Altijd hetzelfde.
Altijd hetzelfde, zoo luidt wel eens het oordeel over de preek. Een korte Schriftverklaring naar aanleiding van den gekozen tekst, maar dan weet men al wat er komt.
Wij achten dat oordeel in het algemeen niet billijk. Want in allen ernst: de prediker heeft altijd dezelfde prediking te brengen. Dat geldt van den Dienst des Woords en dus voor iedere Dienaar des Woords.
Toch kan 't oordeel, in afkeurenden zin bedoeld, niet altijd onbillijk heeten. Daar is inderdaad een armoede in het preeken, die in strijd is met den rijkdom des Woords en den rijken inhoud des geloofs. Daar zijn er, die een goudmijn roemen, hoewel zij slechts een enkel stuksken daaruit voortbrengen. Zij bepalen zich in iedere preek tot enkele hoofdzaken, die altoos wederkeeren en dringen aan lederen tekst het schema van prediking op, waarin zij zich gewend hebben.
Zij willen wellicht in iedere predikatie alles zeggen. Het gevolg is dan, dat de preek voor een deel een formulier wordt, dat, hoe goed ook bedoeld, afstompt, sleur bij den hoorder bevordert en ten slotte toch niet op de zaken ingaat.
De prediker kan nu eenmaal in iedere preek niet alles zeggen en moet dat ook niet nastreven. Hij moet het Woord prediken. Kiest hij een tekst, dat is goed. Het bindt het gehoor, omdat het op den tekst wordt gericht. Maar dan is hij ook schuldig uit den tekst te preeken, de stof van den tekst te behandelen, deze uit het verband toe te lichten en den zin en beteekenis daarvan der gemeente te verklaren.
Is de tekst hem niet klaar, heeft hij er geen gezicht op, dan neme hij liever een pericoop en houde een bijbellezing in den vorm van een preek. Hij wachte zich er voor invallende gedachten en gevoelens aan een tekst op te hangen om dien als een soort kapstok te gebruiken. Het zou den schijn wekken, dat hij dit alles als Gods Woord aandient, terwijl 't dien toets misschien niet kan doorstaan. Hij moet den tekst niet laten zeggen, wat hij wil, maar hij moet zeggen, wat de tekst wil gelegd hebben. Daarom is het ook niet goed, wanneer de preek altijd hetzelfde zegt onverschillig, welke tekst daarboven staat.
Alle dagen staan wij in hetzelfde aardsche leven en geen dag is aan den anderen gelijk. Dat is de rijke verscheidenheid van het leven, hoewel het altijd hetzelfde is.
Zoo is het ook in de geestelijke dingen. Het Woord is altoos hetzelfde en toch is het telkens weer nieuw. Zelfs kan een Woord in de Heilige Schrift, dat wij honderdmaal gelezen hebben, als het ware ontdekt worden in zijn diepen zin.
ledere predikatie zal ons bepalen bij de groote werken Gods en hoe de mensch daarbij betrokken is. Bij alle werken, die de Heere geopenbaard heeft is de mensch betrokken. Als de prediker over God preekt, raakt hij den mensch, omdat God zich aan den mensch heeft geopenbaard. Spreekt hij over de schepping dan staat daar de mensch in zijn algeheele afhankelijkheid tegenover God en onder den eisch eener volstrekte gehoorzaamheid aan Zijn wil. Spreekt hij over de eenigheid Gods, die door allen gevreesd en geëerd behoort te worden, dan valt daar een schaduw over de goddeloosheid en veelgoderij, die zetelt in des menschen hart.
Kiest hij de deugden Gods tot een onderwerp zijner prediking. God is een licht en er is gansch geen duisternis in Hem. De donkere schachten van de ziel worden ontdekt. De werken der duisternis vallen onder het gezicht. Alle dingen zijn naakt en geopend voor de oogen Desgenen, met Welken wij van doen hebben.
Is de gerechtigheid Gods het centrale punt van overdenking, dan is de ongerechtigheid van den mensch het mismaakte tegenbeeld van zijn Maker.
Dit zijn slechts enkele punten en hoeveel meer ware hier te noemen : de Godsregeering, Zijn voorzienigheid, het verbond der genade in al den rijkdom, waarvan de Heilige Schrift getuigt, te veel om op te sommen.
Wie uit de kennisse Gods spreekt, zal ook over den mensch spreken, want deze is het, die tot kennisse Gods werd geschapen.
Maar, hoor ik door iemand zeggen: de prediking zal Christus-prediking zijn. Waar blijft gij met den Christus, die toch het levende Woord is.
Daar is geen prediking over God en Zijn werken, die buiten den Christus kan omgaan. Hoe zou daar in deze wereld gepredikt worden, als er geen Middelaar was ? Hoe zou daar eenige kennis van God wezen, zoo niet door Hem. Ja, hoe zou daar eenig schepsel zijn, zoo niet door het Woord, dat van den Vader uitgaat ? Door Hem zijn alle dingen gemaakt. En Hij is dezelfde, die in de wereld gekomen is om de wereld te behouden, het vleesch geworden Woord.
Ons gansche bestaan, de regeering der wereld, de saamkomst der gemeente, de Dienst des Woords, het optreden van den prediker, het kan er niet zijn zonder den Middelaar Gods en der menschen en hoe zou dan de prediker niet van Hem getuigen en in verlegenheid komen om den Christus te prediken, die het ook betuigt: zonder Mij kunt gij niets doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's