De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FUEILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 74)

Kort daarop kwam een brief aan haar adres, vermeldende den dag en het uur, waarop hij weer in Amsterdam hoopte te zijn, om dan meteen haar te ontmoeten, en nooit trof het zoo slecht, of hiervoor kon tijd en gelegenheid gevonden worden, al zou deze met geld betaald.

Weldra was het in haar naaste omgeving een voldongen feit, dat Béa verkeering had met een rijken Fries, wien het zelfs als een uitzondering gegund was, in de deftige patriciërswoning op de Heerengracht te komen, 't Gevolg werd, dat de vriendinnen meer en meer op den achtergrond geraakten. Een enkele maal waren zij, op verzoek van mijnheer Santema, nog eens van de partij, wanneer hij een autorit of een watertochtje door Amsterdam gaf, doch Béa vond het zelf veel prettiger, dat zij samen uitgingen. Santema was altijd zoo royaal, en hij meende het zoo goed met haar! Wat had zij voor en na al niet van hem als cadeautje of souvenir gekregen. Een fijne zegelring, een echt gouden collier, een leeren étui met allerlei benoodigdheden, zooals de dames op de kaptafel hebben, 'n doos met bonbons, — eigenlijk kon zij krijgen, wat haar hart begeerde en nimmer kwam hij met ledige handen.

Over Zevenhuizen werd slechts weinig gesproken. Een enkele maal had zij dit onderwerp aangeroerd en o.a. den naam van haar moeder en Melle genoemd, doch daar scheen Santema liever niet van te hooren. Alleen had hij gezegd, wel wat om de oude te zullen denken, door te zorgen, dat het haar niet aan winterprovisie en brandstof ontbrak. Voor Melle zou hij zien, of misschien op „Donia-state" nog eenig werk was te vinden, wellicht, dat zijn oom Jacob hem nog wel gebruiken kon, tot verlichting van eigen last. Overigens moest hij van Zevenhuizen niets hebben, 't Werd daar hoe langer hoe fijner. Onder den invloed van dien dominé Buitenveld, die heel anders orthodox was dan andere menschen en ook dan vele andere dominé's, onderging het dorp een geheele verandering. De jaarlijksche kermis, die slechts een paar dagen duurde, had niets meer te beteekenen. De tooneelclub „Demosthenes" was ook al opgedoekt wegens gebrek aan belangstelling bij haar uitvoeringen. Van sportfeesten op Zondag was nooit sprake, omdat de burgemeester, die van dezelfde kleur was als de dominé, deze verbood. Béa kon nooit begrijpen welk een suffe, saaie boel het daar werd ! Zijn zuster Mini en ook zijn moeder, had daar eveneens al iets van weg. Vader was anders. Die hield zich aan het oude en moest niets van die nieuwigheden hebben, 's Zondags eenmaal naar de kerk en daarmede uit. Hij zélf en ook zijn oudste zuster kwam er niet veel. Maaike had nu verkeering met den assistent van de boterfabriek, óók een Hollander, en een fijne mijnheer. Op een vólgend jaar zou het wel trouwen worden, als hij wellicht directeur werd. Nu genoten zij nog van hun jonge leven, door veel uit te gaan en tochtjes te maken en zoowat van alles bij te wonen.

Hij zélf had het geluk in den handel te zijn en was daardoor veel van huis. 't Was een mooi leven. Zoo vrij als een vogel in de lucht, en geschikt om van alles te hoo­ren en te zien. Gewoonlijk regelde hij zijn reizen zóó, dat hij niet ver van de plaats was, waar iets bizonders voorviel. Wedrennen, tentoonstellingen, veekeuringen, met de pret, die aan dit alles verbonden was, waren inzonderheid zijn geliefkoosde uitspanningen, en dan 's winters de genietingen van het stadsleven. Daarom kwam hij ook zooveel in Amsterdam. Een volgenden zomer zou hij Béa eens meenemen naar Arnhem of Nijmegen of Den Haag. Of zij eens trek had een reisje mee te maken naar Brussel of Antwerpen. Ja, die dienst hier was zoo vervelend, 't Moest dan in de zomervacantie, als de familie zélf ook uitging en 't huis op de Heerengracht gesloten werd. Hij zou eens een mooi programmatje maken. Een snoepreisje naar Zandvoort konden zij zoo wel eens af en toe doen. Het was daar zoo aardig aan het strand, èn men kon in de duinen zoo leuk genieten. Met een trammetje was je d'r zoo. Of zij wel eens in een hotel gelogeerd had. 't Was zoo fijn........  In dien geest gingen de gesprekken en ook het leven. Weldra wist zij niet anders of zij hoorden bij elkaar. Hun omgang werd hoe langer hoe intiemer en eens op een avond, toen de sterren zoo vriendelijk lonkten en heel de natuur scheen te luisteren naar het lied van de zee, zooals deze in eeuwige deining zachtkens het strand te Zandvoort scheen te kussen, had hij haar gesproken van trouwplannen.

't Eenigst bezwaar zou nog zijn, de familie, en inzonderheid vader. Béa zou zich hem misschien nog wel herinneren. Hij was nog al nauwgezet, en daarbij natuurlijk zeer rijk. „Donia-state" was uit den geheelen omtrek de grootste boerderij, met het kostbaarste slag vee en de vruchtbaarste landerijen.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1940

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's