De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar welke kerk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar welke kerk?

6 minuten leestijd

Dat is voor den dorpsgenoot gewoonlijk geen vraag. Hij gaat naar de kerk. Zelfs wanneer zijn dorp twee of meer kerken telt, b.v. een Hervormde en een Gereformeerde Kerk. De Hervormde gaat naar de Hervormde, de Gereformeerde naar de Gereformeerde kerk.

In de stad is deze vraag gewoon. Het predikbeurtenblad wordt tehulp geroepen, men gaat niet naar de kerk, maar naar den prediker, dien men volgt. Die is nu in dit kerkgebouw, een andere week in dat, volgende week in het geheel niet op. Soms tweemaal, veelal eenmaal en dan weer mist men zijn naam in den rooster. Men gaat dan naar een anderen dominé, of blijft thuis.

Het behoeft geen betoog, dat deze practijk voor het kerkelijk en gezinsleven geen aanbevelenswaardige is. Christus ging naar Zijn gewoonte naar de synagoge. (Luk. 4 : 16). De samenkomst der gemeente beantwoordt aan den eersten eisch van het Sabbathsgebod. (Cat. vr. 103). De kerkgang moet gewoon zijn. Het moet gewoonte in den goeden zin des woords wezen, terwijl de zooeven geschetste toestand daaraan niet bevorderlijk is. maar zelfs het tegendeel uitwerkt.

Dit wijst op zich zelf reeds op een verkeerde orde, welke in geen enkel opzicht goedgepraat wordt, als men zegt, dat men maar naar de prediking moet gaan, die geboden wordt, als de gewenschte prediker niet op is, of in een verafgelegen kerkgebouw het Woord bedient.

Zelfs, indien het officieel getuigenis der kerk van alle kansels werd vernomen, zou een dergelijk advies — hoewel gemakkelijker te verdedigen en op te volgen — geen afdoende oplossing brengen voor de onderhouding van gezond kerkelijk leven. Laat staan, indien de richtingen in het geding worden gebracht. De Dienaar des Woords is niet alleen leeraar, maar ook een herder der schapen en het is niet goed, dat men eenzelfde kudde door verschillende herders laat beherderen.

Het herderschap legt een verband, dat een eigenaardig intiem karakter draagt. De kudde des Heeren is geen horde, die door velen opgestuwd en gedreven wordt, maar zij vraagt de zorgen van den man, aan wien zij is toebetrouwd. De veelheid der herders maakt de behartiging van die zorgen niet beter, maar trekt de kudde uit elkander of brengt ze in verwarring, ook al bedoelen zij het ieder voor zich nog zoo goed. Eén kudde onder één Herder. Dat is het beeld, waaraan men zich heeft te toetsen. De herder is de man, die het aangezicht zijnfer schapen kent. In al zijn arbeid, op den kansel en in de gemeente, is de leeraar in de eerste plaats herder.

Wat zoo geheel in den aard der zaak ligt, laat zich ook bij de bestaande toestanden niet onbetuigd. Men volgt toch veelal een bepaalden predikant op zijn reis van de eene kerk naar de andere. Men zou van een domineesgemeente kunnen spreken. Deze gemeente mag niet altijd even groot zijn, maar de feiten wijzen uit, dat de predikanten in de steden hun eigen aanhang hebben, welke hem als eigen herder en leeraar beschouwt. Deze kring wordt niet bepaald door de wijkindeeling, maar door principieele en persoonlijke gevoelens. Hij laat zich niet altijd scherp afgrenzen, maar hij is er, en doet met name een beroep op het herderlijke werk van den pastor.

Deze practische gesteldheid werpt een eigenaardig licht op de stadsche gemeente. Voor zoover haar levende belangstelling naar de kerk uitgaat, is zij in zulke vrije domineesgemeenten verdeeld.

Deze „vrije" of officieuse gemeenten kunnen bij de huidige omstandigheden niet tot een gezonde kerkelijke ontwikkeling komen en vertoonen een zeer verschillend beeld. In beginsel vormen zij kernen, die grond geven aan de gedachte om de oplossing van het vraagstuk der stadsche gemeente te zoeken in de richting van de instituëering der domineesgemeenten. Dit ware in ieder geval een stap nader tot de vorming van zelfstandige kerken niet volgens indeeling van straten en wijken, maar naar een organisch beginsel, dat door de werkelijkheid wordt aangewezen.

Deze practische grondslag, hoe beteekenisvol op zich zelf, zal echter ook op bezwaren stuiten. Men kan n.l. niet aannemen, dat iedere domineesgemeente genoegzame vitaliteit zal bezitten om een zelfstandig leven te leiden.

Zonder twijfel zou een dergelijke instituëering van afzonderlijke kerken met eigen kerkeraad en kerkgebouw, ook een einde maken aan een soort zwervend kerkelijk leven. Vele zwervelingen, die thans niet bepaald tot een domineesgemeente kunnen worden gerekend, zouden kerkelijk — om het beeld te vervolgen — een vaste woning betrekken.

Het behoeft dan ook geen betoog, dat er op die wijze bloeiende gemeentekerken zouden te voorschijn komen, die ook de aansprakelijkheid der stoffelijke verzorging konden dragen.

Wie het kerkelijk leven kent, heeft in de bestaande toestanden duidelijke aanwijzingen om zich een voorstelling te maken van de situatie, waarin verschillende domineeskerken zouden komen, indien zij geïnstitueerd werden, — welke levensvatbaarheid zouden hebben en in welke gevallen, dat aanziender oog niet alzoo behoeft te zijn.

Ook dit vraagstuk hangt samen met het standpunt, dat men inneemt ten aanzien van de gereformeerde belijdenis. Zij bewijst nog altoos een goede grondslag voor het kerkelijk leven te zijn.

Wij ontveinzen ons echter niet, dat niet iedere domineesgemeente haar zelfstandige institueering zal wenschen en dat niet iedere domineesgemeente de gevolgen welke dit voor haar mede zal brengen, zal kunnen dragen.

Dit wordt een bezwaar, niet tegen de gedachte van een geïnstitueerde domineeskerk, maar tegen haar algemeene toepassing. Men kan de leden der kerk maar niet naar willekeur bij een bepaalde gemeente voegen. Dit zou tot dezelfde verschijnselen voeren als een wijkverdeeling. Men ziet zich, omdat men in een bepaalde wijk woont een dominee als wijkpredikant toegewezen, maar de wijk is geen gemeente.

Een gemeente kiest haar eigen herder en leeraar. Dat is haar recht. De „vrije" domineesgemeente houdt zich dan ook niet aan den wijkpredikant, maar aan den herder en leeraar, dien zij verkiest. De domineesgemeenten vergaderen zich uit de geheele stad en laten zich door de wijkindeeling niet afgrenzen.

Het is wel mogelijk, dat vele leden van een domineesgemeente in een bepaald stadsgedeelte wonen en wanneer deze geinstitueerd werd, zou het aanbeveling verdienen haar een kerkgebouw toe te wijzen of in te richten in dit gedeelte. Men mag verwachten, dat ook het overig deel dier gemeente allengs haar woning in de nabijheid zou zoeken.

Deze overwegingen maken het echter in het algemeen ongewenscht bij de oprichting van zelfstandige kerken in de stad van een buurt- of wijkverdeeling uit te gaan. Wellicht zijn er omstandigheden, waarin dit doeltreffend kan zijn, maar als algemeen beginsel kan het niet juist wezen. Daarentegen heeft het uitgangspunt in de officieuse domineesgemeente principieel alles voor, terwijl zij als zoodanig een maatstaf is voor de practische uitvoerbaarheid van haar zelfstandige institueering.

De moeilijkheid zit echter daarin, dat men dezen regel niet algemeen kan toepassen. Er blijft een schare, die wel tot de kerk wordt gerekend, maar die practisch tot geen enkele officieuse domineeskerk behoort. Mogelijk dat de instelling van buurt- of wijkkerken naast den aangewezen weg als hulpmiddel kan dienen om aan die moeilijkheid tegemoet te komen en een overgang te scheppen naar de vorming van zelfstandige kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Naar welke kerk?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's