De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten.

8 minuten leestijd

De uitzinnigheid der Galaten, vers 1—5. (VI).

Hoofdstuk III.

Een aanprijzing van de Handelingen der apostelen, vervolg vers 2.

Ge kunt dus in de Handelingen ervaringen en preeken der apostelen vinden, alsmede voorbeelden, die de leer, dat de Geest ontvangen wordt uit het gehoor des geloofs, staven, en de opvatting aangaande de gerechtigheid, die uit de Wet is, weerspreken.

Om deze reden moeten wij des te meer van dit boek houden, en het des te meer lezen, want het bevat onomstootelijke getuigenissen, die ons troosten, en ons oprichten tot den strijd tegen de papisten, die ónze Joden zijn, en wier afschuwelijke onwaarachtigheden wij door middel van onze leer bekampen en veroordeelen moeten, opdat wij Christus' weldaden en Zijn eer zullen verheerlijken.

Wanneer wij de Handelingen beknopt samenvatten, kunnen we zeggen, dat het boek handelt over het stuk van de rechtvaardigmaking, welke alleen geschiedt door het geloof in Christus: zonder de werken. En voorts blijkt er uit, dat de Heilige Geest slechts geschonken wordt door het gehoor des geloofs via het Evangelie, en niet via de werken der Wet.

Daarom luidt onze leer aldus : Wanneer gij, o mensch, vast en bidt ; wanneer gij aalmoezen geeft ; wanneer gij uw ouders eert ; wanneer ge de overheid gehoorzaam zijt, en uwen heer onderdanigheid betoont, wanneer gij dit alles doet, dan zult. ge daardoor toch niet gerechtvaardigd worden.

Wat rechtvaardigt dan wèl ? Antwoord : het luisteren naar de stem des bruidegoms, en het gehoor geven aan de prediking des geloofs.

Waarom is dit zoo ? Antwoord : omdat de prediking den Heiligen Geest met zich hrengt, en Deze is het, die rechtvaardig maakt.

Hieruit kan men genoegzaam het onderscheid tusschen Wet en Evangelie opmaken. De Wet schenkt den Heiligen Geest nimmer ; zij kan niet rechtvaardigen, omdat zij alleen leert, wat wij doen moeten. Het Evangelie daarentegen geeft wèl den Heiligen Geest, omdat zij den nadruk legt op hetgeen wij ontvangen moeten.

Wet en Evangelie zijn dan ook twee leerstukken, die geheel tegenover elkaar staan. Wie zegt, dat men door de Wet gerechtvaardigd wordt, bestrijdt gewoonweg het Evangelie. Want Mozes met zijn Wet is een drijver, die eischt, dat wij werken en geven zullen. Het Evangelie daarentegen eischt niet, doch schenkt om niet ; het beveelt, dat wij met uitgestoken handen zullen aannemen hetgeen ons geboden wordt.

Het onderscheid tusschen eischen en schenken, tusschen ontvangen en aanbieden is zóó groot, dat het eene juist het tegendeel is van het andere ; beide zaken kunnen niet tegelijk bestaan.

Welnu : wanneer het Evangelie een geschenk is, en tevens een geschenk aanbiedt, dan kunnen we niet zeggen, dat het eischt. Hiertegenover staat, dat de Wet niets schenkt, doch van ons eischt wat we onmogelijk geven kunnen.

Zijt gij zoo uitzinnig ? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vleesch ? Hebt gij zooveel tevergeefs geleden ? Indien ook maar tevergeefs ! Vers 3 en 4.

Na het onderwerp, dat de Geest niet door de werken der Wet, doch door de prediking des geloofs geschonken wordt, te hebben afgehandeld, begint Paulus de Galaten te vermanen en schrik aan te jagen met het oog op een dubbel gevaar. In de eerste plaats zegt hij : „Zijt gij zoo uitzinnig ? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vleesch ? " En vervolgens : „Hebt gij zooveel tevergeefs geleden ? "

De apostel stelt hier „Geest" tegenover „vleesch". „Vleesch" heeft niet zoozeer betrekking op wellust, dierlijke hartstochten of zinnelijke begeerten, gelijk ik vroeger al eens heb opgemerkt, doch veeleer heeft Paulus niets anders op het oog, dan de gerechtigheid, die een mensch zelf werkt ; het bedenken des vleesches, en de verdorvenheid des verstands, hetwelk er op uit is, om door de Wet gerechtvaardigd te worden.

„Vleesch" noemt Paulus dus alles wat de mensch voor goeds en voortreffelijks heeft, te weten de hoogste wijsheid van het redelijk verstand, en de gerechtigheid, die uit de Wet is.

Wij moeten op dezen tekst wel nauwkeurig acht geven terwille der papisten, die hem tegen ons keeren, zeggende, dat wij onder het pausdom in den Geest begonnen zijn, doch thans in het vleesch eindigen, omdat wij vrouwen genomen hebben en getrouwd zijn. Alsof het „leven naar den Geest" is, wanneer men ongehuwd leeft en geen vrouw heeft ! En alsof het „Geestelijk" leven geen schade lijdt, wanneer iemand aan één hoer niet genoeg heeft, doch er meerdere vrouwen op nahoudt! Menschen zonder verstand kunnen niet begrijpen, wat „vleesch" en wat „Geest" is. „Geest" is alles, wat door den Heiligen Geest in ons gewerkt is, en ,,vleesch" is alles, wat er buiten den Heiligen Geest om in ons binnenste woelt.

Daarom zijn alle dingen, die iemand als christen verricht, vruchten des Geestes, als daar is : van zijn vrouw houden, zijn kinderen opvoeden, zijn huis regeeren, ouders eeren, en de overheid gehoorzamen, enz. Niettemin houden de papisten deze zaken voor vleeschelijk en van wereldlijken aard. Blinde lieden kunnen echter geen onderscheid maken tusschen goede gaven Gods en verdorvenheden. Degenen, die dus leeren, dat men de Wet houden moet, met de bedoeling dat de mensch daardoor gerechtvaardigd worden kan, doen hun consciëntie groote schade. Terwijl zij hun consciëntie zoeken te rechtvaardigen, storten zij die juist in het verderf.

Van terzijde valt Paulus hier tegelijk de valsche apostelen aan. Want zij waren het, die aandrongen op het houden der Wet, zeggende : het geloof in Christus alleen neemt de zonde niet weg ; ook stilt het Gods toorn niet, terwijl het evenmin rechtvaardigt. Wilt ge dus Christus' weldaden erlangen, dan moet ge niet uitsluitend en alleen in Christus gelooven, doch tegelijk moet ge de Wet houden, u laten besnijden, de feestdagen waarnemen, en offers brengen. Doet ge dit, dan wordt ge vrij van de zonde, van Gods toorn, enz.

Paulus daarentegen zegt : door dit alles te doen, bevordert gij juist de zonde, benevens den toorn Gods. Op die wijze voert ge de ongerechtigheid in. Ge stapelt zonde op zonde ; raakt de genade kwijt, en verwerpt haar zelfs. Ge bluscht den Geest uit, en ge wordt, tegelijk met allen, die u navolgen, door het vleesch verteerd.

Op dit gevaar wijst Paulus de Galaten in de eerste plaats, en hij tracht hen er toe te brengen, dat zij er voor waken zullen, den Geest niet te verliezen, wat het geval is, wanneer zij door de Wet zoeken gerechtvaardigd te worden. Hebt gij zooveel tevergeefs geleden ?

Het tweede gevaar of nadeel, waarop Paulus wijst, is dit : „Hebt gij zooveel tevergeefs geleden ? " 't Is als wil de apostel zeggen : ziet nu toch eens, hoe prachtig gij begonnen zijt, en hoe jammerlijk gij den goeden opzet en den oorspronkelijken goeden gang van zaken hebt laten varen. Van de eerstelingen des Geestes zijt ge afgevallen, en ge zijt teruggezonken in den dienst der zonde en des doods, alsmede in de treurige en ellendige dienstbaarheid der Wet. Neemt gijlieden echter ook in aanmerking, dat gij terwille van het Evangelie en van Christus veel geleden hebt ; men heeft namelijk uw goederen geroofd, uzelf gelasterd en gesmaad, zoodat uw lichaam en uw leven in gevaar hebben verkeerd. Aanvankelijk was bij u alles goed, en alles liep schitterend van stapel ; ge waart zuiver in de leer, leefde Godzalig, en om den Naam van Christus wist gij allerlei smaadheid standvastig te dragen. Nu zijn echter de leer en het geloof verdwenen, evenals uw daadwerkelijke verrichtingen en uw lijden. Ook den Geest en de vruchten des Geestes vindt men bij u niet meer. Hieruit blijkt genoegzaam, welke nadeelen de gerechtigheid, die uit de Wet is, en 's menschen eigen gerechtigheid met zich brengen. Degenen die op deze soorten van gerechtigheid vertrouwen, verliezen goederen, welke niet genoeg te waardeeren zijn. Voorts is het een bedroevende zaak, dat iemand zoo vlug en zoo gemakkelijk een heerlijk bezit en het vast vertrouwen op God kwijtraken kan.

Indien ook maar tevergeefs !

Paulus bestraft wel, maar hij doet dat op zulk een wijze, dat hij toch tegelijk olie in de wond giet, opdat hij den mensch niet tot wanhoop en vertwijfeling brenge. Daarom zegt hij : „Indien ook maar tevergeefs !"

Het is als zeide hij : ik heb nog niet alle hoop betreffende u opgegeven. Gaat ge echter, met terzijdestelling van den Geest, door in den weg van het vleesch, dat wil zeggen : met het volgen van de gerechtigheid, die uit de Wet is, waarmede ge begonnen zijt, — weet dan, dat al uw roemen en toevoorzicht op God ijdel is, en dat al uw lijden tevergeefsch was. Ik moet wat hard met u spreken, opdat gij niet meene, dat het van weinig belang is, wanneer gij Paulus' leer verwerpt door naar een andere te luisteren, en die aan te nemen. Toch snijd ik u niet alle hoop af, mits gij ten minste wederom tot uzelf komt. Men moet vuile, zwakke en besmette kinderen niet van zich stooten, doch men moet dezulken juist nog beter verzorgen en trachten te genezen, dan gezonde.

Zoo schuift Paulus als een ervaren dokter bijna alle schuld op de valsche apostelen, die de verantwoordelijkheid dragen voor de besmettelijke ziekte, waaraan de Galaten lijden. De Galaten daarentegen worden door den apostel mild behandeld, ten einde te probeeren, hen door deze zachtheid te genezen. Zoo zullen ook wij, naar des apostels exempel, de zwakken in het geloof zóó straffen, dat wij tegelijk ook troosten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's