De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 64)

„God heeft je lief. Je behoeft voor Hem niet bang te zijn als je berouwvol Hem je zonden belijdt. De Heere Jezus is in de wereld gekomen om de zondaren zalig te maken en ons met God te verzoenen."

„Wie is de Heere Jezus, Zuster ? " Een oogenblik scheen deze door die vraag in verlegenheid gebracht. Hoe was het mogelijk, dat in een Christenland, in de schaduw van de Christelijke kerken, in groote onbekendheid door een volwassene gevraagd werd, wie de Heere Jezus was. Doch had zij hier niet tallooze malen dezelfde ervaring opgedaan, dat de naam des Heeren alleen maar bekend was als een vloek, zonder iets te weten van de dierbaarheid des Verlossers voor een schuldig zondaarshart ?

„Dat is de Zoon van God, Die voor ons aan het Kruis geleden heeft en gestorven is, om zoo onze schuld bij God te betalen en den weg naar den hemel te banen. En die in Hem gelooft, heeft het eeuwige leven."

„'k Weet daar niets van, Zuster, maar ik ben zoo bang, want ik ben zoo slecht geweest, o zoo slecht!"

Bij deze woorden brak een stille tranenvloed door en gaf eenige verruiming. Zacht streelde Zuster Ina de hand van de kranke en verfrischte nog eenmaal haar gelaat. Toen fluisterde zij : „Voor den grootsten zondaar is genade bij God, als deze berouwvol tot Hem komt. Al waren uwe zonden als scharlaken. Ik zal ze maken als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn. Ik zal ze maken als witte wol!"

Even werd het stil. 't Was alsof de kranke nadacht. Daar naast, achter het scherm, werd geluisterd, getuige eveneens een zachte snik. Toen begon zij opnieuw, terwijl zij de handen omhoog hief als een drenkeling, die ergens houvast zoekt:

„Maar, Zuster, ik heb nooit naar God gevraagd. Ik heb tegen beter weten in het slechte gedaan en mijn moeder op het hart getrapt! O, moeder, moeder !" 't Was een ernstig geval. Bij zware krankheid, die het leven aan een zijden draad deed hangen, kwam de zieleangst, die zoo menigmaal op de krankbedden of in 't gezicht van den dood het lijden vermeerdert en het einde verhaast. Daarbij kwam, dat de dokter vóór alles rust had voorgeschreven en ook de andere patiënten niet gestoord mochten worden. Maar moest deze lijderes dan niet de troost gebracht, die alleen in leven en in sterven een menschenhart vrede kan geven ?

En toen sprak Zuster Ina langzaam, den klemtoon leggend op elk woord van beteekenis :

Jezus, Uw verzoenend sterven Blijft het rustpunt van ons hart. Als wij alles, alles derven. Blijft Uw liefde ons bij in smart. Och, wanneer mijn oog eens breekt, 't Angstig doodzweet van mij leekt. Dat Uw bloed mijn hoop dan wekke En mijn schuld voor God bedekke.

De uitwerking was wonderlijk, gelijk trouwens zoo menigmaal bleek, waar dit lied gezongen of gesproken werd.

„Zou Zuster voor mij willen bidden ? " vroeg de kranke bevend.

Toen vouwden zich twee paar handen en sloten zich twee paar oogen en midden in het nachtelijk uur, omringd van lijden en doodsnood, worstelden twee zielen uit de smart van het leven omhoog, teneinde hun steunpunt te zoeken aan het Vaderhart Gods. 't Waren eenvoudige woorden, die de Zuster sprak, maar vol geloof en liefde en kinderlijk vertrouwen, zooals het hart van een kind zich uitstort voor de moeder, zooals een bruid haar bescherming en vertroosting zoekt bij den geliefde. Niets werd verzwegen. Al de zonde van het leven werd beleden om er de verzoening van Golgotha over in te roepen en eerst het allerlaatste gedacht aan de genezing van het lichaam. En 't was alsof de Engelen luisterden om mee te bidden en — te danken.

't Scheen, dat de kranke een weinig tot rust kwam. Vermoeid sloten zich de oogen, terwijl de hand die van de Zuster vasthield.

Roerloos zat deze naast de lijdenssponde, blijkbaar in diepe gedachten. Wat was het, dat haar zoo bezig hield ?

Waarheen dwaalden haar overdenkingen en waarom werd zij zoo aan dit ziekbed geboeid ? En waartoe op eenmaal die traan, ditmaal den vrijen loop gelaten in tegenstelling van anders, wanneer hij weer spoedig werd weggedrongen als hij opkwam ?

Zuster Ina, was het enkel de nachtelijke stilte te midden van de schaduwen des doods, welke in haar plechtigen ernst u aangreep, of omdat ge de nadering voeldet van des doodsengels vleugelslag, welke de zwakke vlam van dit teere leven bij de minste aanraking blusschen zou ?

Zoo vond haar een uur later, nog altijd daar zittend, een Hoofdzuster, die de ronde deed. Een vragende blik van deze bracht haar tot de werkelijkheid weer. Toen maakte zij zacht haar hand los uit die van de kranke en ging met de andere geruischloos heen. „Niet te veel van je krachten vergen, Zuster; je kent de voorschriften en sommige patiënten zijn zoo veeleischend, ze zouden liefst altijd de verpleegsters naast zich zien".

„'t Is hier een bizonder geval en 't kind was zoo angstig".

„'t Berouw komt na de zonde. Als zulke hchtekooien weer beter zijn, is 't gewoonlijk hetzelfde liedje".

„En als zij de crisis nu eens niet doorstaat ? "

„Dan hebben de doktoren en wij in elk geval ons best gedaan. Morgen staan wij allicht weer voor andere gevallen, die al onze aandacht en toewijding vragen".

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's