De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)

't Werd nog al even later. Men kon hier niet altijd op de minuut werken, omdat het vaak zoo uit de hand liep. „'k Ben nog even naar uw dochter gaan kijken, maar die sliep als een roos. Dokter staat er versteld van en hoopt het beste", kwam zij na eenigen tijd.

„Zou ze nog beter kunnen worden, juffrouw ? " vroeg de moeder.

„Alle dingen zijn mogelijk; wij staan hier soms voor de grootste verrassingen, zoowel ten goede als ten kwade. En daar is voor gebeden'', sprak zij zacht.

Hè, daar had de moeder nog niet eens aan gedacht. Zij deed wèl even vóór liet eten en daarna de handen samen en de oogen half dicht voor het „Onze Vader", maar anders niet. In Zevenhuizen bad de dominé voor de zieken. En nu was dit hier in Amsterdam voor Liesbet gedaan, waar men haar niet eens kende ! Welk een lieve juffrouw toch. Zij begon voor het oudje op een heilige te gelijken. Nu zou Liesbet vast weer beter worden. Waar men zooveel moeite voor haar deed....

Toen begon de Zuster naar Friesland te vragen. Zevenhuizen ? Waar lag dat zoo ongeveer, en hoeveel imenschen of daar woonden. Vrouw Paulussen zou zeker allen wel kennen, die daar waren. Of zij ook nog meer dochters had. Liesbet was zeker zoo'n 22 a 23 jaar. Een mooie leeftijd. Daar zouden zeker wel meer meisjes van dien leeftijd op het dorp zijn. Of d'r ook niet 'n mijnheer Donia of zoo iemand was.

Béa, — ze wilde zeggen : Liesbet, had in haar koortsijlen dien naam genoemd. Het was een echte, Friesche naam, waar alles zoowat eindigt op „a", en „sma", en „ga'' en „stra".

Maar een Donia kende de moeder niet, en Melle, die al maar zat te prakkezeeren, óók niet. Alleen wist hiji plotseling zich te herinneren, dat op de hekpalen voor de boerderij, waar oom Jacob nu al jarenlang gewerkt had, in gouden letters-het woord „Donia-state" was aangebracht. Doch die mededeeling trof de Zuster. Wie daar dan woonden en hoe oud die menschen waren en of deze wel eens in Amsterdam kwamen. Blijkbaar was zij een en al belangstelling voor de bewoners van Zevenhuizen, en op al die vragen kon vrouw Paulussen vrij goed antwoord geven, omdat broer Jacob d'r werkte. En zij vertelde van den boer en zijn vrouw en van Mini, die al drie jaar lang ziek was en in een tentje lag, maar den laatsten tijd aardig beter werd, en van de andere kinderen. Van Maaike, waar de menschen óók wel eens niet zoo mooi over spraken, maar die nu verkeering had imet zoo'n mijnheer van de boterfabriek, en van Tjerk, die heel anders was als de andere kinderen. Veel meer thuis en veel vromer ook, van wien wel eens verteld werd, dat hij vrijde met Nienke Huitema, maar waar zijn ouders zoo tegen waren, omdat er geen geld genoeg zat, en dan om nog iets. En dan nog de oudste, Gabe, een wilde man, voor geen gat te vangen. Misschien dat Gabe wel eens in Amsterdam kwam, want die was bijna, altijd op reis. Boer Santema had een groote boerderij. De juffrouw moest eens zien, wat een mooie koeien hij had. Broer Jacob zei altijd, dat in heel den omtrek nergens zulk vee gevonden werd als op „Donia-state''. Maar vanzelf, de menschen waren daar dan ook schatrijk!

Plotseling viel het 't oudje op, dat de Zuster heelemaal niet meer luisterde. Ze keek maar naar de wolken, die in groote, witte vlokken, van allerlei omvang en vorm, precies zoo langs het blauw van den hemel boven Amsterdam voortdreven, als boven de weidevelden en aardappellanden van Zevenhuizen. Vrouw Paulussen moest ook even omhoog zien. Zouden die wolken nu naar Friesland gaan?

„En dacht de Juffrouw, dat wij vanavond wel weer vertrekken kunnen? " — vroeg zij op eenmaal angstig.

„We zullen vanmiddag den dokter eerst nog eens hooren. De nachtboot gaat immers pas om 12 uur ? "

Thans begon het de oude vrouw schijnbaar aan te gaan. Aan den eenen kant zag zij haar doodzieke kind, die nog zoo gaarne haar bij zich hield, van wie het nog lang niet zeker was, dat zij de crisis doorstaan zou, en aan de andere zijde beangstigde haar de gedachte van telaat bij de boot te zullen komen, en die lange zeereis. Bovendien, hoe moest zij die boot vinden ? Zij vertrouwde zich ternauwernood buiten het hek en zou oogenblikkelijk verdwalen, wanneer maar even een straat werd ingeslagen. Maar Zuster Ina stelde haar daarin gerust. Men zou van hier wel zorgen, dat zij op tijd een tram kreeg, die naar de aanlegplaats van de boot bracht. Of zij nog wel wat te eten hadden ?

Daarop zorgde ziji nog voor een kommetje koffie en wees den weg naar binnen, waar tegen vieren nog eens gelegenheid wezen zou met Liesbet te spreken. Zij zelf moest nu afscheid nemen, omdat haar middag anders in beslag genomen werd. Met een vriendelijken groet ging zij heen.

't Was de weduwe Paulussen, alsof de zon achter de wolken ging en nu alles haar ontviel. Een groot heimwee naar haar eigen kleine kamertje kwam over haar. Wat duurde die dag eindeloos lang.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's