UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten.
De rechtvaardigheid is uit het geloof : niet uit de werken. Wie zijn Abrahams kinderen? Vers 6—14. (VI). Vervolg vers 9.
Hoofdstuk III.
De zegen Abrahams wordt dus uitsluitend door het geloof ontvangen, want de tekst zegt duidelijk : Abraham geloofde in God, enz.
Derhalve is deze zegen zuiver geestelijk van aard, en hij alleen mag op den naam „zegen'' aanspraak maken. En hoezeer hij ook door de wereld wordt vervloekt (want dit geschiedt!), — voor God blijft hij bestaan.
Het is dus een geweldige uitspraak, dat degenen, die gelooven, deel hebben aan deze belofte van den zegen Abrahams.
Op deze wijze is Paulus de Joden vóór, die pochen op hun afstamming van den natuurlijken Abraham, die de werken in acht neemt, en voor het oog der menschen rechtvaardig is, want zij beroemen zich niet op Abraham als man des geloofs.
Evenals de Joden hoog opgaven van den Abraham-der-werken, — zoo houdt de paus ons Christus voor, alleen als een voorbeeld om hetgeen Hij deed.
Hij zegt dan: wanneer ge een vroom leven leiden wilt, dan moet ge wandelen gelijk Christus, die zeide : Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet. (Johannes 13 vers 15).
Wij ontkennen geenszins, dat de godzaligen in dit leven Christus' voorbeeld volgen, en goede werken zullen doen, maar daardoor zijn ze nog niet rechtvaardig voor God !
Paulus heeft hier dan ook in 't geheel geen betoog gehouden over hetgeen we doen moeten, maar hij geeft de manier aan, waarop wij gerechtvaardigd kunnen worden.
Weliswaar moet Christus ons voorgehouden worden, maar zóó, dat we zien, hoe Hij sterft voor ónze zonden, en hoe Hij om onze rechtvaardigmaking weer opstaat.
Christus moet niet als een voorbeeld worden aangegrepen, maar als een gave, hetgeen alleen geschieden kan door het geloof.
Het natuurlijk verstand verstaat deze dingen niet, vandaar, dat de papisten en allen, die eigen gerechtigheid willen wer ken, Christus zien en aangrijpen als iemand, die goede werken doet: niet als iemand, die rechtvaardig maakt. Op deze wijze raakt men steeds verder van Hem verwijderd, alsmede van de ware gerechtigheid en zaligheid.
Gelijk echter de Joden, die zalig geworden zijn. Abraham als man des geloofs hebben moeten navolgen, — zoo moeten ook wij, willen we ten minste van zonden vrij en zalig worden, Christus in het geloof aangrijpen als onzen Rechtvaardigmaker en Zaligmaker.
Het was wel een feit om zich op te beroemen, dat Abraham op Gods bevel de besnijdenis ontving; dat hij met voortreffelijke deugden begiftigd en versierd was, en God in alles gehoorzaamde, gelijk het een groot en gelukkig voorrecht is, wanneer men Christus' voorbeeld volgt, hetwelk Hij ons in Zijn doen en laten geschonken heeft, en dat bestaat in liefde tot den naaste ; in het weldoen van hen, die ons geweld aandoen ; in het bidden voor onze vijanden, en in het goed met kwaad vergelden. Maar op grond van dit alles verkrijgt men geen gerechtigheid voor God.
Wijl Abrahams uitnemende daden hem voor God niet rechtvaardig maakten, — zoo maakt de navolging van Christus' voorbeeld ook ons niet rechtvaardig voor Hem. Want er behoort heel wat meer toe, om voor God rechtvaardig te zijn, dan een zekere menschelijke gerechtigheid of de gerechtigheid, die uit de Wet is. Wij moeten Christus hebben, die ons zegent en zalig maakt, die Hem ook als zoodanig gehad heeft.
Op welke wijze dit kan? Niet door de werken. Doch door het geloof !
Paulus handelt hier over den verlossenden Christus en den geloovigen Abraham : niet over Christus als voorbeeld, en over Abraham als iemand, die goede werken doet.
Abraham als man des geloofs moet dan ook van Abraham, die zelf werkt, gescheiden worden zoover de hemel verwijderd is van de aarde.
Iemand, die gelooft, leeft geheel uit God; hij is een kind Gods en een erfgenaam der gansche aarde, als ook een overwinnaar van wereld, zonde, dood en duivel. Daarom kan zoo ienand niet hoog genoeg geprezen worden.
Laten wij toch dezen geloovigen Abraham niet in het graf verborgen laten zitten, zooals de Joden doen, doch laten wij hem op het hoogst prijzen en verheerlijken, en met zijn naam hemel en aarde vervullen, zoodat wij hem ten slotte alleen maar zien als man des geloofs, en in geenen deele meer als iemand, die de werken in acht neemt.
Want sprekende over den geloovigen Abraham, zijn we in den hemel, doch doen wij later hetzelfde wat hij gedaan heeft, althans voor zoover ook hij nog zelf werkte, en nemen wij in acht wat menschelijk is en aardsch, dan wandelen wij als gewone menschen onder andere schepselen hier op deze aarde.
Daarom vervult Abraham als man des geloofs den hemel en de aarde. Zoo ook vervult ieder christen hemel en aarde met zijn geloof, zoodat hij van alles wat daarbuiten valt niet weten wil.
Want zoovelen er uit de werken der Wet zijn, die zijn onder den vloek. Vers 10.
Hier ziet ge, dat de vloek een soort zondvloed is, die alles overstroomt wat buiten Abraham is, dat wil zeggen : buiten het geloof en buiten de belofte van Abrahams zegen.
Wanneer reeds de Wet, die op Gods bevel door Mozes gegeven, is, hèn onder den vloek brengt, die zich bevinden onder haar heerschappij, — hoeveel te meer zullen wetten en inzettingen van menschen zulks doen, welke uitgedacht zijn door het menschelijk verstand.
Wie daarentegen den vloek ontgaan wil, die grijpe de belofte van Abrahams zegen en zijn geloof aan. Doet hij dat niet, dan blijft hij onder den vloek.
Uit de woorden: „in u zullen gezegend worden" volgt, dat alle volken vóór, tijdens en na Abraham vervloekt zijn, en dat tot in eeuwigheid blijven zullen, wanneer zij niet in het geloof van Abraham gezegend zijn, aan wien de belofte van den zegen geschonken is door middel van zijn zaad, dat over de gansche wereld zou worden uitgebreid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's