De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Preeken.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Preeken.

4 minuten leestijd

Preeken is een schoon werk. Maar het is een moeilijk werk. Vooral voor den jongen dominé. Eigenlijk moet men zeggen : Herder en Leeraar. Deze twee mogen niet gescheiden worden. Daar is niet een stuk herderlijk werk en dan ook nog een leeraarsbetrekking, zoodat hij nu eens herder en dan weer leeraar is. De Dienaar des Woords is ook op den kansel herder ar. leeraar. Hier staat hij echter voor de gemeente als geheel, terwijl zijn arbeid in de gemeente een meer bijzonder, esn persoonlijk karakter draagt. Bij het huisbezoek en aan het ziekbed treedt het herderlijke meer op den voorgrond, hoewel ook daar de leeraar niet ontbreekt. Op de catechisatie wederom is het de leeraar, die vooraangaat, hoewel ook hier de herderlijke zorg niet mag vergeten.

De kanselarbeid heeft een meer algemeene strekking. Zij betreft de geheele gemeente, of om in de termen te blijven de geheele hem toebetrouwde kudde. Over haar is hij gesteld. Haar heeft hij voor te gaan en te leiden in de wegen des Heeren. Dat vraagt vooreerst de gezonde leer bekwamelijk uit te leggen en een uitdeeler der verborgenheden des Koninkrijks te zijn. Als wij het zoo uitdrukken, springt het in het oog, dat zulks zonder de herderlijke zorg niet wel kan geschieden.

Menigvuldig zijn de vermaningen in de pastorale brieven (lees maar eens Timotheüs en Titus) om de gezonde leer vast te houden. De gezonde leer is de leer der apostelen en profeten, het geloof, dat den heiligen werd overgeleverd. Reeds daarin is een waken over de zielen, opdat zij niet verstrikt zullen worden in menschelijke verzinsels en voorstellingen, die niet naar het Woord zijn.

Voorts ook het tweede. Uitdeeler zijn van de verborgenheden van Gods Koninkrijk. Dat stelt hem midden in de werkelijkheid des geloofs. Zijt gij een leeraar Israels en weet gij deze dingen niet ? zoo spreekt de Heere tot Nicodemus, als Hij hem onderricht omtrent de wedergeboorte.

Hoe zal dan een prediker tot zijn arbeid bekwaam zijn, als hij geen kennis heeft aan die verborgenheden ?

Daar zijn wij tegelijkertijd midden in de verhevenheid en de moeilijkheid van de roeping van den Dienaar des Woords. Zij stelt den prediker voor den eisch der Waarheid en der waarachtigheid. Hij is geroepen om de Waarheid Gods te prediken. Op beide valt de nadruk : de Waarheid Gods en de Waarheid Gods. Geen waarheid naar eigenen uitleg zal hij brengen, want dat is zoowel een gevaar voor hem zelf als voor de kudde. Hij kan met zijn eigen leer geen borg zijn voor de zielen. Eén is de Borg en Middelaar, die gezegd heeft: Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Dien heeft hij der gemeente voor te stellen en dien weg heeft hij bekwamelijk uit te leggen. Geen eigenwillige vroomheid, maar de waarheid naar de meening des Geestes, die in alle waarheid leidt. Hij heeft het Woord te prediken op het gezag des Woords. Daarin is zijn kracht en zoo alleen kan hij de verantwoordelijkheid dragen, omdat de Heere voor Zijn Woord instaat.

Daarom zal hij ook uit het Woord prediken, het Woord openleggen, de Waarheid ontvouwen naar haar eigen getuigenis, zooals het geloof dat verstaat. Op dezen eisch sluit die der waarachtigheid aan, want prediken is getuigen. De oefenschool des geloofs is ook de oefenschool van den prediker. In den herder wordt ook de leeraar geoefend. Omgekeerd zal de leeraar noodig hebben voortdurend geoefend te worden in de kennis, waardoor ook de herder bekwaamd wordt tot den dienst. Hij heeft het voorrecht voortdurend bezig te zijn in de dingen van het Koninkrijk Gods. In de gemeente vindt hij het leven in al de mengeling van behoefte en nood, van worstelen en strijden, van oprechte vroomheid en eigen gerechtigheid, van waarachtige kennis en geveinsdheid.

Het is de oefenschool der practijk, die hem voor vaak heel moeilijke vragen zet, welke den herderstaf bezwaren, omdat de wijsheid ontbreekt. Zoo drijft de arbeid in de gemeente weer uit tot gebed en onderzoek, waarvan de vrucht ook in de prediking wederkeert tot de gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Preeken.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's