De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van kerk tot kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van kerk tot kerk

7 minuten leestijd

De kerken zijn niet hier en daar verspreid uit de aarde opgekomen. Het is daarmede als met de planten. Daar is een organisch verband. Wanneer iemand een vreemde plant in zijn tuin ontdekt, welke hij niet gezaaid of geplant heeft, zoekt hij haar oorsprong niet in de aarde, maar in een zaad, dat afkomstig van een moederplant in zijn hof is terecht gekomen en vruchtbaren bodem heeft gevonden.

Zoo is de kerk, die aan eenige plaats openbaar werd, niet uit de menschen voortgesproten, maar uit een geestelijk zaad, dat aldaar werd overgebracht en wortel schoot. En evenals iedere plant op haar beurt een moederplant wordt, die haar zaad afwerpt en overgeeft op de vleugelen van den wind, zoo wordt ook de jonge gemeente, welke ergens verschijnt als een zaadzaaiende plant in den hof. De wind blaast, waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij henengaat; alzoo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is. (Joh. 3 : 8). De kerk predikt het Woord, want het Woord is het zaad, maar de Heilige Geest werkt de wedergeboorte.

Gelijk de plant wijst op een moederplant, zoo wijst de kerk aan eenige plaats op een moederkerk, die het zaad des Woords heeft overgedragen. Doch de moederplant kwam ook voort uit een zaad, dat weer op een andere moederplant teruggaat. Eindelijk echter komt de vrager bij de eerste moederplant en dan vindt hij in het eerste hoofdstuk van Gods openbaring het wonder der schepping. Daar ligt de oorsprong.

Op de kerk toegepast, is het evenzoo. De eene kerk wijst op de andere, vanwaar de Godsgezant werd uitgezonden als een zendeling, misschien ook als een eenvoudig gemeentelid, een krijgsman, een koopman, of een gevangene. Doch ook de gemeente, vanwaar deze kwam, ontving het Woord eenmaal als een zaad in een vruchtbaren akker van elders. Ook hier komt de vrager bij de eerste moederkerk terecht en dan komt hij bij Jeruzalem, vanwaar de apostelen op bevel des grooten Konings uitgingen in de wereld: Predikt het Evangelie aan alle creaturen, leerende hen onderhouden, al wat Ik u geboden heb. (Matth. 28 : 19).

Jeruzalem is een oude moederboom. David bouwde aldaar een altaar en Salomo bouwde den tempel. Doch ook vóór David was er de kerk. Abraham woonde reeds in dit land, en vóór hem heeft God Zich bekend gemaakt. Wij komen weer terecht bij het wonder en bij God.

Jeruzalem draagt den eerenaam. Jeruzalem, dat boven is, hetwelk is ons aller moeder. De Heilige Schrift wijst op de moederkerk, die boven is. (Gal. 4 : 26). En haar oorsprong ligt in het eeuwig voornemen Gods in Zijn Verbond, hetwelk Hij in Christus geopenbaard heeft en vervuld. (Efeze 1).

De gelijkenis van de plant en het zaad bedoelde op twee dingen de aandacht te vestigen. 1e. Op het innerlijk organisch verband tusschen alle kerken, als zijnde uit één zaad gesproten.

2e. op de zelfstandigheid der plaatselijke kerk, als een goddelijke plant op den akker der wereld.

Maar, als wij van den akker spreken, komt ook de goddelijke Landman aan het woord. De wereld is Zijn akker en het beleid is van den Heere. Hij bereidt den bodem en Hij gebiedt Zijn knechten het zaad uit te werpen, terwijl Hij zelf den wasdom geeft. Daar schiet het zaad wortel en brengt het vruchten voort, waar Hij wil. Maar Hij gebiedt Zijn dienaren uit te trekken in de wereld en te zaaien.

De gelijkenis van de plant treft ook den geloovige. Hij is als een toebereide aarde, waarin het zaad der prediking wortel schoot, of met een ander beeld, een vruchtbare rank aan den wijnstok. Christus is de ware wijnstok, gelijk Hij leert: Ik ben de ware wijnstok en gij zijt de ranken. (Joh. 15).

Dit brengt ons wederom bij het organische leven der kerk. Christus de ware Wijnstok. Zijn gemeente de vruchtbare ranken aan den Wijnstok. Als dan de Zijnen de vruchtbare ranken zijn, dan zijn alle uitverkorenen tezamen alle vruchtbare ranken, maar als men alleen op de raiiken ziet, heeft men nog den Wijnstok niet. Dan zouden zij als afgesneden ranken geteld worden, niaar de afgesneden ranken zijn de onvruchtbare. De rank kan geen vrucht dragen, zoo zij niet in den Wijnstok blijft. Zij dragen slechts vrucht in den hemelschen Wijnstok.

Waar de ranken zijn, daar is de Wijnstok. Zien wij dus de gansche gemeente des Heeren in het beeld, dat Hij. Zelf zoo uitvoerig en duidelijk geeft, dan verschijnt zij als de volheid van den rijpen oogst aan den hemelschen Wijnstok. De ranken zijn de Wijnstok niet en de Wijnstok is niet de ranken, maar de ranken zijn in den Wijnstok.

Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijnen Naam, daar ben Ik in het midden. Waar twee of drie vruchtbare ranken zijn. daar is de hemelsche Wijnstok.

Men kan dus een vergadering, die in den Naam van Christus bijeenkomt, niet zien als eenige afgesneden ranken. Dan zouden zij bovendien als onvruchtbaar veroordeeld zijn. Waar zulk een vergadering is, daar is Christus, de ware Wijnstok, zoodat zulk een vergadering het beeld van den Wijnstok op zich heeft toe te passen, en niet dat van een bundeltje ranken, en ook niet het beeld van een enkelen tak van den Wijnstok, zoodat de eigenlijke stam buiten de vergadering wordt gezet.

Dit gaat tegen het onderwijs van den Christus, die het Hoofd Zijner gemeente is, in, daar Hij zegt: Ik ben daar in het midden.

Omdat Christus daar in het midden is openbaart Hij Zich in Zijn drievuldig ambt, want Hij is het die Zijn gemeente onderhoudt, beschermt en regeert. De ambten zijn er, omdat Christus daar is én zij kunnen slechts werken, omdat Hij daar is. Waar Christus is, zijn de ambten en waar de ambten naar Zijn Woord werkzaam zijn, daar is Christus.

De kerk is dus geen bundeltje ranken, want, waar de Wijnstok is, zijn de ambten. Zij is eerst een kerk, als zij de ambten vervult naar de orde van Christus.

De geordende vergadering der kerk verschijnt onder het beeld van den wijnstok. Zij is een organisch geheel, zijnde een zelfstandige openbaring van het lichaam van Christus.

Brengt men de plaatselijke kerken onder in een eenheidsinstituut, dan worden zij af deelingen van een kerkvereeniging, of om het beeld te gebruiken : takken van den wijnstok. In die afdeelingen kunnen de ambten alleen werken krachtens het gezag, dat buiten de vergadering is. Dat is in strijd met de tegenwoordigheid van Christus in de vergadering, aan Wien zij het gezag ontleenen.

Hiermede is tevens de kwaal van het eenheidsinstituut aangewezen. Een gezag van buiten is een afgeleid gezag. Het zet iets tusschen Christus en de plaatselijke kerk, wat er niet zijn mag, omdat het met Zijn Woord in strijd is.

Hetzelfde euvel kenmerkt de groote stadsgemeente, die op twee of meer plaatsen tegelijk vergadert en in stukken wordt gesneden, of zelfs in richtingen uit elkander gaat. Met hoeveel nadruk men beweert, dat men predikant en ouderling der gemeente als geheel is, leert de werkelijkheid, dat er geen gemeentelijk leven is. De een loopt hier, de ander daar; Mien bemoeit zich met elkanders zaken onder verantwoording, dat het alle belangen en zaken der gemeente geldt, en staat een gezond kerkelijk leven in den weg. In dezen toestand wordt de gemeente opgelost in partijen en richtingen, waarvan de leiding buiten de kerkregeering omgaat en berust in kiesvereenigingen, evangelisaties, e.d.g,

Terwijl een organische ontwikkeling van zelfstandige kerken met een predikant, eigen kerkeraad en kerkgebouw, de voorwaarden van gezond kerkelijk leven tot haar recht zou brengen. De figuur is trouwens niet zoo geheel vreemd, als men let op de kerken der randgemeenten, die allengs burgerlijk bij een groote stad werden gevoegd, terwijl zij kerkelijk bleven bestaan.

Het beginsel der plaatselijke kerk is niet alleen Schriftuurlijk aangewezen, maar sluit ook in, dat de gemeenschap der kerken in de vergaderingen der kerken ligt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1940

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Van kerk tot kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1940

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's