De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN DOOR ID SARDL

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 69)

Hoofdstuk XII. VAN HART TOT HART.

In diepe gedachten verzonken, zat Zuster Ina op haar kamertje.

't Was haar vrije dag vandaag. Voor haar lag een opengeslagen bijbel, enkele jaren geleden, bij het afleggen van haar Belijdenis, als geschenk van een paar Zusters ontvangen. Haar levensboek, dat sinds dien geen dag ongebruikt bleef, en waaruit de kracht geput werd voor hetgeen kwam en ging. Slechts een enkele wist het, maar daarin lag de oplossing van haar leven, dat velen een raadsel was.

Nog wees haar vinger de plaats aan, die gelezen werd.

„Een lied hammaaloth. „Uit de diepten roep ik tot U, o Heere! „Heere, hoor naar mijn stem, laat Uw ooren opmerkende zijn op de stem mijner smeekingen. „Zoo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan ? „Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. „Ik verwacht den Heere; mijn ziel verwacht en ik hoop op Zijn Woord. „Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen. „Israël hope op den Heere ; want bij den Heere is goedertierenheid en bij Hem is veel verlossing. „En Hij zal Israël verlossen van alle zijne ongerechtigheden".

Blijkbaar was het dit lied uit de diepte, dat haar zoo machtig aangreep en tot nadenken bracht.

Eens werd dit haar troost in een uur toen zij, der wanhoop nabij, van God en menschen verlaten meende te zijn en van toen af werd het ook haar reislied, op weg naar het Jeruzalem, dat boven ligt.

Werd wellicht in dit stille rustuur nog eens doorleefd, wat voor zooveel jaren als een storm haar ziel beroerde, waarbij de golfslag haar dreigde te verpletteren, tot zij, als een drenkeling, houvast mocht krijgen aan dat vertroostend slot ?

Of waren het de velen, die zij voor en na hier in het lijden had leeren kennen en die met haar de waarheid zoo voelden van dat lied uit de diepte, zoo vol ootmoedige schuldbelijdenis, maar ook zoo vol vertrouwen op Hem, bij Wien veel goedertierenheid en verlossing is en die Zijn volk verlossen zal van alle zijne ongerechtigheden ?

Eigenaardig was het, maar hoe ouder zij werd, hoe meer deze psalm de weerklank van haar innerlijk leven werd. Feitelijk lag in dit woord heel baar leven samengevat. Vanaf dat oogenblik, toen zij scheen te zullen wegzinken onder haar schuldenlast, om daarop te ervaren, dat er bij den Heere vergeving is, tot op het uur van heden, waarin, onder alles dóór, die vergevende liefde Gods haar blijdschap en het eenigste anker harer hope bleef. „En Hij zal Israël verlossen van alle zijne ongerechtigheden", lispelde zij, terwijl iets van een glimlach op haar welgevormd gelaat kwam. Weerschijn van den diepen vrede, die haar hart vervulde.

Een zachte tik op de deur bracht haar tot de werkelijkheid terug, en het volgend oogenblik kwam Béa Paulussen van zaal 8 haar kamertje binnen.

„Is het goed, Zuster, dat ik kom ? " — vroeg zij.

„Zeker, kind ; zoo hebben we immers afgesproken. Kom maar in dezen luierstoel; wacht, 'k zal nog even een kussen voor den rug nemen. Zit heerlijk, hè ? 't Is nog een cadeautje van een patient. We mogen niets aannemen en ik heb het ook nooit gedaan, maar die dame heeft net zoolang eerst de Hoofdzuster en toen de Directrice daarmede lastig gevallen, tot deze eindelijk als uitzondering toestond mij dezen te geven. Als ik erg moe ben, ga ik daar een poosje rusten, 't Is een heele klim hierheen, hè ? Kijk, het water kookt; nu zullen we eens echt gezellig een kopje thee drinken".

Zoo sprak zij aan één stuk door, terwijl ze haar bezoekster deed plaats nemen en een voetkussen gaf, alles blijkbaar met het doel om deze aanstonds op haar gemak te zetten.

't Was een heele dobber geweest voor Liesbet Paulussen om weer „op-de-haal" te komen. Meermalen hadden de doktoren bedenkelijk het hoofd geschud en alle hoop opgegeven, tot de komst van haar moeder met Melle de beslissing bracht. Dat bezoek was, naar den mensch gesproken, haar behoud geweest, 't Woord van vergiffenis en verzoening, door het oudje aanstonds gesproken, alsof er niets gebeurd was en het moederhart heelemaal niet geleden had, eerst over 't heengaan de wijde wereld in, toen door het bijna nooit iets van zich laten hooren, en nu, door de schande over zichzélf en de familie gebracht, dat woord scheen meer uit te werken dan alle medicijnen met elkaar.

Nog dien zelfden avond waren moeder en Melle naar Friesland teruggekeerd, na nog tweemaal bij haar te zijn geweest. Het afscheid was hartroerend en had plaats onder tranen, maar de dokter had gezegd, dat hem dit het beste leek en hij alle hoop had, dat de veerkracht van het jonge leven den aanval overwinnen zou.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's