ze samen gebeden in de schaduw der verwoesting. En eer de zon ten onder ging, was een neergestorte vlieger opgenomen in heerlijkheid. Het geloof in den éénigen Naam onder den hemel voor alle menschen".

Laatste ontmoeting.

In de 's-Gravenhaagsche Kerkbode heeft de veldprediker Dr L. D. Terlaak Poot mededeeling gedaan over zijn ervaringen tijdens de oorlogsdagen en de geestelijke bijstand, die hij, reeds in de eerste uren van den strijd in den vroegen morgen van 10 Mei, aan stervenden heeft verleend. Ze zijn diep ontroerend. Treffend is ook, hoe hij een der volgende dagen geroepen werd bij een stervenden Duitschen soldaat.

„Een open, vriendelijk gezicht, waarover zich de doodsschaduwen gingen uitbreiden". De predikant vroeg : „Evangelisch oder Katholisch ? " De soldaat antwoordde : „Katholisch". Dr Terlaak Poot liet toen onmiddellijk naar een Duitschen aalmoezenier zoeken, maar in afwachting van diens komst verleende hij den stervende geestelijke bijstand. Hij sprak een gebed uit en toen stamelde de soldaat : „U hebt woorden gebeden, die wij ook altijd bidden". In zijn laatste oogenblikken vroeg de Duitsche soldaat : „Ik heb ouders. Wilt u aan hen schrijven ? Dan moet u aan mijn moeder schrijven, dat ik altijd haar jongen gebleven ben, dat ik altijd dezelfde gebleven ben ; dat ik in het geloof gebleven ben".

De predikant : „Beste jongen, ik beloof je, dat zal ik ze schrijven, hoor !" En toen — zegt Dr Poot — „toen greep hij naar mijn koppelriem en trok me naar zich toe ; daarop streelde hij mijn gezicht met zijn beide handen en gaf een zoen op mijn rechterhand. „Dank u wel, Herr Pfarrer, dat is het liefste, wat u voor mij doen kunt".

Die laatste ontmoeting tusschen een Duitschen R.K. soldaat en een Nederlandschen Protestantschen geestelijke, in oorlogstijd, die spreekt ons van banden, welke alle menschen binden. In zulk een oogenblik vallen alle verschillen weg en dan is het of er iets opengaat en openglanst van wat de geloovigen noemen „het Koninkrijk Gods".

Is het alleen maar mogelijk zoo te sterven ; kunnen wij zoo ook niet leven ? "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERK SCHOOL VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's