Eenigszins anders.
Onze Hervormd-Gereformeerde gemeenten worden een en andermaal genoemd, als men over „vereeniging" schrijft. Zoo haalde Credo vorige week een artikel uit de Heraut aan, waarin eenige nuttige wenken aan de Gereformeerden en Christelijk Gereformeerden, terwijl overigens de wensch van contact met de Hervormd-Gereformeerden werd uitgesproken en uiting gegeven aan de gedachte, dat de gereformeerde gemeenten in de Hervormde Kerk nog eens ooit losgemaakt uit het Synodaal Verband met de andere gereformeerde kerken zouden vereenigd worden.
Op zich zelf genomen, oordeelen wij dat het hier ingenomen standpunt juist is, n.l. dat het streven naar „vereeniging" niet kan blijven staan bij de Gereformeerde Kerken en de Chr. Gereformeerde Kerk. Het is ook nog niet genoeg de Hervormd-Gereformeerden daarbij te trekken, want dan zijn er nog meer op zich zelf staande groepen.
Dit standpunt brengt ook mede, dat de zaak der vereeniging de belangstelling van alle gereformeerden verdient als hun gemeenschappelijke zaak, zoodat men er geen ongepaste bemoeizucht in. kan zien, als wij ook ons geluid laten hooren. Om misverstand te voorkomen, kan het ook zijn nut hebben, want het schijnt, dat de Heraut geen anderen weg voor de Hervormd-Gereformeerden ziet dan losmaking uit het Synodaal verband.
De juridische moeilijkheden laten wij maar rusten. Immers losmaking uit het Synodaal verband zou mogelijk zijn, indien de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente erkend en hersteld ware. Op zich zelf beteekende dit reeds een groote stap naar de Gereformeerde Kerkorde.
Neem echter aan, dat de Hervormde Kerk daartoe kwam, de zelfstandigheid der gemeenten of plaatselijke kerken aanvaardde en de consequenties daarvan voor haar rekening nam — dan nog zal niemand, die de kerkelijke kaart kent, verwachten, dat de gereformeerde gemeenten en bloc uit het verband zouden treden, om zich aan te sluiten bij een ander verband. Mogelijk zou hier of daar een gemeente iets van dien aard ondernemen, doch de traditie van de Vaderlandsche Kerk zou hechter blijken dan zulk een onderstelling schijnt te verwachten".
In zooverre zou het geen al te groot waagstuk zijn een dergelijke reorganisatie der orde aan te grijpen.
Wij zeggen dat met te meer vrijmoedigheid, omdat door ons de theoretische mogelijkheid meermalen zoo is gesteld, dat herstel van de rechten der plaatselijke kerken, den weg zou openen naar de vergaderingen van Hervormd-Gereformeerde classes en bijzondere synoden, zoodat ook correspondentie met andere gereformeerde kerken en een gemeenschappelijk overleg in geestelijke zaken mogelijk werd.
Niet alleen stuitte deze voorstelling in Hervormd-Gereformeerden kring steeds op de vrees voor een ongewenschte afscheiding, niettegenstaande wij de practische uitvoering nimmer hebben voorgesteld als een overloopen naar een ander gereformeerd kerkverband. Nimmer hebben wij herstel der zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente verdedigd als een middel om zulk een vereeniging tot stand te brengen. Onzerzijds stonden steeds de rechten der gereformeerden naar belijdenis en kerkorde voor oogen. Om het recht en niets anders ging het daarbij.
Welke mogelijkheden daarmede werden geopend voor de toekomst van het gereformeerd kerkelijk leven als geheel, was vanzelfsprekend belangrijk genoeg om er op te wijzen. Ook de wensch, dat de voorgestelde weg de gescheiden gereformeerden in den loop der tijden bijeen zou brengen, werd niet verholen.
Het moge voorts als een afdoend bewijs voor dit standpunt worden aangevoerd, dat onzerzijds nooit werd voorgesteld met de Hervormde Kerk te breken, maar een verband te onderhouden, dat met de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente niet in strijd was.
Dit standpunt werd mede bepaald door de historische beteekenis der Hervormde Kerk en de rechten van de gereformeerde confessie. En zelfs, als wij dit ongewijzigd handhaven, dan nog zou — indien de Hervormde gemeenten zulk een vrijheid zouden genieten — geen uittreding zijn bedoeld. Zij ware ook niet te verwachten. Bovendien werd onzerzijds de hoop niet prijsgegeven, dat de Hervormde Kerk tot haar belijdenis mocht terugkeeren. In dagen van overheerschend individualisme mocht deze ijdel schijnen, doch ook dit verschijnsel wekt zijn reacties, die wijziging brengen in de beschouwingen over kerk en confessie. Reeds thans hoort men geheel anders spreken over deze dingen, dan tien, twintig jaren geleden. Het besef ontwaakt, dat de Kerk geen menschelijke aangelegenheid is, waarover men naar eigen inzicht denken en handelen kan. Men krijgt weer oog voor haar goddelijke roeping en taak, voor haar autoriteit, welke zij niet aan menschelijke instellingen ontleent, maar aan haar Hoofd en Koning. Men spreekt van de opdracht der Kerk, welke zij uit Zijn mond ontving en die zij in gehoorzaamheid aan Zijn Woord heeft te volbrengen. Het spreekt vanzelf, dat dit niet zonder invloed kan blijven op de waardeering van het ambt en van de confessie.
Men moge hierover oordeelen, zooals men wil, doch niemand kan het ons euvel duiden, als wij de hoop koesteren, dat de Hervormde Kerk door Gods genade moge terugkeeren tot de reformatorische grondslagen des geloofs om naar haar belijdenis te leven. Daarin zouden ook de gescheiden kerken zich verheugen. In dat geval zou het vraagstuk der vereeniging eenigszins anders komen te staan. Denk u eens in, dat de synoden der gereformeerde kerkformaties met die der Hervormde Kerk op dien grondslag confereerden over vereeniging, of wel, dat over deze zaak in een gemeenschappelijke synode ad hoc werd gehandeld. Het zou een zegen zijn voor kerk en volk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1940
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's