NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 61)
Maar dan die twee anderen. Waar waren zij ? En wat zou daarvan terecht komen ? Telkens, als zij meende eenig geluid te hooren, spitste zij de ooren, in de hoop, dat de kinderen thuis kwamen, en was niet eerder gerust, voordat de laatste binnen was. Dien Loving stond zij niet. Hij had iets in zijn blik, dat zij niet vertrouwde. Op het oogenbhk dweepte Maaike nog met hem, en 't kon zijn, dat dit bleef tot de bruidsdagen, doch zij kende haar kind. Vroeg of laat zouden die karakters botsen en dan kwam het tot een uitbarsting, waarvan de gevolgen nog niet te overzien waren. Maar dan kon het te laat zijn en dan ? Arm kind, wat zou het ontnuchterd worden, als haar de oogen open gingen ! Hoe dikwerf had moeder haar gewaarschuwd, doch altijd werden haar vermaningen lachend in den wind geslagen, of met een boos woord teruggekaatst. Alsof een moeder niet het geluk van haar kinderen zoeken zou.
En dan nog die andere; de oudste : Gabe. Waar bleef die nu weer den ganschen avond ? Daar sloeg de klok al tien. Op elke boerderij was alles al lang in diepe rust, behalve op „Donia-State". Waar velen meenden, dat alles zoo mooi was, omdat er geld bezeten werd en een uitgezochte veestapel, die steeds meer de aandacht trok en een groote oppervlakte van het beste land. Ach, zij wisten niet van het verborgen leed, 't meest over de kinderen, die afwezig waren. En dat zich met geen geld of bankpapier liet wegpraten.
Eindelijk, daar ging de deur. 't Was Maaike, die thuis kwam en stil naar haar kamertje sloop. Nu de oudste nog. Ze moesten eens weten, die kinderen, hoeveel verdriet zij het ouderhart aandeden. Dan was Tjerk heel anders, die nu de wacht hield bij Sijke. Het ontging haar niet, dat haar man den terugslag daarvan gevoelde, getuige de kalmte, waarmede hij Tjerk ten slotte antwoord gaf. Wonderlijk toch, dat er zoo'n verborgen kracht uitging van den bijbel en van die menschen, die bij dat Woord zochten te leven. Zooals Ds Buitenveld en Pier Boukes en de familie op „Burmania-state'' en Gurbe-baas en Nienke niet te vergeten. Wat was deze laatste heel anders dan andere meisjes. Dan Maaike bijvoorbeeld. Ze kon er jaloersch op worden. Als zij zoo'n dochter eens had ! Maar haar man zwoer immers bij hoog en laag, dat Nienke nimmer in de familie komen zou....... Foei, wat bonsde haar hoofd en wat werd dat kussen heet. Daar sloeg de klok half twaalf. En nog geen oog toegedaan. Half vijf was het voor de eersten al weer dag. Dan liep de wekker af voor Swopk en dan kwam oude Jacob al spoedig en dan ging het andere manvolk er uit.
„Kan je niet slapen ? " vroeg Santema. „Neen; 'k heb nog geen minuut gerust."
„Hoe laat is bet ? " „Tegen twaalven."
„Hoe komt het, dat je niet slapen kunt ? " „Van de kinderen, denk ik. Gabe is nog niet thuis." „Die zal wel komen; hij is geen kind meer. Heb je Tjerk vernomen? " „Hij is nog niet naar bed, maar ik hoor het arme beest af en toe wél."
't Volgend oogenblik was Santema er uit. 't Vee ging hem boven alles. Fluks een weinig kleeren aangeschoten, en zoo naar den stal. Daar zat Tjerk op de bank in half liggende houding, blijkbaar door den slaap overmand. Naast hem lag een geopend boek met als bladwijzer een beschreven stuk papier. Nieuwsgierig blikte boer Santema op het blad en hield het dichter bij het licht om te kunnen lezen. Daar stond met fraaie hand, alsof elke letter geteekend was :
Laat ze vallen, al de muren Van uw blinkend luchtpaleis; ledere puinhoop preekt een waarheid, Blijft een mijlpaal op uw reis.
Laat ze vlieden al uw vrinden, Doe uw winst met hun gemis. Eens zal ook de laatste vlieden : d' Oude, trouwe droefenis.
Laat ze sterven, al uw wenschen. Al uw waan en al uw trots. Als het hart zich vult met dooden. Wordt het hart een anker Gods.
Laat u Christus' Kruis genoeg zijn. Al de rozen van uw droom, 't Paradijsveld uwer hope Groeien bij dien levensboom.
En daar onder stond : N. Straatsma.
Wat beteekende dat, en wie was dat? Behoedzaam, alsof hij zich zelf op een misdaad betrapt had, legde hij het boek met dien brief weer neer. Die taal begreep hij niet en die onderteekening verstond hij niet, tot hem plotseling een licht opging. Maar wat voor schrijverij was dat ? Dan had hij het in zijn jonge jaren, de enkele keeren, dat dit noodig was, anders gedaan. En de meesten zouden het zeker ook nú nog anders dpoen......... , Moe-è, " kreunde Sijke, te midden van haar barenswee, en maakte de andere koeien, als deelden deze in haar smart, mede onrustig. Plotseling werd daar buiten de stilte van den nacht verbroken door het geronk van een motor. Tjerk schrikte er van wakker om, bij het zien van zijn vader, die het lijdend dier zocht te helpen, haastig den bewusten brief op te bergen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's