De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 66)

Broer Melle was nu eenmaal een sukkel, die niet beter wist of hij was voor het wroeten in de aarde tegen een karig loon geboren, maar daar paste zij voor. Als zij over eenige jaren eens als een welgestelde thuis kwam of een goede partij deed, dan zouden de dorpelingen niet zoo minachtend over haar spreken en haar gelijk geven, dat zij ging. Elk moest ten slotte zijn eigen geluk zoeken, zoo hij dit dacht te vinden. Zóó is zij indertijd gegaan, nu, een jaar of wat geleden, om in al dien tijd nooit weer thuis te komen, een enkele maal eens een onbeteekenend briefje te schrijven, doch voor de rest niets van zich te laten hooren. In Zevenhuizen was zij al lang vergeten. Niemand dacht aan haar, uitgezonderd dan een enkele, maar dat wist geen mensch. Niemand vroeg ooit naar haar. Alleen in het hart van moeder nam zij nog een plaats in en leefde haar beeltenis, tot plotseling dat telegram kwam. Nog nooit eerder had deze zoo iets ontvangen. Hoe beefden haar handen, toen de besteller het haar gaf. „Zal ik het even voor je openmaken ? " vroeg de gedienstige, doch reeds had hij het zegel verbroken en las : „Dochter bedenkelijk ziek. Oogenblikkelijke over komst zeer gewenscht". Toen is vrouw Paulussen op een stoel neergezonken. „O, God, ook dat nog!" heeft zij geroepen, maar meer als een kreet van wanhoop dan als een gebed, want daarvoor kende zij Hem te weinig. Als een mensch toch bidden zal tot God, dan moet hij Hem ook kennen. Van een vreemde vraag je toch niet iets. En voor haar was Hij een vreemde. Goede raad was toen duur. Broer Jacob is er bij te pas gekomen, die van de Santema's een dienstregeling van de spoor gevraagd heeft en toen heeft Mini op een stukje papier geschreven wat de vlugste en goedkoopste reisgelegenheid was. Over Heerenveen naar de Lemmer en dan met de nachtboot naar Amsterdam. Zoo is zij hals over hoofd, met Melle voor de gezelligheid er bij, afgereisd, — oom was zoo goed het reisgeld vóór te schieten en zoo stonden zij nu hier in die onbekende stad en dit groote Huis vol lijden.

Tranen liepen het oudje over de wangen. Haar knieën knikten. Even moest zij een steunsel zoeken en vond dit in den arm van Zuster Ina. „Zou ze nog leven, juffrouw? " vroeg zij met bevende stem.

„Ja, moeder, uw dochter leeft nog en verlangt zeer naar je. 'k Zal je even in de wachtkamer brengen om wat te bekomen en uit te rusten en dan meteen voorzichtig aan de zieke zeggen, dat je er bent. Is dit misschien een zoon? "

„Ja, juffrouw, dat is onze Melle. O, zoo'n beste jongen. Die zorgt altijd zoo voor z'n moeder! Nog nooit verdriet van gehad, juffrouw, maar die meiskes! O, die meiskes! 'k Hoop niet, dat je het ooit beleven zult, juffrouw". Hier brak het oudje in een aandoenlijk snikken uit, dat zichtbaar de Zuster meer dan gewoon aangreep. Was het enkel 't leed dezer moeder, dat haar zoo ontroerde? Doch het volgend oogenblik vermande zij zich weer.

„Niet te veel van je krachten vergen", had de Hoofdzuster gezegd. Ze was de laatste tijden zoo nerveus. Precies als iemand, die aan overspanning lijdt. Of misschien ook daarom dit geval haar zoo aangreep ? „Wat scheelt onze Liesbet, juffrouw" ? , vroeg de oude nog, toen Zuster Ina haar een stoel in de wachtkamer bood. En met de vaardigheid van iemand, die precies weet wat te moeten zeggen en zwijgen, was haar antwoord': „Erge hooge koorts, en uitputting".

„Anders niet? " klonk het weer, op een toon van verlichting, alsof daarmede een zwaar pak van het hart was afgenomen.

Toen aarzelde de verpleegster. Zou zij het zeggen? Als met zichzelve in tweestrijd, keek zij van de moeder op den zoon, en dan weer naar beiden, om daarop aanstonds te laten volgen: „Een oogenblikje ; 'k zal even zien".

In de keuken bestelde zij voor de vreemdelingen, die zoo'n langen tocht gemaakt hadden, een kop koffie, en ging toen weer naar zaal 8. Daar lag Béa, of, zooals dus baar eigenlijke naam was, „Liesbet''. Met groote vraagoogen keek deze al maar naar de deur, alsof zij iemand wachtende was. Een zachte glimlach over de lippen, nauw hoorbaar loopend over den kurken vloer, liep Zuster tusschen de kribben door, rechts en links haar morgengroet aan de patiënten toewerpend, en plaatste zich naast de jonge moeder. „Hoe gaat 't nu ? " vroeg zij, en keek meteen naar den thermometerstand.

,, 'k Heb even geslapen. Zuster. Is er nóg geen bericht? "

 „Als je heel kalm blijft, heb ik je iets te zeggen". Opvallend was het, welk een uitwerking dat woord had. „Is moeder hier ? " klonk het plotseling met verheffing van stem, terwijl zij. zich trachtte op te richten. „Moeder en een broer van je; als je heel rustig belooft te blijven, zal ik ze hier brengen''. Toen werd in de volle zaal gelegenheid gemaakt om, zoo goed en zoo kwaad dat ging, aan 't oog van de anderen te onttrekken de ontmoeting tusschen moeder en kind, en daarop vrouw Paulussen met haar zoon binnengeleid. 't Was niet het gewone uur van bezoek, doch de dokter had gezegd, indien de familie komen mocht, deze aanstonds tot dit bed toe te laten. Begreep de medicus, dat het krijgen van zielerust meteen remedie is voor het lichaam ? Of was het enkel zijn vrees, dat het woord van vergiffenis, waarop reeds dagen gewacht werd, en dat alleen de smart van het sterven scheen te kunnen verlichten, te laat zou komen?

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's